Van Wereldtentoonstellings hal tot 1e overdekte scheepshelling

W

Westhal Kromhoutwerf

Hoogte kadijk 147, Amsterdam

De Westhal behoort sinds 1888 tot de beroemde Kromhoutwerf. Oorspronkelijk is de geklonken stalen halconstructie in 1887 gemaakt voor de 18e Wereldtentoonstelling, de tweede Wereldtentoonstelling die in Amsterdam georganiseerd wordt, om te imponeren. Het is nu nog steeds in gebruik als onderdeel van de scheepswerf, de laatste in deze ooit zeer bedrijvige scheepvaart buurt.

1757
Eerste werf gerund door familie Kromhout
1867
Familie Goedkoop wordt eigenaar
1888
Gietijzeren Westhal
1889
Gietijzeren Oosthal
1975
Stichting redt de werf
1976
Rijksmonument
1997
Stadsherstel eigenaar
1998
Restauratie
Nu
Museumwerf en evenementen locatie
Ontstaan
Wereldtentoonstelling

De wereldtentoonstelling is ontstaan uit de nationale exposities die sinds de 18e eeuw in verschillende landen werden gehouden. Ze belichtten vooral het eigen (koloniale)rijk, terwijl een wereldtentoonstelling een weerspiegeling zou moeten zijn van de universele mensheid in de betreffende tijdsperiode.

De eerste Wereldtentoonstelling wordt in 1851 in Londen georganiseerd en trekt 6 miljoen mensen. In 1853 wordt de tweede in de Verenigde Staten georganiseerd en in Frankrijk de eerste in 1855. Amsterdam’s eerste is in 1883 en de tweede in 1887.

De wereldtentoonstelling is een typisch product van het optimisme dat midden 19e eeuw geldt ten aanzien van de vooruitgang in de wereld. De tentoonstelling heeft in de eerste plaats het bevorderen van de internationale handelsbetrekkingen en het propageren van de eigen technische vooruitgang ten doel. Belangrijke uitvindingen zoals de telefoon en de auto worden op zo’n tentoonstelling aan de wereld gepresenteerd. Er worden heel wat “Wereldtentoonstellingen” georganiseerd. Om deze “wildgroei” te beteugelen wordt in 1928 het Bureau International des Expositions (BIE) opgericht om toezicht te houden op de inhoud en de frequentie van de tentoonstellingen. Zij bepalen met terugwerkende kracht welke tentoonstelling wel of niet het BIE Certificaat krijgt. Helaas krijgt de Nederlandse uitvoering van 1887 dat predicaat niet.

Ontwerp
Oud- Hollands Marktplein

De Vereeniging tot bevordering van Vreemdelingenverkeer geeft Salm opdracht

Op initiatief van de Vereeniging tot bevordering van het Vreemdelingenverkeer wordt in 1887 op het terrein achter het Rijksmuseum, nu het museumplein, een wereldtentoonstelling gehouden. De officiële naam is Internationale Tentoonstelling van Voedingsmiddelen en Reiswezen. De hoofdcommissie, waarin verschillende prominente Amsterdammers hebben plaatsgenomen, neemt de organisatie op zich. A. Salm GBzn krijgt de opdracht voor het tentoonstellingsgebouw, met een oppervlakte van circa 6.000 m2, te maken. Hij ontwerpt een feestelijk gebouw in neorenaissancestijl. Het lijkt een brutaal antwoord op Cuypers pas opgeleverde Rijksmuseum. Het komt op de nog aanwezige fundatie van het hoofdgebouw van de tentoonstelling van 1883 te staan. De opdracht is waarschijnlijk op zijn pad gekomen door zijn lidmaatschap van de schutterij want een medeschutter was penningmeester van de organiserende commissie.

Voor het hoofdgebouw is een marktplein ingericht van een Oudhollandse stad met zeventiende- en achttiende- -eeuwse huisjes, cafés, winkels en bedrijfjes. Er is zelfs een heus stadhuis en de ingang is een replica ven da stadspoort van Naarden. Wel wordt het stadje met ultramoderne elektriciteit verlicht.

Er staan nog gebouwen in diverse landen die herinneren aan de Wereldtentoonstellingen. Het Crystal Palace is te danken aan de 1e tentoonstelling en de Eiffeltoren aan die van 1889. Onze Kromhouthal verkeert dus in goed gezelschap.

Het nut

Als tussen Kunst & Kitsch laten bezoekers hun voedingsmiddelen onderzoeken op echtheid

De Tentoonstelling voor Voedingsmiddelen, gehouden in Amsterdam in de zomermaanden van 1887, biedt een overzicht van de nieuwste mogelijkheden en de kennis van de voedingsmiddelenindustrie. De kwaliteit van volksvoeding is voor de organisatoren een voornaam aandachtspunt alsook het bestrijden van de vooroordelen die dikwijls het gebruik van nuttige stoffen in de weg staan.

Zo kunnen bezoekers in de vele etablissementen bijvoorbeeld gebak (bereid met behulp van een stoommachine) en andere moderne snacks zoals chocolade proeven. Daarnaast kunnen bezoekers kennis maken met de industriële productie van brood en melk, waar ze zich kunnen overtuigen van de waarde van de nieuwe machinale en daarmee hygiënische bewerkingen van grondstoffen tot voedingsmiddelen. De conservenindustrie toont ingeblikte waren uit binnen- en buitenland. En de ‘Tijdelijke Kookschool’ demonstreert nieuwe manieren van voedselbereiding, gebaseerd op moderne wetenschappelijke inzichten over voedingswaarden.

Vervalsing en gebrekkige hygiëne zijn belangrijke euvelen, zo kan er een collectie vervalste voedingsmiddelen bekeken worden. Maar ook kunnen bezoekers hun levensmiddelen, als een ware voorloper op het programma tussen Kunst & Kitsch, op valsheid laten onderzoeken.

Alles bijeen gaf de tentoonstelling een indruk van het aanbod op het gebied van voeding rond 1890. Het getoonde aanbod lag echter buiten het bereik van de meeste Nederlanders.

Architect

Abraham Salm

Architect A. Salm GHzn (1857-1915)is de zoon van de architect G.B. Zalm. Al snel staat vast dat hij net zoals zijn vader architect wordt en samen stippelen zij zijn toekomst uit. Bram gaat in Parijs studeren en werken om het vak goed te leren. Maar aan het rijke Parijse culturele leven neemt hij niet zo vaak deel. Wel gaat hij met zijn vader, als hij hem bezoekt, naar de Wereldtentoonstelling die dan in 1878 georganiseerd wordt. Later in zijn leven komt er weer een Wereldtentoonstelling op zijn pad als hij een ontwerp inlevert.

Na zijn Parijse avontuur gaat hij in 1880 samenwerken met zijn vader voor bijvoorbeeld Artis en de Amsterdamse Omnibus Maatschappij. Eigen ontwerpen van zijn vader zijn Stadsherstels Spinhuissteeg 1A maar ook de Wintertuin van Hotel Krasnapolsky is bijvoorbeeld van zijn hand. Bram ontwerp o.a. woonhuizen en fabrieken voor de sigarenhandel. Ook ontwerpt hij Villa Casparus voor de directeur van de Van Houten chocoladefabriek in Weesp.

Beide architecten hebben hun bijdrage geleverd aan het veranderende aanzien van Amsterdam. Wat hen bijzonder maakt is hu veelzijdigheid aan gebouwen. Meer nog dan zijn vader put bram naar hartenlust uit de historische bouwstijlen, die hij in fantasievolle combinaties aan zijn opdrachtgevers presenteert

Hergebruik
Geklonken staal

‘T Kromhout meest moderne Amsterdamse scheepswerf na de crisis.

Na de tentoonstelling wordt de gedemonteerde kap van de hoofdgalerij van de tentoonstelling geveild en gekocht door de beroemde scheepsbouw familie Goedkoop voor 2.200 gulden. Zij plaatsten het op de plek van hun oude scheepshelling en kleine loods bij Werf ’t Kromhout. Zo ontstaat de eerste overdekte scheepswerf van Nederland. Daniel Goedkoop koopt de kap op het hoogtepunt van de crisis die toen heerste. Hij besluit zijn werf op dat moment te moderniseren om zijn mensen aan het werk houdt. De halconstructie van 20 x 50 meter wordt door zijn werfpersoneel opgebouwd. Ook wordt een 40 meter lange scheepshelling op stoomkracht gebouwd. En de werf krijgt een andere belangrijke modernisering: verlichting van het terrein met vier elektrische booglampen. Deze krijgen stroom via een dynamo die aangesloten is op de bestaande stoommachine. Door deze investeringen komt ’t Kromhout als meest moderne Amsterdamse scheepswerf uit de crisisperiode.

De stalen constructie van geklonken staal past goed bij de werf want het klinken, een manier om constructieonderdelen aan elkaar verbinden door middel van klinknagels, werd vroeger veel in de scheepsbouw gebruikt. Later plaatst Goedkoop een tweede identieke kap, de Oosthal, over hun machinewerkplaats. Daar worden de beroemde Kromhout Motoren ontwikkeld en gemaakt.

De plek
Maritiem bolwerk

Behoud van de laatste scheepswerf in dit deel van de stad

Al sinds het begin van de gouden eeuw is dit het deel van Amsterdam, waar de scheepsbouw plaatsvindt. De grote werven van de Admiraliteit en de VOC vestigen zich op de Oostelijke Eilanden Kattenburg en Oostenburg. De reders zitten op Wittenburg en de kleinere werven beginnen aan de rand van de oude stad langs Rapenburg en de Nieuwe vaart. De handel is “booming” en door immigratie breidt de stad zich razendsnel uit. Reeds in 1663 worden de verdedigingswerken, bij de 4e uitleg van Amsterdam, voorbij de scheepswerven gelegd. Een paar honderd meter verderop is er nog een overblijfsel uit die tijd; Stadsherstels Muiderpoort.

Hoe de Scheepswerf ‘t Kromhout ontstaan is, wereldberoemd werd en er bijna niet meer was is te lezen in het artikel over de Oosthal van de Werf ’t Kromhout. We zijn er trots op dat we bij hebben kunnen dragen aan behoud van de laatste werf in dit deel van de stad.

Meer over de Oosthal

Bezoek de Kromhoutwerf

Het museum is iedere dinsdag geopend van 09:30 – 15:30 en elke derde zondag van de maand van 12:00 -16:00 uur. Entree: € 7,- p.p. | t/m 12 jaar € 4,-.

Het verhaal van Stadsherstel

Bronnen
  • Xyz van Amsterdam
  • Bouwmeesters van Amsterdam G.B. Salm & A. Salm GBzn
  • DBNL
Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.