Amsterdamse School privaat
voor mensen op doorreis

T

Toiletgebouwtje

Valeriusplein 8, Amsterdam

Op het Valeriusplein werden in de twintiger jaren van de vorige eeuw privaten geplaatst. De doorgaande weg en de Valeriuskliniek zorgden voor veel verkeer en voor die mensen was verlichting via toiletbezoek gewenst. De in onbruik geraakte Amsterdamse School toiletgebouwtjes hebben nu een nieuwe functie, en dankzij de Vrienden hebben ze ook hun gietijzeren versiering weer terug.

1922
Bouw toiletgebouwtjes
2012
Gekocht door Stadsherstel
2014
Gerestaureerd door Stadsherstel
Nu
Kappersstudio
Over het plein
Valeriusplein

Het plein is vernoemd naar de schrijver van het Wilhelmus

Het Valeriusplein in Amsterdam Oud- Zuid is genoemd naar de Nederlandse liedschrijver Adriaan Valerius (1570?-1625). Bekende liederen van zijn hand zijn Merck toch hoe sterck, Wilt heden nu treden en het Wilhelmus dat in 1932 tot volkslied werd gekozen. Ook zijn er verschillende liederen van Valerius opgenomen in de populaire bundel ‘Kun je nog zingen, zing dan mee’ die voor het eerst in 1906 uitkwam en in de twintigste eeuw 41 keer herdrukt werd.
Aan de zuidkant van het Valeriusplein staat het, ook in Amsterdamse School stijl gebouwde Amsterdams Lyceum, aan de oostkant stond de beroemde Valeriuskliniek. De kliniek zelf is in 2013 verhuisd naar De VU en het gebouw is, tot verdriet van de buurtbewoners, die nog jaren actie voor behoud hebben gevoerd, gesloopt. Er is een appartementencomplex voor teruggekomen.

Op dit plein bleken in de twintiger jaren van de vorige eeuw privaten nodig. Het plein vormde namelijk een drukke doorgang in de route van Oud – Zuid naar Nieuw – Zuid. De grote mensenstroom die langs het plein kwam, moest met deze voorziening tegemoet gekomen worden. Ook de Valeriuskliniek drong aan op enkele voorzieningen op het plein.

Architectuur
Amsterdamse School

Publieke werken ontwierp veel straatmeubilair in de Amsterdamse School stijl

De twee toilethuisjes zijn in opdracht van Publieke Werken van de Gemeente Amsterdam in Amsterdamse Schoolstijl ontworpen door Jan de Meyer. Bij het ontwerpen van straatmeubilair maakte de Dienst meermalen gebruik van architecten die geen vast dienstverband bij de gemeente hadden.

In 1922 werden de twee halfronde toiletgebouwtjes gebouwd. De Meyer onttrok de privaten zoveel mogelijk aan het zicht door ze half onder het maaiveld van het plein te laten verzinken. De privaten zijn ontworpen als één vloeiend en golvend bouwlichaam, uitgevoerd in gegoten beton. De plastische vormentaal vertoont overeenkomst met de expressionistische fantasieontwerpen van de Duitse architect H. Finsterlin (1887-1973).

De versiering en het afsluithek zijn in stekelig smeedwerk uitgevoerd. De twee gebouwtjes waren de eerste moderne ondergrondse wc’s van Amsterdam. In 1924 werd tussen de gebouwtjes een bank met uitzicht op het plantsoen op het plein geplaatst, eveneens naar ontwerp van De Meyer. Deze bank werd aan het gemeentebestuur geschonken door de Vereniging tot Bevordering van het Vreemdelingen Verkeer. De Meyer kreeg de opdracht de bank zo goed mogelijk bij de bestaande huisjes te laten aansluiten. De plantsoenaanleg behoorde ook bij het plan.

Verval
Tulp

Jarenlang was het een vrijplaats voor junks

In de jaren tachtig van de 20e eeuw ontwikkelden de huisjes zich tot een illegale ontmoetingsplaats voor homo’s en een vrijplaats voor junks. Vervolgens werden de huisjes door de gemeente volgestort met grond. De jonge onderneemster Sasja Tulp besloot om de huisjes te kopen en ze in samenwerking met architect Matthijs Ligthart op te knappen. De huisjes waren deels onder een hoop aarde gekomen en overgroeid met mos.

Ex-model Sasja Tulp vond het zonde dat zulke mooie monumenten niet meer werden gebruikt. Ze diende een plan in bij de gemeente om haar modellenbureau Anti-Models er in te mogen vestigen. Het is niet helemaal toevallig dat Tulp deze huisjes koos om te renoveren. Haar vader, Ab Tulp, woonde aan dit plein en hield ontzettend van de Amsterdamse School. Hij organiseerde zelfs architectuurroutes voor fietsers langs allerlei gebouwen in deze stijl. Ontzettend jammer vond hij het dat er niets met de privaathuisjes gedaan werd. Vijftien jaar na zijn overlijden, is het Tulp gelukt de droom van haar vader waar te maken. In het Stadsarchief vond zij brieven van haar vader waarin hij de gemeente vraagt iets met de huisjes te doen.

Rol van Stadsherstel

Er was veel graafwerk nodig

Van de oorspronkelijke Amsterdamse School architectuur was niet veel meer te zien door de weelderige begroeiing. Restauratie was dan ook een hele uitdaging en de financiering ervan lastig. Daarom wendde Tulp zich tot Stadsherstel, die de huisjes overnam en de restauratie startte. Gezamenlijk zijn we erin geslaagd om de restauratie en herontwikkeling van de gebouwtjes tot een succes te maken. De buitenkant is in originele staat teruggebracht.

De bordjes ‘mannen’ en ‘vrouwen’ zijn dan ook naast de deur blijven hangen. De binnenkant is geschikt gemaakt voor nieuw gebruik. Na restauratie kwam er een minigalerie en het castingbureau Anti-models in de 2 toiletgebouwtjes. De huisjes, de bank en de hekken hebben de monumentenstatus gekregen omdat ze van algemeen belang zijn wegens architectonische en typologische waarde. Bovendien is er zeldzaamheidswaarde aan dit geheel toegekend.

Bedankt Vrienden!

Dankzij de steun van de Vrienden van Stadsherstel kon ook de volledige restauratie van het smeed- en hekwerk worden uitgevoerd.

Word ook Vriend
Huidig gebruik
Le Salon

Een kapper in het voormalige vrouwentoilet

In het voormalige vrouwentoilet, Valeriusplein 8, zit nu haarstylist Geert Thijssen met zijn “Le Salon”.

“Ik wilde mijn vorige zaak met zeven werknemers sluiten”,vertelt Thijssen opgewekt. “Maar wat moest de volgende stap zijn? Niets doen is niks voor mij. Na 4 dagen vakantie in Lissabon kreeg ik het al benauwd”. Zijn vaste klant en ondernemer Sasja Tulp was eigenaar van de huisjes, ze raakten aan de praat over de overname en restauratie door Stadsherstel. “Ik ging kijken en was meteen verliefd. Dit is een intieme manier om het einde van mijn loopbaan zo lang mogelijk uit te stellen, ideaal. Ik ga van honderd naar zestien vierkante meter.”
De ondernemende buurvrouw en kapper Gigi die in het andere toiletgebouw zit, is geen concurrent, eerder zijn ze vrienden. Ze kennen elkaar van Thijssens eerdere zaak waar de buurvrouw een stoel huurde.

“ Nu speel ik klanten door naar Gigi als ik het te druk heb….” Kapper Thijssen zorgt dat hij en zijn gasten van elke vierkante meter genieten. Klassieke muziek komt uit de speakers, de koffie smaakt.…

Mijn vorige zaak was een hels spektakel. Deze plek is een pareltje in een doos. Al mijn klanten zijn lyrisch, ik kan nog jaren voort.
Geert Thijssen, huurder van het toiletgebouwtje
Bronnen:
  • Monumentenregister
  • NAI
  • Nieuwsbrieven Stadsherstel
  • Straatmeubilair Amsterdamse School 1911-1940
Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.