Duizenden kilometers tussen twee belangrijke orgels
Het Smits-orgel in De Duif in Amsterdam en het Maarschalkerweerd-orgel in de Kathedrale Basiliek van Sint Petrus en Paulus in Paramaribo behoren tot de belangrijkste rooms-katholieke orgels uit de Nederlandse 19e eeuw. Hoewel zij duizenden kilometers van elkaar verwijderd zijn, weerspiegelen beide instrumenten de bloeitijd van de katholieke orgelbouw in het Koninkrijk der Nederlanden.
De Duif
Toen de kerk De Duif aan de Prinsengracht in de 20e eeuw haar religieuze functie grotendeels verloor, dreigde verval van zowel het gebouw als het monumentale orgel. Nadat de laatste reguliere missen waren gestopt, bleef de kerk dankzij betrokken parochianen behouden, maar een duurzame toekomst was onzeker. In 1995 werd het gebouw door ons aangekocht. Tussen 1999 en 2002 werd De Duif zorgvuldig gerestaureerd, waarna ook het beroemde Smits-orgel kon worden aangepakt. Het orgel verkeerde toen al tientallen jaren in een slechte staat en werd in 1997 volledig gedemonteerd voor restauratie. Na een langdurig hersteltraject keerde het instrument in 2004 terug naar de kerk en werd het in 2006 opnieuw in gebruik genomen. Dankzij deze inspanningen bleef niet alleen een belangrijk kerkgebouw behouden, maar ook een van de meest waardevolle 19e eeuwse orgels van Nederland. Het Smits-orgel wordt sindsdien terecht omschreven als een “monument in een monument”.

Smits orgelmakers
Het orgel in de Duif is een zogenaamd Smits orgel. In een periode waarin de piano de eerste plaats had verworven onder de toetsinstrumenten en de wereldlijke muziek met zijn concerten, symfonieën en opera’s het duidelijk gewonnen had van de kerkelijke muziek, maakte juist de orgelmakerij voor kerkorgels van Franciscus Cornelius Smits (1800-1876) uit het dorpje Reek in Noord-Brabant een ongekende bloeiperiode door.
In die beginjaren van de 19e eeuw waren orkestinstrumenten in Noord-Brabant, maar ook elders, erg populair bij de diensten in de Rooms Katholieke kerk. De kerkleiding was duidelijk minder gecharmeerd van deze orkestsamenraapsels en drong aan deze te vervangen door een goed orgel. En hier komt dan ook de orgelbouwer Smits in beeld.
Franciscus Cornelius Smits werkte in de orgelmakerij van zijn broer. Na diens vroegtijdig overlijden nam hij de leiding van het bedrijf over. De gebroeders waren autodidact. Door het onderhoud en herstel van oudere orgels in de regio leerde Franciscus Cornelius Smits het vak en kwam hij in contact met de Zuid-Nederlandse en Waalse orgelbouw. Smits bouwde voornamelijk in Noord Brabant, feitelijk is het orgel in de Duif het enige grote instrument van Smits boven de grote rivieren. Belangerijke andere instrumenten van Smits staan o.a. in Boxtel, Oirschot, Aarle Rixtel, Schijndel en Sint Oedenrode
De orgels van Smits hebben een rijk geschakeerde klankkleur. In zekere zin is de basis ronduit klassiek te noemen. Toch heeft elk register een persoonlijke kleur. Poëtische melancholieke prestanten, speelse fluiten, ingetogen zuchtende strijkers. De tongwerken zijn fel en stug, duidelijk geïnspireerd door de Vlaamse en Waalse tongwerken. Daarentegen zijn de doorslaande tongwerken ingetogen en hebben meer gemeen met het Duitse orgel uit die tijd.
Deze orgels met hun subtiele, klassiek getinte kleuren lijken dan ook de tegenhanger van het 18e-eeuwse en vroeg 19e-eeuwse orkest, terwijl de orgelbouwers uit de tweede helft van de 19e eeuw de symfonische klank van het latere symfonieorkest zullen nastreven.
Orgel van De Duif
Mede dankzij de invloed van de organist van De Duif, Johan Kupers, werd het orgel van De Duif in het oeuvre van Smits een moderner orgel: Een pedaalomvang van dertig tonen, een zwelkast op het Bovenwerk, de pedaal- en manuaalkoppels uitgevoerd als treden en uiteraard de vrijstaande speeltafel met daaronder, hangend aan de balustrade, het Positief.
Omdat de financiële middelen niet toereikend waren kon het instrument in 1863 niet compleet worden opgeleverd. De uiteindelijke voltooiing vond pas plaats in 1882. De orgelmakerij was inmiddels overgenomen door de zoon van Smits, Franciscus Cornelis de tweede. Vooral het Bovenwerk draagt dan ook het stempel van deze tweede generatie Smits. Hij verving een aantal door zijn vader voorziene stemmen door andere die meer in pasten in de toen heersende romantische smaak.
De bovengenoemde klassieke inslag van dit orgel, de onder invloed van Kupers tot stand gekomen vernieuwingen in de dispositie en de technische aanleg en ook de latere toevoegingen door Frans Smits de tweede maken dit orgel geschikt voor de uitvoering van muziek uit de tweede helft van de 18e eeuw tot en met die uit het midden van de 19e eeuw. De vurige opslaande tongwerken maken uitvoering van het vroege Franse romantische repertoire mogelijk. De grote variëteit aan grondstemmen en de doorslaande tongwerken doen het Duits Romantisch repertoire goed tot zijn recht komen en de vele klassiek klinkende registers van het Positief en die van het Hoofdwerk lenen zich uitstekend voor muziek uit de galante periode. Stephan van de Wijgert is de vaste organist van De Duif. Hij organiseert het hele jaar door orgelconcerten op dit bijzondere monumentale instrument.

Houten Kathedraal in Paramaribo
De kathedraal aan de Gravenstraat is omstreeks 1885 gebouwd. Het is het grootste houten gebouw van Suriname, voor die tijd een gedurfde onderneming uit het oogpunt van bouwkundige constructie. Het interieur is geheel ongeschilderd: de kleur van verweerd cederhout. In 1889 kreeg de fa. Maarschalkerweerd & Zn. opdracht een orgel voor de kathedraal te bouwen. Het orgel werd in de eerste helft van de twintigste eeuw veel gebruikt, maar raakte na 1940 in verval en werd nauwelijks nog bespeeld. De kerk sloot en alles raakte meer in verval en de pijpen uit het orgel werden gestolen. Na restauratie kon de kerk in 2010 weer open.

Het Surinaamse orgel
Het Maarschalkerweerd-orgel van de Kathedrale Basiliek Sint Petrus en Paulus in Paramaribo is een van de belangrijkste Nederlandse orgels buiten Europa. Het werd in 1889-1890 gebouwd door de Utrechtse firma Maarschalkerweerd & Zoon van Michiel Maarschalkerweerd, een van de meest vooraanstaande rooms-katholieke orgelbouwers van de late negentiende eeuw. Voordat dit orgel werd besteld, had men een orgel van Vermeulen uit Weert geprobeerd, maar dat bleek in de grote houten kathedraal te zwak van klank en werd teruggestuurd naar Nederland.
Bijzonder is dat Maarschalkerweerd uitgebreid onderzoek deed naar de tropische omstandigheden in Suriname. Het binnenwerk werd in Nederland vervaardigd, terwijl een groot deel van het houtwerk en de monumentale orgelkas in Suriname zelf werd gemaakt. De orgelkas is uitgevoerd in mahoniehout en vormt een indrukwekkend onderdeel van het interieur van de kathedraal, die zelf het grootste houten kerkgebouw van Zuid-Amerika is.
Oorspronkelijk beschikte het instrument over twee manualen en pedaal met mechanische sleepladen en een vrijstaande speeltafel. De dispositie bevatte karakteristieke romantische registers zoals Viola di Gamba, Salicet, Fluit Octaviante en een krachtige Trompet 8′. Daardoor bezat het orgel een warme, zangrijke en orkestrale klank, geheel passend bij de rooms-katholieke liturgie van de negentiende eeuw.

Verval van orgel en kerk
In de twintigste eeuw kende het orgel een bewogen geschiedenis. Het verval begon rond 1940. In 1963 werd het door de Duitse orgelmaker Heideman ingrijpend gewijzigd, waarbij de klank meer in barokke richting werd aangepast. Tijdens restauratiewerkzaamheden aan de kathedraal in de jaren zeventig kwam het instrument zelfs bloot te staan aan tropische regenbuien, wat ernstige schade veroorzaakte. Later werden na de sluiting van de kathedraal ook nog pijpen gestolen.
Restauratie orgel
Helaas was het Bisdom niet in staat voldoende middelen voor de restauratie van het orgel bijeen te brengen en dreigde de restanten van het instrument naar Nederland verkocht te worden. Daarom zet de Stichting Klinkend Erfgoed Suriname zich in voor de restauratie van het orgel. Dankzij het enthousiasme van Rudi van Straten (senior specialist orgels, luidklokken, uurwerken en carillons bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Nederland) en de voorzitter van de Stichting Klinkend Erfgoed Suriname, Peter den Ouden, werden wegen gezocht dit historische orgel weer zijn oude glorie terug te geven. Rudi van Straten maakte daartoe in 2014 een inventarisatie van al het gedeeld klinkend erfgoed in Paramaribo en schreef een plan om de kosten voor de wederopbouw van het Maarschalkerweerd-orgel te drukken. Sinds 2014 werkt de Stichting Klinkend Erfgoed Suriname samen met de Nederlandse Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het bisdom Paramaribo en orgelbouwbedrijf Pels & Van Leeuwen aan de wederopbouw van het orgel. Een belangrijk doel is niet alleen restauratie, maar ook het opleiden van Surinaamse vakmensen zodat kennis van orgelonderhoud lokaal behouden blijft. Volgens het beleidsplan van de stichting wordt gestreefd naar volledige bespeelbaarheid van het orgel in oorspronkelijke staat.
Tevens werden in Nederland diverse fondsen aangeschreven om die te motiveren subsidies aan dit project te verlenen. Ook binnen de Surinaamse gemeenschap bleek het enthousiasme te groeien en is er via de actie ‘Adopteer een orgelpijp’, ondanks de slechte economische situatie in Suriname, veel geld opgehaald. In samenwerking met de Nederlandse orgelbouwer Pels & van Leeuwen wordt samengewerkt met Surinaamse meubelmakers en andere handwerklieden om op loonkosten te kunnen besparen. Zo worden binnen dit project de Surinaamse medewerkers gemotiveerd het gehele restauratieproject mee te maken om zo opgeleid te worden klein onderhoud aan het orgel te kunnen uitvoeren.
Doneren aan Surinaams erfgoed
Doneren aan Surinaams erfgoed kan via het Fonds Stadsherstel in Suriname, een apart opgericht fonds op naam onder de Vrienden Vereniging van Stadsherstel Amsterdam. U kunt HIER één van de ruim 1100 orgelpijpen uit dit bijzondere orgel adopteren voor € 350,-. of geef een losse donatie.
Lees HIER meer over de Surinaamse maanden en het programma van dit jaar.