De Joodse bewoners
zijn vermoord in Sobibor

N

Nieuwe Herengracht 53

Nieuwe Herengracht 53, Amsterdam

Wij vinden het belangrijk historische huizen te bewaren zodat de indrukwekkende verhalen doorverteld kunnen worden. Maar helaas was dit pand in de jaren zestig van de vorige eeuw gesloopt vanwege de aanleg van de metrolijn. Wij kochten het lege erf en bouwden het huis terug. Burgemeester Ed van Tijn verrichtte de openingshandeling.

Jaren ’60
Sloop t.b.v. metro
1991
Stadsherstel eigenaar
1993
Gereconstrueerd
Nu
Kantoorruimte en parkeergarage
Bewoners
Coupeur Simon Groothuis

Hier kon men ‘heerenkleding’ huren

In het huis hebben verschillende Joodse families gewoond, of bedrijfjes gehad. Zo vinden we van 1916 tot en met 1925 advertenties van coupeur S. Groothuis die hier vandaan herenkleding verkocht en verhuurde. In 1926 staat zijn brommer én zijn pand te koop. S. Groothuis was een in 1887 in Amsterdam geboren kleermaker, later in een politierapport genoemd “heerenkleding verhuurder” Simon Groothuis. Hij overleed in Auschwitz 1944. Hij was de broer van Abraham Groothuis, die in 1941 in het naastgelegen pand op de 1e verdieping met zijn gezin woonde.

Op dat moment woont in de oorlog Benjamin Lopes Cardozo en weduwnaar van Rebecca Cohen, hier. Hij had een dochter Sara en een zoon Jacob, met beroep kleermakersknecht. Jacob was geboren in 1890 in Amsterdam en overleed op 23 juli 1943 in Sobibor. Zijn vader heeft dat gelukkig niet mee hoeven maken, hij overleed een jaar eerder in Amsterdam “in den ouderdom van 83 jaar”.

Ook woont Abraham van Goor met zijn zoon Jacob dan (1941) in het pand, op de begane grond. Abraham is hier na het overlijden van zijn echtgenote Saartje vanuit Enschede gekomen. Hij trouwde met haar in 1889. Zij hadden vier kinderen; Izaak Abraham, Jacob, Julia en Gordina.

Bewoners
Abraham van Goor

De familie had hier een rijwielonderdelenhandel

In het huis hebben verschillende Joodse families gewoond, of bedrijfjes gehad. Zo vinden we van 1916 tot en met 1925 advertenties van coupeur S. Groothuis die hier vandaan herenkleding verkocht en verhuurde. In 1926 staat zijn brommer én zijn pand te koop. S. Groothuis was een in 1887 in Amsterdam geboren kleermaker, later in een politierapport genoemd “heerenkleding verhuurder” Simon Groothuis. Hij overleed in Auschwitz 1944. Hij was de broer van Abraham Groothuis, die in 1941 in het naastgelegen pand op de 1e verdieping met zijn gezin woonde.

Op dat moment woont in de oorlog Benjamin Lopes Cardozo en weduwnaar van Rebecca Cohen, hier. Hij had een dochter Sara en een zoon Jacob, met beroep kleermakersknecht. Jacob was geboren in 1890 in Amsterdam en overleed op 23 juli 1943 in Sobibor. Zijn vader heeft dat gelukkig niet mee hoeven maken, hij overleed een jaar eerder in Amsterdam “in den ouderdom van 83 jaar”.

Ook woont Abraham van Goor met zijn zoon Jacob dan (1941) in het pand, op de begane grond. Abraham is hier na het overlijden van zijn echtgenote Saartje vanuit Enschede gekomen. Hij trouwde met haar in 1889. Zij hadden vier kinderen; Izaak Abraham, Jacob, Julia en Gordina.

Vernietigingskamp
Sobibor en Jules Schelvis

34.295 Nederlandse Joden werden hier vermoord

In tegenstelling tot Auschwitz bestond vernietigingskamp Sobibor, in het huidige Oost- Polen, niet uit een verzameling nevenkampen. Het enige doel was de gevangenen zo snel mogelijk te vermoorden. De meesten die er aankwamen, stierven nog dezelfde dag. Degenen die de eerste schifting overleefden, werden tewerkgesteld in voornamelijk het Sonderkommando, of in nabijgelegen werkkampen. Uiteindelijk wachtte ook hen de dood. In Sobibor werden ruim 170.000 voornamelijk Joden, maar ook Roma en niet-Joodse Polen vermoord. Daaronder waren 34.295 Nederlandse Joden die, verdeeld over 19 transporten, vanuit kamp Westerbork aankwamen. Slechts 19 mensen hebben het kamp overleefd, de bekendste is Jules Schelvis.

Jules kwam in juni 1943 op 22-jarige leeftijd met zijn vrouw en schoonfamilie in Sobibor aan. Zijn vrouw en haar ouders werden meteen vermoord, maar Jules zou (na in nog zes andere concentratiekampen te hebben gezeten) de oorlog overleven. Na zijn pensioen wijdde Schelvis een groot deel van zijn leven aan historisch onderzoek naar Sobibor. Hij schreef verschillende boeken over het vernietigingskamp en over zijn eigen geschiedenis, en maakte het tot zijn levenswerk zoveel mogelijk mensen te vertellen over de geschiedenis van het kamp. Hij was jarenlang voorzitter van de stichting Sobibor en kreeg in 2008 een eredoctoraat voor zijn historisch onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Jules Schelvis overleed op 3 april 2016 op 95-jarige leeftijd.

Indeling
Zes gaskamers

Tot op het laatst werd gedaan alsof ze een douche kregen

Sobibor was ongeveer 400 x 600 meter groot, en bestond uit vier zones: Het Vorlager, waar de SS’ers verbleven en de treinen binnenkwamen. Kamp I, waar de dwangarbeiders woonden en werkten (schoenmakers, zadelmakers etc.) Kamp II, het ontvangstterrein waar de gevangenen hun bagage en kleding afgaven. En Kamp III , dit had op het laatst zes gaskamers waarin in totaal ongeveer 500 mensen tegelijk vermoord konden worden door koolmonoxide in het uitlaatgas van een benzine- of dieselmotor.

Het Vorlager was als een vriendelijk park ingericht. Er stonden bloemperken en wegwijzers naar een niet-bestaand zwembad en restaurant, zodat de gevangenen de indruk moesten krijgen in een comfortabel vakantiepark te zijn aangekomen. Of dat inderdaad het gewenste effect had, valt zeer te betwijfelen, want de SS’ers gedroegen zich allesbehalve vriendelijk. Om ontsnappingen tegen te gaan, was het kamp omgeven door prikkeldraad en een mijnenveld van ongeveer vijftien meter breed.

Bij aankomst werden de gevangenen in Kamp II uitgesplitst naar mannen en vrouwen. Ze kregen te horen dat ze een douche zouden krijgen. Bagage en waardevolle bezittingen werden afgegeven, de gevangenen kleedden zich uit en van de vrouwen werd het hoofdhaar afgeschoren. Vervolgens gingen de naakte gevangenen naar de gaskamers, tot het laatste moment denkend dat het doucheruimtes waren.

Gevangenen
Sonderkommando

Escape from Sobibor

Het Sonderkommando werd gedwongen de lijken en kleding te onderzoeken op waardevolle zaken, zoals ringen en gouden tanden en ten slotte de dode lichamen in massagraven te begraven. In een later stadium was het Sonderkommando ook werkzaam bij het heropenen van de massagraven, toen de nazi’s overgingen op het cremeren van stoffelijke overschotten. Aanvankelijk werd het Sonderkommando na gedane plicht doodgeschoten. Er werd dus na elk transport een nieuw Sonderkommando samengesteld. Waarschijnlijk voldeed het Sonderkommando niet altijd even goed, want later werd tot de instelling van een permanent Sonderkommando besloten, waarvoor natuurlijk huisvesting gebouwd moest worden. Hun uiteindelijke lot was echter hetzelfde en wie weigerde te werken werd direct vermoord. Van diegenen die werden gedwongen in Kamp III te werken heeft niemand de oorlog overleefd.

Escape from Sobibor is de film waarin het waargebeurde verhaal van een opstand in vernietigingskamp Sobibor wordt beschreven. Op 14 oktober 1943 vond uit dit kamp een uitbraak plaats, waarna op bevel van Heinrich Himmler het kamp werd gesloten en met de grond gelijk gemaakt. Rutger Hauer speelt hier een hoofdrol in de film.

Rol van Stadsherstel
Gebouwd op de metro

Het is belangrijk dat deze panden bewaard blijven zodat de verhalen doorverteld kunnen worden. Maar helaas was dit pand in de jaren zestig van de vorige eeuw gesloopt. Wij kochten in 1991 een groot terrein waar meerdere panden op gestaan hebben. Alleen het hoekpand, nummer 55, en het laatste pand, nummer 45 op het terrein stonden er nog. Deze panden mochten van het ministerie gedemonteerd worden vanwege de aanleg van de metrolijn. Maar wel onder voorbehoud dat ze teruggebouwd zouden worden.

Omdat zich een metrobuis pal onder de panden bevindt, werd een bijzonder casco gerealiseerd. De binnenkant werd compleet uitgevoerd in beton, bij de buitenzijde en de kap is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van onderdelen van de gedemonteerde panden die de gemeente opgeslagen had. Om trillingen vanuit de metrobuis op te kunnen vangen, staat de totale constructie op rubberen blokken op de fundering. Voor een deel kwam onder de panden een parkeergarage te liggen, waarvan de entree zich in pand nummer 53 bevindt. In 1993 was de restauratie en reconstructie van het terrein gereed, de openingshandeling werd verricht door burgemeester Ed van Thijn. De panden worden de ‘Waterleidingpanden’ genoemd naar het kantoor van het Gemeentelijke Waterleidingbedrijf dat hierin gehuisvest was. Maar de oudheidkundige en kunsthistorische waarde is vele malen groter dan de waterleidinghistorie.

Vrienden bedankt

Na de restauratie werden de panden opengesteld voor de Vrienden van Stadsherstel.

Word ook Vriend! Maak dit soort reddingen mogelijk en krijg unieke kijkjes in ons boeiende restauratievak.
Word ook Vriend van Stadsherstel
Meer informatie

Bronnen:
Delpher
Stadsarchief Amsterdam
Joodsmonument
Joods Amsterdam
Archief Stadsherstel
Historiek.nl

Aan dit project hebben meegewerkt:
Restauratiearchitect: G. Prins
Restauratieaannemer: H.J. Jurriens B.V.

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en worden niet gedeeld. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruik van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Analytische cookies: deze cookies worden gebruikt om statistieken van de website bij te houden. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en worden niet gedeeld. Tevens wordt het laatste octet van het IP-adres automatisch gemaskeerd.