Aan de Amstel in de Jodenhoek

A

Aan de Amstel in de Jodenhoek

De oneven zijde van de Amstel behoorde tot de zogenaamde Jodenhoek. Hier woonden, vóór maar ook tijdens de 2e Wereldoorlog veel Joden; zo ook in het pand Amstel 95. Begin 20e eeuw was S.G. de Mesquita, horlogemaker en diamantzetter, op Amstel 95 gevestigd. Hij had ook een vestiging op de Muiderstraat 21. En in 1926 woonde de weduwe Mechanicus op dit adres op de 2e etage. Zij bood een zit- en slaapkamer aan met ritueel pension.

De dove weefster Maud Nunes Cardozo

Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde op de begane grond van Amstel 95 de weefster Maud Nunes Cardozo, geboren op 4 juli 1924 in Amsterdam als vierde kind van David Nunes Cardozo en Veronika Haag. Ze had nog een oudere broer, Sjaak, en twee oudere zussen, Greetje en Annie. In 1930 werd haar broertje Flip geboren. Maud’s vader was handelaar in dameskleding, haar moeder hoedenmaakster. Beide ouders hadden problemen met hun gehoor: vader was doofstom, moeder was slechthorend. Ook Maud, haar broers en zussen en andere familieleden leden aan deze laatste kwaal. Maud en haar ouders hadden op de Dovenschool gezeten. Ook het geestelijk vermogen van Maud was niet optimaal. Toen zijn op 1 september 1938 werd uitgeschreven als leerling van de Dovenschool, probeerde de heer Detmer van de Gemeentelijke Nazorg haar te plaatsen in de Gemeentelijke Werkinrichting voor Imbecielen. Op 19 september 1938 werd zij geplaatst in de Gemeentelijke Weefinrichting voor zwakzinnigen, op de Prinsengracht.

Eind 1942 is het gezin op een ochtend van huis gehaald en via de Hollandsche Schouwburg naar Westerbork gebracht. Sjaak was toen al ondergedoken en de zussen Greetje en Annie waren inmiddels getrouwd en woonden al niet meer thuis. Maud bleef met haar ouders en broertje drie weken in Westerbork – toen werden ze op transport gesteld naar Auschwitz, waar ze alle vier op 26 februari 1943 in de gaskamers werden vermoord. Sjaak, Greetje en Annie overleefden de oorlog door onderduik. Maud Nunes Cardozo werd 18 jaar.

De Amsterdamse familie Dukker-Theeboom woonde op de 1e verdieping

Sophia Dukker-Theeboom, geboren in Amsterdam woonde op de 1e verdieping met haar man Jacob Dukker (beroep reiziger) en één van hun zonen, Samuel Dukker, (beroep magazijnbediende). Sophia stond ook bekend als tante Fietje. Het echtpaar Dukker had twee zonen. De één was leider van een jazzband in een hotel aan het begin van de Kalverstraat. De ander was getrouwd met Milca Komkommer. In 1941 woonde zij nog bij haar ouders. Sophia, Jacob en Samuel zijn alle drie in 1942 in Auschwitz overleden.

De huisgenote van Hartog Kuit gaf hun kind in bescherming en vond het niet meer

Hartog Kuit, 38 jaar en geboren te Amsterdam, overleed in Sobibor in 1943. Hartog Kuit woonde samen met zijn huisgenote op de 2e verdieping en hij had twee kinderen. Toen de huisgenote van Hartog Kuit werd opgeroepen zich te melden in kamp Vught heeft zij het oudste kind in bescherming gegeven aan een kennis. In Vught bleek zij zwanger van haar tweede kind. De moeder en het tweede kind hebben de oorlog overleefd, van het oudste kind is niets meer vernomen.

Bronnen

– Joods Monument

Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.