Veiling Surinaamse Maanden 2026
Hoe werkt de veiling?
Gedurende de Surinaamse Maanden kunt u tot 30 juli 2026 12 uur in de middag bieden. De drie hoogste bieders per item krijgen daarna nog 24 uur om hun bod te verhogen.
U kunt op 4 manieren bieden
1. Via marktplaats (achter het veilingitem op deze pagina komt vanaf volgende week de link te staan)
2. Door te mailen naar stella@stadsherstel.nl
3. Ook kunt u langskomen in het winkeltje
4. Tijdens één van de lezingen
In het winkeltje (Reguliersgracht 67) staan de voorwerpen in de etalage en in de winkel. Tijdens de lezingavonden liggen ze op de verkooptafel in de Amstelkerk.
Kavel 1: Schouderstukken en dogtag
Kavel 2: Souvenirkist
Kavel 3: Stoel met Marronsnijwerk
Kavel 4: Wajangpop Hoogste bod € 50,-
Kavel 5: Houten schaal
Kavel 6: Kalebaskom
Kavel 7: Asbak van bauxiet
Kavel 8: Handgevlochten mand
Kavel 9: Aardewerken kruik met dop
Kavel 10: Schilderij van Cynthia McLeod (bieden vanaf € 240,-)
Kavel 11: ansichtkaart
Kavel 12: ansichtkaart
Kavel 13: ansichtkaart
Kavel 14: ansichtkaart
Kavel 15: ansichtkaart
kavel 16: ansichtkaart
Veilingstukken van een TRIS-soldaat
Op onze oproep of iemand kunst- of gebruiksvoorwerpen uit Suriname beschikbaar wilde stellen voor onze benefietveiling, reageerden enkele mensen enthousiast. Eén van hen was Hans Kapiteijn:
“Vanuit mijn diensttijd in Suriname in 1973 heb ik enkele spullen meegenomen. Ik wil die graag doneren; fijn als ze goed terechtkomen.”
Wat volgde na het eerste contact was een erg gezellig gesprek toen wij de vele spullen kwamen ophalen.
Schouderstukken en dogtag (veilingitem 1)
Hans Kapiteijn diende, zoals hij in zijn e-mail al aangaf, tijdens zijn diensttijd in Suriname. Hij kreeg zijn oproep in mei 1972. Dat is ook te zien op zijn persoonlijk gemerkte rode stoffen schouderstukken. Bij de TRIS en de Nederlandse Landmacht werden dienstplichtigen vaak aangeduid met hun lichting: in dit geval 72-5 Oproep 72-5 is de vijfde lichting om als soldaat in Nederland op te komen. Deze schouderstukken vormen samen met een sticker van een TRIS-embleem, Hans zijn aluminium identificatieplaatje (dogtag) en enkele sleuteltjes.
Op 12 september 1972 moest Hans naar Blerick (Venlo) voor de chauffeursopleiding. Daarna kon hij kiezen tussen Suriname en Duitsland. Ter voorbereiding op zijn uitzending naar Suriname werd hij geplaatst op de Isabellakazerne in Den Bosch. Van daaruit vloog hij op 29 december naar Zanderij in Suriname. Daar kreeg hij opnieuw rijles, omdat er in Suriname links wordt gereden.

TRIS (Troepenmacht in Suriname) was het Nederlandse militaire onderdeel in Suriname en was daar aanwezig van 1868 tot en met 1975. In de periode van 1952 tot 1975 hebben vele Nederlandse dienstplichtige militairen uit alle wapens en dienstvakken zich vrijwillig opgegeven voor een uitzending van een jaar naar Suriname bij de TRIS. Het avontuur en de financiële voordelen waren voor velen zeer aantrekkelijk.
Deze dienstplichtigen werden ingedeeld bij de zogenoemde Surinamecompagnieën en kregen hun basisopleiding voor de tropen in Nederland. Bij de soevereiniteitsoverdracht van Suriname op 25 november 1975 werd de TRIS opgeheven. De nieuwe Surinaamse Krijgsmacht (SKM) nam het materieel, de voorraden en de gebouwen over. Na de opheffing werd de TRIS weer onderdeel van de Koninklijke Landmacht.
Toen Hans eind 1972, vlak voor oud en nieuw, met het vliegtuig in Suriname aankwam (het jaar daarvoor reisden militairen nog per boot), ging hij direct naar Paramaribo, naar het Prins Bernhard Kampement (PBK). Hier kreeg hij zijn verdere uitrusting en mocht hij enkele dagen acclimatiseren.

Bosbivak Beetskamp.
Vanuit daar ging hij een midweek naar Zanderij voor een bosbivak. Dit was bedoeld om soldaten te leren hoe het leven in de tropen eruitziet. Er werd onder meer aandacht besteed aan het gebruik van vruchten, het omgaan met een kapmes en het ophangen van een hangmat. Hans is daarnaast gestationeerd geweest in kampement Zanderij, het Prinses Margrietkampement in Brownsweg en het Prinses Marijkekampement in Albina, aan de grens met Frans-Guyana. Officieel werd verteld dat militairen niet naar Frans-Guyana mochten gaan, maar in de praktijk gebeurde dat natuurlijk wel.

Ook had hij veel contact met inheemse bewoners. Hans was jeepchauffeur en vervoerde onder andere hoge militairen, zoals een kapitein, sergeant, majoor en sergeant van de wacht. Daarnaast verzorgde hij vervoer voor de begeleiding van de Savannerally.
Hij reed regelmatig naar Albina via Moengo, een rit van circa drie uur over smalle wegen en met verschillende pontjes. Naar Brownsweg reed hij via de bauxietwegen, die ervoor zorgden dat zowel de auto als hijzelf rood kleurden van het stof. Een douche was daarna meer dan welkom, gaf Hans aan.
Ook vervoerde hij goederen van de ene naar de andere locatie.
“Daardoor heb ik in Suriname veel contact gehad met de bewoners en veel mensen leren kennen. Ik kocht of kreeg vaak mooie spullen, die ik bewaarde in een kist die ik in Suriname heb laten maken en later mee naar Nederland heb genomen.”
Souvenirkist (Veilingitem 2)
Naast de normale bagage, mochten TRIS-soldaten in Suriname zo’n 6 weken voor terugkeer een zogenaamde souvenirkisten maken met de maximale afmetingen die zij mochten meenemen. Deze kist (62 × 90 cm) heeft Hans zelf beschilderd en vormt veilingitem 2.

Stoel met Marronsnijwerk (uit Brownsweg) (Veilingitem 3)
De ambachtslieden in Suriname waren bekend met deze kisten en maakten speciale items die precies op deze afmetingen waren afgestemd. Zo paste de stoel met traditionele houtsnijkunst van Marrongemeenschappen exact in de kist. De patronen zijn bij Marrongemeenschappen vaak niet puur decoratief, maar verwijzen naar familiebanden, status, bescherming, schoonheid of spirituele betekenissen.
De constructie met een gekruist onderstel en een schuin geplaatste zitting werd gebruikt voor ceremoniële of decoratieve zetels. De stoel is 85 cm hoog en 1 meter breed. Hij was deels beschadigd, maar is inmiddels hersteld door een meubelmaker.

Marrons zijn afstammelingen van tot slaaf gemaakte Afrikanen die tijdens de koloniale periode van de plantages in Suriname wisten te ontsnappen. Zij vestigden zich diep in het binnenland, waar zij onafhankelijke gemeenschappen vormden en zich regelmatig gewapend verzetten tegen het koloniale gezag.
Na vredesverdragen in de achttiende eeuw kregen verschillende Marrongroepen een zekere mate van autonomie. Tegenwoordig vormen Marrons een belangrijk deel van de Surinaamse bevolking. Zij hebben veel van hun eigen tradities, talen, muziek, houtsnijwerk en culturele gebruiken behouden, vooral in het binnenland langs de grote rivieren.
Daarnaast zat de kist vol met andere voorwerpen die Hans onderweg kocht of cadeau kreeg, zoals:Wajangpop (veilingitem 4)
De wajangpop van 70 cm hoog (inclusief stok) schilderde Hans ook op zijn kist. Wajangpoppen vinden hun oorsprong op Java, waar zij worden gebruikt voor traditionele poppenspelen waarbij schaduw- en lichteffecten een belangrijke rol spelen. De eerste groep Javaanse contractarbeiders arriveerde op 9 augustus 1890 in Suriname. Zij verrichtten arbeid die voorheen door tot slaaf gemaakte mensen werd uitgevoerd.

Houten schaal (uit Brownsweg) (veilingitem 5)
Een handgesneden houten schaal met een diameter van 48 cm. De geometrische patronen en symmetrische motieven zijn kenmerkend voor decoratief houtsnijwerk uit het binnenland van Suriname en worden vaak gemaakt door Marrongemeenschappen.

Kalebaskom (veilingitem 6)
Een kalebaskom van 9 cm hoog: een uitgeholde en gedroogde vrucht van de kalebasboom. Kalebassen werden gebruikt als drinkbeker, eetkom, scheplepel of bij rituelen en ceremonies door zowel inheemse bevolkingsgroepen als Marrongemeenschappen.
Asbak van bauxiet (veilingitem 7)
Een handgemaakte asbak van bauxiet (6 cm hoog). Bauxiet is het belangrijkste erts waaruit aluminium wordt gewonnen. In de twintigste eeuw was Suriname een van de grootste bauxietproducenten ter wereld. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog was Surinaams bauxiet zelfs van strategisch belang voor de geallieerde vliegtuigindustrie.

Handgevlochten mand (uit Brownsweg) (veilingitem 8)
Een handgevlochten mand van 42 × 42 cm, vervaardigd in een traditionele inheemse stijl. Het geometrische patroon in zwart en naturel is typerend voor veel vlechtwerk uit het Amazonegebied. Vierkante manden zoals deze, gevlochten van palmvezels en voorzien van een houten frame, waren belangrijke huishoudelijke gebruiksvoorwerpen bij de verwerking van cassave. Cassave is een zetmeelrijke wortelknol en een belangrijk basisvoedsel voor veel inheemse gemeenschappen. Om cassavebrood te maken, wordt de wortel eerst geraspt. Vervolgens wordt het vocht uit de pulp geperst. Daarna wordt de pulp gedroogd en door een zeefmand zoals deze gehaald om klonten te verwijderen en een fijn meel te verkrijgen. Van dit meel wordt vervolgens een plat brood gemaakt dat op een grote bakplaat wordt gebakken.
Dergelijke manden konden ook worden gebruikt bij de bereiding van kasiri, een traditioneel cassavebier. De geraspte cassave werd met water vermengd en door de mand geperst om vloeistof te winnen, die vervolgens werd gefermenteerd.
1916, gebruik van een zelfde soort zeef
Aardewerken kruik met dop uit Phaedra (veilingitem 9)
Een handgemaakte, asymmetrisch beschilderde en ongeglazuurde kruik van 30 cm hoog) . De roetachtige zwarte verkleuringen wijzen op een traditionele stooktechniek waarbij het object in een open vuur of eenvoudige veldoven is gebakken. Dit soort kruiken, voorzien van een handvat en schenktuit, werd onder andere gebruikt voor het bewaren van vloeistoffen.

Nadat Hans eind 1973 met zijn kist vol herinneringen terugkeerde naar Nederland, is hij later samen met zijn vrouw nog drie keer teruggegaan naar Suriname.
Wij danken Hans hartelijk voor deze bijzondere donatie aan onze veiling, waarvan de opbrengst ten goede komt aan het behoud van erfgoed in Suriname.
Veilingstuk 10 Portret van Cynthia McLeod (bieden vanaf € 240,-)

Over de kunstenaar
Brenda Willems is in 2012 begonnen met een schildersopleiding bij Atelier Henk Sentel, Podium voor fijnschilders. De uitgebreide 4-jarige opleiding was een geweldige basis in realistisch schilderen met olieverf in de oude meesters techniek: eerst met olieverf een grisaille/onderschildering maken en daarna meerdere lagen olieverf tot het gewenste resultaat is bereikt. Haar passie is het schilderen van portretten in opdracht en ze mocht in 2023 voor het programma: Sterren op het doek Femke Halsema portretteren. Na een bezoek aan Stadsherstel Paramaribo heeft ze Cynthia McLead mogen ontmoeten en heeft veel bewondering voor haar. Daarom heeft ze haar geportretteerd voor de Surinaamse maanden en wordt het schilderij voor de veiling aangeboden . De opbrengst is voor Stadsherstel Paramaribo. Het portret is geschilderd op een doek dat is gemaakt in opdracht van Misi Christine, eigenaresse van het Koto Museum, voor 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname. Het doek is geprepareerd voor olieverf en gespannen op spielatten en is 80x80x4 cm.
Ansichtkaarten van Marion Spierings Veilingitems 11 t/m 16
De weduwnaar van Marjon Spierings heeft deze kaarten gedoneerd
