Waar de dames voor het eerst
achter de ramen zaten

S

Sonnenbergh

Herengracht 361, Amsterdam

Huis Sonnenbergh is gebouwd in Amsterdamse Renaissance stijl in opdracht van Jan Gerritsz Sonnenbergh. Hij liet als familiewapen de gevelsteen Sonnenbergh aanbrengen in de gevel. In de 19e eeuw was hier het eerste Amsterdamse bordeel gevestigd waar de dames achter de ramen zaten. Het huis werd met een stutconstructie op zijn plaats gehouden voordat wij het in 1962 restaureerden. Toen brachten we ook de trapgevel terug.

+-1655
Bouwjaar
1959
Aangekocht
1962
Gerestaureerd
Nu
Woningen
Gevel
Amsterdamse renaissance

Klezoortjes alleen in de 17e eeuw

Het is goed te zien dat dit een 17e eeuws huisje is. Zo heeft het een geringe hoogte en een houten onderpui met puibalk. De gevel is een goed voorbeeld van een late trapgevel in een sobere Amsterdamse renaissance. Deze stijl was van 1550-1630 erg populair. Aan de originele klezoortjes in de middengevel is te zien dat deze werkelijk 17e eeuws is. Klezoren zijn kwartbakstenen die aan de randen van het metselwerk nodig zijn om kruisverband te krijgen en alleen in de 17e eeuw werden deze toegepast (in de 18de eeuw worden driekwartklezoren gebruikt om in kruisverband te metselen).

Het lijkt alsof Herengracht 361 haar gehele 17e eeuwse uiterlijk nog heeft, maar dat is slechts schijn. In het begin van de 18e eeuw kwamen de eerste aanpassingen; de kruiskozijnen werden vervangen door schuiframen en er werden roederamen in de onderpui geplaatst. Bij een tweede verbouwing maakte het hijsluik met twee lichtopeningen plaats voor twee schuiframen. En in 1880 is de oorspronkelijke trapgevel vervangen door een sobere lijstgevel (hier met een houten dakvoorschot in de vorm van een klok).

Rol van Stadsherstel
Terugbrengen trapgevel

Tijdens deze restauratie, in 1962, werden door Henk Zantkuijl, hoofd van het bureau Monumentenzorg Amsterdam, voldoende aanwijzingen gevonden om de trapgevel weer terug te kunnen reconstrueren. (Dit werd verdedigd in een artikel in het Maandblad Amstelodamum) Maar de kruiskozijnen werden niet teruggebracht. Ook de stoep bleef aan de linkerzijde; deze was oorspronkelijk in het midden.

Het bijzondere van dit huis is de jukconstructie achter de wand van de binnenhaard. Het is een zeldzaam voorbeeld van de laatste fase tussen houtskeletbouw en volledige steenbouw. Het normale overgangstype bestond uit een constructie van houten jukken met daar tussen evenwijdige balken die in de muur waren opgelegd. En ons pand heeft dus maar één juk.

Het voorhuis is erg ondiep; slechts drie meter. De spiltrap was rechts geplaatst. Dit is een zeldzaam voorbeeld van een pand waarbij de trap en de stookplaats aan één zijde van het huis zijn aangebracht. Het onderhuis en de verdieping waren eenvoudig en gelijk van indeling.

Gevelsteen
De Sonnenbergh

De bouwheer liet zijn familiewapen aanbrengen

In 1623 was Aert Fredericxzn eigenaar en in 1631 verkocht de wieldraaier Jan Jeuriaensz het huis aan de stoeldraaier Albert Willemsz. Aan beide zijden van het pand liep toen een gang, dat is op de kaart van Baltasar Florisz uit 1625 duidelijk te zien. In 1637 werd het huis verkocht aan de glasschrijver (glazenmaker) Jan Gerritsz, die ook eigenaar was van het aangrenzende huis met schaepstal aan de achterzijde. Tussen 1652 en 1659 werd het oude huis aan de Herengracht vervangen door een woon- annex bedrijfspand, het huidige pand. De stegen verdwenen daarbij. De gevelsteen is toen ook gelijk door de bouwheer aangebracht.

Jan Gerritsz (1579-1657) behoorde tot het Deventerse geslacht Sonnenbergh. In de gevelsteen liet hij een berg en een zon aanbrengen, zijnde zijn familiewapen.

De zoon van Jan Gerritsz heette mr. Bernardus of Barend Sonnenberg en was sinds 1643 getrouwd met Margaretha Puyman, die het huis later nog als weduwe heeft bewoond. Haar kleinkind heeft het pand in de 18e eeuw gemoderniseerd.

In het midden van het fries zit de gevelsteen Sonnenbergh. Bij de restauratie kwamen we achter de voorstelling nadat we diverse lagen verf weghaalden van de deels weggehakte afbeelding.

Gebruik
Bordeel van Aaltje Turksma

Voor het eerst achter de ramen

In 1873 wordt het pand voor 9780 gulden verkocht aan Aaltje Turksma, de Friese weduwe van een uit Emden afkomstige Sigarenmaker. Zij vestigde in het pand een in die tijd zeer bekend bordeel. Aaltje was “een visschersvrouw met een Frieschen tongval”, die dikwijls langs de weg scharrelde met een schortje voor en een zwart mutsje op, een boodschappenmandje in den arm, zij klampte dan vooral “schippersmeiden” aan, die zij een prachtige dienst beloofde.

Voor die tijd was het een bijzonderheid, dat de prostituées in dit pand voor de ramen zaten om de voorbijgangers door tikken tegen de ruiten naar binnen te lokken, hetgeen bij andere bordelen niet gebeurde. Aaltje heeft in die tijd veel geld verdiend en later haar activiteiten verplaatst naar de Stadhouderskade bij de Frans Halsstraat. Het huis was tot 1896 een bordeel, daarna werd het verkocht aan Paul Lafleur te Vreeland, die ook eigenaar van de villa Jagtlust te Kortenhoef was.

In 1950 zat er een bedrijf in maatkleding van Alphons Bossaers en in 1956 het bedrijf van Alphons Junior.

Meer informatie

Bronnen:
Stadsarchief Amsterdam
Digitaal grachtenboek
Vier eeuwen Herengracht
Gevelstenen van Amsterdam
Archief Stadsherstel
Bijdrage tot de geschiedenis en de bestrijding der prostitutie te Amsterdam

Aan dit project hebben meegewerkt:
Restauratiearchitect: Gerard Prins

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Tracking cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website