Joods erfgoed uit de Amsterdamse diamantindustrie

P

Professor Tulpstraat 18

Professor Tulpstraat 18, Amsterdam

Met dit omvangrijke project is aangetoond dat het behoud van cultureel erfgoed telkens weer nieuw leven kan scheppen in gebouwen die rijp leken voor de sloop. Dit erfgoed, van Joodse diamantairs, is bewaard en de verhalen daarover kunnen doorverteld worden.

1867
Bouw huis
1920
Verbouwing Elte
Met sloop bedreigd
2002
Stadsherstel eigenaar
2005
Restauratie
Nu
Kantoor/woning
Rol van Stadsherstel
Reddeloos verloren

Dat de straat nog steeds haar 19e-eeuwse aanzien heeft mag een klein wonder heten. Lange tijd heeft het ernaar uitgezien dat de panden gesloopt zouden worden.

De bebouwing verkeerde in slechte staat, vooral door grote funderingsproblemen. Ze waren namelijk gefundeerd op delen van de oude stadsmuur en gleden daarvan af. Delta Lloyd dacht bij de desolate aanblik van de straat niet snel aan herstel. Zij zagen vooral nieuwe kansen in nieuwbouw, zeker als een deel van de panden al reddeloos verloren leek te zijn of gesloopt. Bovendien hadden de panden geen monumenten bescherming. Zo ontstond een ambitieus plan tot nieuwbouw. Daarbij werd voorbijgegaan aan de historische ankers van dit buurtje. Een omstandigheid die een reactie opriep van degenen die juist wel sterk betrokkenheid voelden met de historie van dit stukje stad.

Het duurde even, maar de argumenten van degenen die de geschiedenis van de straat wilden bewaren werden steeds serieuzer genomen door de gemeente, zodat het proces van projectontwikkeling stagneerde. Delta Lloyd zocht naar creatieve mogelijkheden om de impasse te doorbreken en nam contact op met de club waar zij aandeelhouder van waren.

En zo ontwikkelden wij met hen en met het Stadsdeel een haalbaar restauratieplan. Waarbij wij eigenaar van de even zijde werden.

Diamant
Braziliaanse diamantproductie

Amsterdam centrum van de diamanthandel

Al vanaf de 17e eeuw was Amsterdam het centrum van de diamanthandel. Dit was te danken aan Sefardische Joden, die naar het relatief tolerante Amsterdam waren gekomen. Ze hadden handelscontacten in de Portugese koloniën en toegang tot de daar gewonnen diamantenvoorraden. Ze haalden de ruwe stenen naar Amsterdam om te laten slijpen door Joodse vaklieden. Hiervoor hoefden ze niet lid te zijn van een gilde. Joden mochten namelijk geen werk uitoefenen waarvoor je lid moest zijn van een gilde. Onder deze diamantbewerkers bevonden zich veel Asjkenazische joden. Zij waren gevlucht nadat in 1618 de vervolging van joden in Polen verergerde.

In de 17e en 18e eeuw groeide de diamanthandel en -nijverheid gestadig. Door de nadruk op kwaliteit kregen de Amsterdamse slijpers een grote naam en de stad werd het belangrijkste handelscentrum voor diamant in de wereld. De Amsterdamse Portugees-Joodse kooplieden hadden vanaf 1725 tot het eind van de 18e eeuw volledige controle over de Braziliaanse diamantproductie. Aan het einde van de 19e eeuw was de diamantindustrie een van de grootste bedrijfstakken. Circa 10.000 arbeiders waren hier werkzaam.

Vanwege Belgische maar ook Duitse slijperijen liep het diamantbewerken in Amsterdam terug, in 1935 naar zo’n 5.000. De Tweede Wereldoorlog was de definitieve doodsteek voor ‘Het Vak’. Het grootste gedeelte van de diamantbewerkers werd weggevoerd.

Diamant
Amerikaanse diamantenkopers

Amsterdamse diamanthandel in de Tulpstraat

De Tulpstraat is door de ligging naast het Amstelhotel de spil geworden van de diamanthandel met Amerika. Na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog, in 1864, begon voor de Verenigde Staten een periode van grote economische bloei. Er ontstond een rijke middenklasse, die veel geld kon en wilde besteden aan statusverhogende luxeartikelen. De Amerikaanse markt werd verreweg de belangrijkste afzetmarkt voor in Amsterdam geslepen diamanten. Amerikaanse tussenhandelaren vonden hun weg naar de stad en logeerden hier in het enige hotel met internationale uitstraling en luxe, het Amstelhotel.

De handel, die vaak gepaard ging met de nodige stemverheffing, vond plaats op de hotelkamers en in de lobby van het hotel. Deze situatie leidde tot overlast voor de overige gasten. Daarom werden in 1885 aan de overkant diamantairkantoren en monsterkamers gebouwd.

Gebruik
Woningen van diamantairs

Verbouwd voor diamantair Saks

In de loop der jaren vestigden zich in de Tulpstraat diamantairs met bekende namen zoals Van Moppes en Rodrigues de Miranda. Op nummer 4-6 (nu nummer 16 en 18) hield zelfs de Algemeene Juweliers Vereeniging kantoor. Vanaf het begin woonden er diamantwerkers. In het laatste kwart van de 19e eeuw stonden er 8 diamantklovers, -snijders en -slijpers geregistreerd. De voor Amsterdam uitzonderlijk grote ramen van sommige huizen in de straat zouden erop kunnen wijzen dat deze speciaal gebouwd zijn met het oog op bewoning door diamantwerkers of -handelaren.

Het gebied had in eerste instantie vooral een woonbestemming. Maar door de aanwezigheid van het vermaarde hotel is een aantal woningen omgezet in kantoorruimte voor de internationale diamanthandel. Een belangrijke verbouwing in de Tulpstraat vond plaats in 1920 toen de Amsterdamse architect Harry Elte – wiens bureau sinds 1917 op Tulpstraat nummer 11 gevestigd was en die bekend is van zijn ontwerp van de Synagoge aan het Jacob Obrechtplein – onze nummers 4 en 6 verbouwde.

Architect
Harry Elte

Conciërgewoningen en kantoor

Harry Elte verbouwde de nummers 4 en 6 voor de diamantair Maurits Saks. Beide panden waren in 1908 al samengevoegd, maar nu werden ze intern volledig veranderd. Het kantoor en de twee conciërgewoningen op de bel-etage en het souterrain kregen eigen entrees. Een derde deur werd gemaakt ter plaatse van de bouwmuur ten behoeve van het kantoor op de eerste en tweede verdieping, dat rondom een centraal trappenhuis kwam te liggen. De representatieve vertrekken werden verfraaid. Op de tweede verdieping kwamen glazen plafonds en een lichtkoepeltje.

Het interieur van Elte was in de loop der jaren volgebouwd en achter betimmeringen verdwenen. Bij de restauratie werd dit fraaie Amsterdamse School-interieur weer in oude staat hersteld. Op de eerste verdieping was het Elte-interieur in de voor- en achterkamer nog volledig aanwezig; bestaande uit een mooie schouwpartij met elektrische kachel, lambrisering en pui. Ook staat er nog een mooie kluis die getuigt van het diamantairsverleden en is er fraai visgraatparket. Bovenop de door Elte verbouwde panden bevond zich oorspronkelijk een achtkantige, met zink bedekte daklantaarn. De lantaarn was verdwenen maar op basis van de bouwaanvraagtekeningen is deze teruggekomen.

Vrienden bedankt

De daklantaarn van Harry Elte is teruggeplaatst dankzij een bijdrage van onze Vrienden. De lantaarn is nu bekroond met een windvaan met tulp, een Jodenster en een diamant waarin de namen gegraveerd werden van de partijen die betrokken waren bij de restauratie.
Word ook Vriend
Meer informatie

Bronnen:
Joods Amsterdam
Gemeente Amsterdam
Archief Stadsherstel
Gemeente Archief

Aan dit project hebben meegewerkt:
Aannemersbedrijf Schakel en Schrale
CASA architecten

Dit project is mede mogelijk gemaakt door:
Delta Lloyd Vastgoed

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Tracking cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website