Ensemble S104, samengesteld door fortepianiste Mariko Goto, brengt drie prachtige trio’s ten gehore van Mozart en Beethoven. Uitgevoerd op oude instrumenten, met Elise Dupont op viool en Anne-Linde Visser op cello.
Als geen ander vóór hem, liet Mozart in zijn composities horen hoe ver de expressieve kwaliteiten van de fortepiano konden reiken. Zijn eigen uitzonderlijke speeltalent en vermogen tot improvisatie droegen hier zeker aan bij. Het piano trio in G majeur – net gecomponeerd na Le Nozze di Figaro – was een van de stukken die hij zelf veel speelde op zijn concerten in Wenen. In het Wenen van 1785 zette hij de fortepiano op de kaart als kamermuziek- én solo-instrument. Tegelijkertijd gaf hij beide strijkinstrumenten in het trio een nieuw soort zelfstandigheid, met een voller en rijker kleurenpalet als resultaat.
Met zijn Opus 1, bestaande uit drie piano trio’s, bestormde Beethoven het kritische muziekleven van Wenen. Deze Opus 1 zien wij als een opschudding, een dramatische entree en een ongelofelijk begin van Beethovens bijzondere carrière. De trio’s zitten vol verrassingen, absurde wendingen en contrasten. Het was muziek die de mens tot dan nog niet eerder ervaren had. Of de muziekliefhebbers en -kenners de kracht die uitgaat van deze muziek al doorhadden is natuurlijk maar de vraag en ondanks de goede ontvangst die de stukken kregen moeten de uitvoerders zich wel in het zweet gewerkt hebben om Beethovens bravoure onder de knie te krijgen!
Het tweede pianotrio uit de Opus 70 van Beethoven is een van zijn meest bijzondere en complexe piano trio’s. Het is een hoogtepunt van Beethovens middenperiode, waarin zijn muziek een diepere en meer filosofische betekenis kreeg. Tussen al deze verheffende sferen en emoties blijft echter ruimte om de liefelijkste melodieën te schrijven, zoals in het schitterende derde deel van dit pianotrio.