Openbare toiletten voor
mannen én vrouwen

V

Valeriusplein 7

Valeriusplein 7, Amsterdam

Romeinen kenden het fenomeen openbare toiletten wel, maar lange tijd kwam er niks voor in de plaats. Men deed de behoefte gewoon op straat. Totdat de ‘krul’ er kwam er kwam voor de heren en ook deze toiletmogelijkheid voor mannen en vrouwen. U kunt er nu naar de kapper én gelijk uw nagels laten doen.

1922
Bouw toiletgebouwtjes
2012
Stadsherstel eigenaar
2014
Gerestaureerd
Nu
Kap en Nagelsalon
Geschiedenis toilet
Openbare toiletten

De Romeinen hadden de eersten

In de oude tijd waren openbare toiletten niet nodig, totdat de dorpen uitgroeiden tot steden. Er kwam daardoor veel overlast van ronddwarrelende ontlasting. Het stadsbestuur van Rome besloot toen om openbare toiletten te bouwen op hoeken van straten. Het werden een aantal zittingen naast elkaar zonder schaamschot. Want het was gelijk een gezellige sociale aangelegenheid. Ook de spons op een stok, de voorloper van het wc-papier, werd gezellig gedeeld. De fecaliën kwamen in een trog waar stromend water doorheen liep. Nadat het Romeinse rijk viel, is bijna alle kennis omtrent de sanitaire voorzieningen verdwenen.

Zo was er in de middeleeuwen (ca. 500-1500) geen stromend water en ook geen riolering. Mensen deden hun behoefte ‘als ze moesten’ waar het ze uitkwam. In de natuur of gewoon op straat. Als ze het boven een emmer deden dan werd even later die emmer gewoon op straat geloosd.

In Amsterdam werden vanaf 1480 ‘secreten’, een soort openbare toiletten, onder de bruggen geplaatst. Rond 1530 verdwijnen deze toiletten weer, want er komen in de woningen zelf toiletten, in de vorm van beerputten. Die worden dus niet geleegd en veroorzaken ziektes. In de 19e eeuw komt er een wisseltonnensysteem. De strontkar kwam de inhoud van de tonnen ophalen.

Geschiedenis toilet
Secreten

Moeizame strijd tegen het wildplassen

Maar wildplassen en poepen was nog steeds een groot probleem. In de 19e eeuw probeerde de arts Samuel Sarphati, ook de oprichter van het Paleis voor Volksvlijt en het Amstelhotel, daar wat tegen te doen. Met zijn ‘Maatschappij ter Bevordering van Landbouw en Landontginning’ hoopte hij met de secreten twee vliegen in een klap te slaan: ze maakten een eind aan de “onkiesche” manier waarop mensen op straten en pleinen “aan hun natuurlijke behoefte” gehoor gaven, en Sarphati wilde de uitwerpselen verzamelen om als mest te gebruiken in de landbouw.

In 1849 kreeg Amsterdam zijn eerste twee openbare toiletten. Deze urinoirs waren geen onverdeeld succes. Er was geen goed doorspoelsysteem, waardoor ze snel stonken. En de mannen plasten vooral tegen de buitenkant van de gebouwtjes. In 1867 kwamen er 50 urinoirs met een ander ontwerp, er kon niet meer tegen de buitenkant aan geplast worden.

Amsterdam
De Amsterdamse krul

De arts Sarphati was voorvechter van openbare toiletten

Met de introductie van de ‘Krul’ begon het systeem een beetje te werken. Voor mannen dan. De eerste Amsterdamse krul is geplaatst in de jaren zeventig van de 19de eeuw. Bij het toenmalige Paleis voor Volksvlijt werden ze zeven jaar later vervangen door de nu nog bekende meerpersoonskrul. Die had het voordeel dat je van buiten kon zien of er zich personen in bevonden. De krul was een ontwerp van de Dienst der Publieke Werken. Vanaf 1910 werden er in Amsterdam riolen aangelegd.

De urinoirs zijn op mannen gericht. Dat kwam voort uit de redenering van de urinoircommissie dat ze met name bedoeld waren “voor de man die zijn werk op straat heeft”. Ook zouden kosten voor afsluitbare toiletten hoger zijn, en konden er ontuchtige handelingen gepleegd worden. Voor vrouwen werd wel in enige toiletten voorzien, maar alleen in de binnenstad. Toen de samenleving veranderde en er meer vrouwen kwamen die ook buitenshuis werkten, waren ook meer toiletten voor hen nodig. Maar die kwamen er niet echt. Voor emancipatiebeweging ‘de Dolle Mina’s’ was dit aanleiding om het ‘plasrecht voor vrouwen’ op te eisen. Hiervoor werd in 1970 in Amsterdam actiegevoerd door met roze linten de plaskrullen af te sluiten.

Toilet
Architect de Meijer

Amsterdamse School voor mannen en vrouwen

In 1922 kwamen er op het Valeriusplein zowel een herentoilet als een damestoilet. Ze werden in opdracht van Publieke Werken van de Gemeente Amsterdam in Amsterdamse Schoolstijl ontworpen door Jan de Meyer. De architect werd speciaal ingehuurd voor deze klus.

J.B.A. De Meijer (1878-1950) volgde o.a. boetseerlessen bij Menses da Costa, tekende bij het bureau van Berlage aan de beurs en was onder meer werkzaam bij de bureaus van architect Cuypers, de Antwerpse architect Jan van Asperen en de architect B.J. Ouëndag. De Meijer vestigde zich in 1900 als zelfstandig architect. Hij verrichte veel restauratiewerk aan 17e en 18e eeuwse gebouwen. Hij was tevens secretaris van de Commissie voor het Stadsschoon van Amsterdam. De Meijer ontwierp later met name straatmeubilair.

De behoefte aan functioneel en goed vormgegeven straatmeubilair was groot. De verschillende diensten van de gemeenten gaven aan Publieke Werken de technische gegevens door. En Publieke Werken verzorgde het uiterlijk van het straatmeubilair. Uit angst voor overwoekering van de historische binnenstad probeerde de dienst zoveel mogelijk functies in één object samen te voegen en in één stijl te ontwerpen. De gemeenteraad was de mening toegedaan dat de moderne Amsterdamse School-stijl uitstekend aansloot bij de gestelde eisen en vond deze stijl harmonisch samengaan met de verschillende stijlen die in de (binnen) stad vertegenwoordigd waren.

Het is heerlijk om zo dichtbij de natuur te werken. Ik geniet ook van de spelende kinderen om me heen. Ze spelen soms dat het gebouwtje ‘hun bunker’ is. Daar kan het denk ik wel tegen.”
Gigi Madai
Rol van Stadsherstel
Het smeedwerk is teruggekomen

De toiletgebouwtjes waren nodig voor de mensen die van verre kwamen; op weg naar de naast de toiletgebouwtjes gelegen Valeriuskliniek. Toen de gemeente ze niet meer nodig achtte raakten ze in verval. Nu is de binnenkant – van slechts 22 m2 per gebouwtje – geschikt gemaakt voor nieuw gebruik.
De twee toilethuisjes zijn dus gebouwd in Amsterdamse school-stijl. Deze is onder andere te herkennen aan de expressieve plastische architectuur met golvende vormen, horizontale lijnen en ramen met een decoratieve roedeverdeling. Ook de sierlijk gesmede puntige hekwerken worden met de Amsterdamse School stijl geassocieerd.

Helaas was er van dat smeedwerk niet veel meer over, maar dit werd dankzij een bijdrage van de Vrienden weer teruggebracht. Ook ramen, deuren en kozijnen zijn weer op hun oorspronkelijke plaats gekomen. Ook de buitenkant heeft weer het zeer rijk vormgegeven uiterlijk teruggekregen. Inclusief de bordjes voor mannen en vrouwen.

Het voormalige vrouwentoilet, nummer 8, wordt bestierd door Geert Thijssen in zijn ‘Le Salon’. Zijn buurvrouw op nummer 7 is de Hongaarse Gigi Madai, die eerder een stoel huurde in de vorige kapperszaak van Thijssen aan de Koninginneweg. De naam van haar zaakje zegt waar het in haar geval om gaat: ‘Gigi’s hair, nails and extentions’.
www.treatwell.nl/en/place/gigi-s/

Dankzij de steun van de Vrienden van Stadsherstel kon ook de volledige restauratie van het smeed- en hekwerk worden uitgevoerd.
Word ook Vriend
Meer informatie

Bronnen:
Isgeschiedenis.nl
Stadsarchief
Archief Stadsherstel
Straatmeubilair Amsterdamse School 1911-1940

Dit project is mede mogelijk gemaakt door:
De Vrienden van Stadsherstel

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Tracking cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website