Droge voeten dankzij
drie generaties van
bekend molenaarsgeslacht

V

Vensermolen

Venserkade 112, Diemen

De Venserpolder werd drooggemaakt om de groeiende hoofdstad van voedsel te voorzien. De Vensermolen is ruim 300 jaar geleden gebouwd met hout dat als varend schip vanuit Duitsland werd aangevoerd. De resten zie je nog terug in de balken. Nadat windkracht werd vervangen door een elektromotor, is de molen afgeknot. In de kegelvormige romp is nu een woning: een stoer buitenverblijf op de grens van Amsterdam.

1575
Eerste watermolen
1638
Bouw voorganger
1704
Bouw bestaande molen
1864
Nieuwe watergang
1934
Molenkap verwijderd
1978
Gemaal naast molen
2011
Stadsherstel eigenaar
2014
Restauratie
Nu
Woning
Gebied
Inpolderen

Voedselvoorziening voor Amsterdam

Over de ontginningsgeschiedenis van de Diemense polders is niet veel bekend. Het gebied is vermoedelijk omstreeks 1100 ontgonnen door kolonisten uit Utrecht, waartoe het gebied toen behoorde. In eerste instantie waterden deze ontginningen op natuurlijke wijze af op de rivieren en meren, maar al in de 16e eeuw zullen de eerste bemalingseenheden zijn gebouwd, waaronder de voorloper van de Vensermolen.

Toch bleef de Venserpolder, die zich uitstrekte tussen het Diemermeer (Watergraafsmeer) en het Bijlmermeer, een drassig gebied dat door zomerdijken tegen het Amstelwater werd beschermd maar ’s winters blank stond. Om het land tegen het steeds weer opdringende water te beschermen werd in de 17e eeuw toestemming gevraagd voor bedijking en bemaling. Ook wilde men het waterrijke gebied geschikt maken voor bewoning en veeteelt om zo de snelgroeiende stad Amsterdam van voedsel te kunnen voorzien. Toestemming voor de drooglegging werd gegeven op 5 mei 1638 door middel van een octrooi, een officiële machtiging, van de Staten van Holland en West-Friesland, het hoogste gezag. Hiermee ontstond een nieuwe polder van 369 ha groot, de Venserpolder, die onder meer het huidige Diemen-Zuid en Duivendrecht-Oost omvatte.

Functie
Achtkante bovenkruier

Van windkracht naar elektromotor

Reeds in 1575 stond een watermolen op deze plek aan de Weespertrekvaart. Deze vaart, ook wel de ‘Keulse vaart’, was een belangrijke waterweg waarlangs alle scheepvaart vanuit Amsterdam via de Rijn richting Keulen ging. Waarschijnlijk werd op dezelfde plek in 1638 een nieuwe molen gebouwd, die de nieuwe polder ging bemalen: de Vensermolen. Ook deze is vervangen, en wel in 1704 nadat de voorganger in 1703 door brand werd verwoest. In 1864 is er een nieuwe watergang onder de molen gebouwd en bij deze gelegenheid is in de gemetselde voet een gedenksteen geplaatst: “De eerste steen is gelegd door Jacobus Staal oud 3 jaar den 23e juni 1864 Zoon van Jan Staal Poldermeester”

De Vensermolen is een houten windschepradmolen, een zogenaamde bovenkruier. De vlucht, de afstand in meters van de ene wiektop naar de top van de tegenoverliggende wiek, was 26 meter, het scheprad had een diameter van 6 meter met schoepen van 50 cm. breedte.

Toen in 1917 een gat in de kap van de molen woei is de molen onttakeld. De wieken, het ‘gevlucht’, zijn verwijderd en in de romp van de molen werd een elektromotor met centrifugaalpomp geplaatst, aangedreven door een 50 pk draaistroomelektromotor.

Molenaars
De molen van Portengen

In wiekentaal werd de bruiloft aangekondigd

De Vensermolen staat net over de grens van Diemen, aan het eind van de Duivendrechtse Molenkade. Aan de Duivendrecht kant staat de molen bekend als de ‘molen van Portengen’, de familienaam van een geslacht bestaande uit molenaars en gemaalbeheerders, oorspronkelijk in de regio Utrecht.

Op 21 januari 1882 werd Gerrit Portengen (1860-1928) op deze molen tot watermolenaar aangesteld. Ook zijn vader was watermolenaar in Diemen, en zijn opa Gerrit was dit in Nederhorst den Berg. Ook zijn bruid, watermolenaarsdochter Grietje Franssen, zou hij vinden in Nederhorst den Berg: op hun trouwdag 7 Februari 1890 zette Gerrit de molen op de ‘vang’, de wieken in de ‘komende’ stand, aan de ‘rechtketting’. Zo werd in molentaal deze blijde gebeurtenis in de wijde omgeving bekend gemaakt.

Ook zoon Gerrit, geboren in 1903, wordt watermolenaar en na hem zijn enige zoon, de derde Gerrit (1932), die machinist wordt van het naastgelegen gemaal Portengen, vernoemd naar de drie generaties Portengen die in de loop der jaren de bemaling van de Venserpolder verzorgd hebben.

Het is een soort paleis middenin de stad, een soort buitenverblijf.
Daniëla, bewoonster van de Vensermolen
Woonhuis
Afgeknot

Gelegen op een ‘drielandenpunt’

In het rietdek van de molen zijn de jaartallen 1704 en 1934 gedekt: twee essentiële jaartallen in de levenscyclus van de Vensermolen. Was 1704 het jaar dat de huidige poldermolen werd opgericht, in 1934 was de molen met het verwijderen van de in slechte staat verkerende kapzolder en het inkorten van de molenromp, ontdaan van haar grootste uiterlijke kenmerken. Desondanks is het een waardevol overblijfsel uit onze waterstaatkundige geschiedenis en daarom een beschermd rijksmonument.

In 1978 werd een aantal polders, waaronder de Venserpolder, samengevoegd. Voor de bemaling van werd een nieuw, vrijstaand bakstenen gemaalhuis gebouwd naast de molen. Het overgebleven onderstuk heeft sindsdien alleen nog de functie van woonhuis.

Niet alleen de molen is veranderd, dit geldt ook voor het omringende landschap. Stond hier rond 1890, toen Jacob Olie de Molenkade fotografeerde, slechts een molen en een enkele landarbeiderswoning, in de jaren 20 van de vorige eeuw vestigde zich hier allerlei nijverheid en industrie. Nu zijn nijverheid en woningen vlak bij elkaar gelegen. De Vensermolen ligt hierbij op de grens van maar liefst drie gemeenten: de molen zelf ligt in Diemen, maar de gemeentegrens loopt door de tuin: het naastgelegen gemaal staat in Ouder-Amstel, waar ook de Molenkade onderdeel van is en de Weespertrekvaart tenslotte behoort bij Amsterdam.

Rol Stadsherstel
Eigenaar van zeven molens

Toen de Diemense molenstomp in 2011 vrijkwam na het overlijden van de laatste bewoner uit het oude molenaarsgeslacht Portengen, dacht het Hoogheemraadschap Gooi en Vechtstreek als eerste aan ons als toekomstige eigenaar. Waternet, uitvoerder van het beheer aan de molen, had de buitenzijde goed onderhouden. De molen toonde robuust en degelijk. De fundering en het interieur waren een ander verhaal. In de woning leek de tijd te hebben stilgestaan, zo was de oorspronkelijke indeling met bedstedekamer voor een groot molenaarsgezin behouden gebleven. Rond 1960 was een Bruynzeel keukenblokje geplaatst, maar dat was zo’n beetje de laatste modernisering geweest.

Bij de restauratie in 2014 is de molen op een nieuwe fundering gezet, zijn de riolering en de zwaar aangetaste houtconstructies aangepakt en is beneden vloerverwarming aangebracht. De woning bestaat nu uit drie flinke bouwlagen met mooie ruimtes met de herkenbare achtkantige vorm en met bovendien een kelder in de oude maalschacht. Naast de molen stond een schuur bijna op instorten. Dit gebouwtje is geheel vernieuwd en is nu een prachtige plek voor een atelier of berging. Bij de molen hoort een flink stuk grond aan het water. Waar aan de voorzijde de Ring A10 ligt, kijk je aan de achterzijde uit over het romantische landschap van de oude maalkom.

Huurder
Een molen als thuis

“Je voelt je altijd welkom als je hier aankomt”

Daniëla wilde na de verkoop van haar woning in de Weteringbuurt graag huren bij Stadsherstel. Ze wilde graag in de stad blijven, maar greep de kans om de prachtig gerestaureerde molen te betrekken met beide handen aan. Met haar drie kinderen, de twee honden en twee poezen, vond zij hier een nieuw thuis. Voor Daniëla is het een vertrouwde omgeving, haar oom en tante woonden in haar jeugd in een vergelijkbare molen in Aalsmeer. Over de vraag of ze de molenstomp mooi vindt hoeft ze niet lang na te denken: “Ik vind ‘em fantastisch!”

Haar liefde voor de molen blijkt wel uit Daniëla’s verhalen. Zo weet ze te vertellen dat de acht pijlers met Romeinse cijfers genummerd zijn, evenals de spanten: het balkenwerk werd in de zagerij voorbereid zodat de molen ter plaatse als een bouwpakket in elkaar gezet kon worden. Het hout is een verhaal apart: het werd zo’n driehonderd jaar geleden over het water getransporteerd vanuit Zuid-Duitsland. En niet op een schip geladen, maar het hout wás het schip, een groot vlot waarop huisjes werden gebouwd waar de bemanning tijdens de maandenlange reis kon wonen en op de plaats van bestemming uit elkaar werd gehaald. De boorgaten en de zichtbare metalen dollen, waar de scheepstouwen omheen geslagen werden en die in het hout achtergebleven, herinneren hieraan. Daniëla: “Het is bijzonder om elke dag in een molen wakker te worden, en heerlijk: er gaat een soort kracht uit van dat balkenwerk.”

Meer informatie

Bekijk hier de aflevering over de Molenkade en de Vensermolen (vanaf minuut 21:50 leidt Daniëla presenator en buurtbewoners rond).

Bronnen:
Archief Stadsherstel
Daarom Diemen
Delpher
De familie Portengen, Genealogie en geschiedenis van een Utrechts geslacht, door Jan Portengen
De Hollandsche Molen
De Straten van Amsterdam, AT5 (filmpje uit 2018)
De Zaansche Molen Beeldbank
Duivendrecht Destijds
Historisch Amstelland
Molendatabase
Monumenten Inventarisatie Project Noord-Holland Diemen (1992)
Plaatsengids Diemen
Weekblad voor Ouder Amstel

Aan dit project hebben meegewerkt:
Timmer en aannemersbedrijf D. Louman
Reyntjes BV.

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en worden niet gedeeld. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruik van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Analytische cookies: deze cookies worden gebruikt om statistieken van de website bij te houden. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en worden niet gedeeld. Tevens wordt het laatste octet van het IP-adres automatisch gemaskeerd.