Gespaard bij de
grote brand van
de Ronde Lutherse Kerk

S

Stromarkt 49-53

Stromarkt 49-53, Amsterdam

Vlak naast het imposante gebouw van de Ronde Lutherse Kerk staat op de hoek met de Smaksteeg een bescheiden pandje met tuitgevel: Stromarkt 49-53, voorheen nummer 23. De bewoners zullen hem flink geknepen hebben toen in 1822 een heftige brand uitbrak in de koepel: zoals vrijwel altijd bij kerkbranden was ook hier sprake van slordigheid bij werkzaamheden en het pand werd volledig in de as gelegd.

Eind 16e eeuw
1e Bebouwing
1973
Stadsherstel eigenaar
1976
Restauratie
Nu
Winkel & woningen
1600
Twee huizen

Uit een familie van geneesheren

Op deze hoek zijn al voor 1600 twee huizen gebouwd, zo blijkt uit een overdracht van een kwart part in deze huizen en erven. Varensman Cornelis Willemsz verkoopt dit voor ƒ 62,- aan zijn broer Harmen, die eveneens varensman is. Vier jaar later verkoopt hij het deel aan Sijmon Jan Vechtersz.

Hoe het van hem in bezit komt van kleermaker Jan Jansz is onbekend, maar dit is de eerstvolgende verkoper in 1642 als het huis in zijn geheel voor ƒ 3200,- verkocht wordt aan Dirck Hermansz van de Kolck. Het huis komt na zijn overlijden in eigendom van zijn dochter en mede-erfgename Vrouwe Maria van de Colck, weduwe van mr. Cornelis Backer, schepen en raad van Haarlem. Eerder was zij in het huwelijk getreden met secretaris van de stad Jan Roodenburgh (†1690); haar broer Hermanus, medicinae doctor was daarbij getuige. Ook de gekoren voogd van Maria bij de verkoop van het huis, Hubertus Kriek, oefent dit beroep uit. Hij is gehuwd met Elisabeth van Kolck, waarschijnlijk Maria’s zus. In 1711 betaalt de nieuwe eigenaar, meester-timmerman Lucas van Wijck, in totaal ƒ 1950,- voor het huis. Er is dan sprake van twee afzonderlijke pothuizen, waarvoor precario betaald moet worden. De koper neemt dit voor zijn rekening.

18e Eeuw
Eigenaren

Een weduwe met theewinkel

Na deze verkoop raken we het spoor van eigenaars een beetje bijster. In 1708 is de dan 25-jarige Hillegonda van Wijk (1683-1771) uit de – nabijgelegen – Gouwenaarssteeg in ondertrouw gegaan. Vermoedelijk is hier een verwantschap. Haar echtgenoot is plaatsnijder Jan Rademaker (1683-1760) die rond 1734 als eigenaar van het pand vermeld staat. Tussen 1770-1773 is het huis eigendom van de kinderen van Arie Roothard. Hoe dit zo gekomen is hebben we niet kunnen achterhalen. In 1729 is Arent Roothart met Ariaantje Wassenburg van de Stromarkt in ondertrouw gegaan; uit dit huwelijk zijn vijf kinderen geboren: Anna (geboren in 1730), Maria (1733-1764) en drie zonen met de naam Cornelis – waarvan alleen de jongste (1741) overleeft. Een van zijn dochters, Adriana, huwt Hendrik van Noort in 1790 en deze staat in 1800 dan weer als eigenaar vermeld.

Wat betreft de bewoning weten we dankzij de personele quotisatie uit 1742 dat de weduwe van Andries Rempelaer, een boekdrukker uit Deventer, er dan een theewinkel bestiert waarmee ze ƒ 700,- opstrijkt. Ze heeft een dienstbode en betaalt ƒ 350,- huur. Haar zoon, wijnkoper Andries Rempelaer woont bij haar in, met een inkomen van ƒ 600,-. Ook genoemde Rademaker woont er met zijn vrouw op kamers. Hij staat dan als timmerman vermeld en verdient ƒ 700,-, waarvan de helft uit de huur komt.

Lutherse Kerk
Felle brand

De koperen platen vlogen door de lucht

In 1822 zullen ze het behoorlijk warm hebben gehad daar aan de Stromarkt: in dat jaar brandde ‘De Ronde’, de Lutherse Kerk volledig uit. De kerk was in 1671 in gebruik genomen en was met zijn indrukwekkende koepel een teken dat het lutheranisme het goed deed in Amsterdam.

Ook al in die tijd was de oorzaak van kerkbranden veelal te vinden in werkzaamheden, zo waren hier de ‘aanstichters’ loodgieters die op de zolder van het gebouw bezig waren. De koperen platen van het dak vlogen ”in groote bladen door de lucht” en het vuur kleurde “met afwisselende tinten van blaauw en groen”. De brand sloeg over naar naastgelegen panden en pakhuizen met daarin opgeslagen veel brandbaar materiaal zoals hout, olie en ‘geestrijke’ dranken, maar de huizen aan de Stromarkt bleven ondanks de ondragelijke hitte gespaard. Persoonlijke ongelukken deden zich niet voor, wel werden veel buurtbewoners in de chaos beroofd. De hele nacht werd nog geblust, maar voorkomen kon niet dat de kerk volledig in de as werd gelegd: alleen de muren stonden nog overeind. Direct erna werd begonnen met de herbouw: de lutherse gemeente schonk meer dan ƒ 150.000,- en Koning Willem I zegde een bedrag van ƒ 16.000,- uit de staatskas toe en legde daar persoonlijk nog ƒ 4000,- bij. Lutherse gemeenten uit binnen- en buitenland gaven ook gul. De herbouwde kerk werd in 1826 ingewijd.

19e Eeuw
Bewoners

18-Jarige met buitenechtelijke tweeling

Wie ten tijde van die brand in het huis woonde weten we niet. In 1805 waren dit Eijbrand Schagen die voor ƒ 200,- het huis huurde, Pieter Gerrits en Anna de Bruyn, die respectievelijk ƒ 70,- en ƒ 48,- voor een kamer betaalden. Tussen 1843 en 1859 staat P. van Rossum als eigenaar vermeld, maar die bewoonde het pand waarschijnlijk niet zelf want in 1851 is de hoofdbewoner de weduwe A. Diegenbach-Mulder, die werkster is. In 1864 is dit schipper G. Gortworst met zijn gezin. Zijn weduwe Femmigje ten Kleij en hun drie zonen verhuizen in 1878. Daarna wonen hier tapper Adriaan van der Beek en zijn vrouw Catharina Maria Beereboom. Op dat moment zijn huis, 1-hoog, 1-hoog voor en achter en 2-hoog voor bewoond.

In 1904 is hier een schaftlokaal van G. Scheffer en R. Laffra. Onbekend is of dit dezelfde Scheffer is die in 1920 eigenaar is van het schaftlokaal op nummer 3.
In 1933 woont dienstbode Dirkje van Roekel (1911-1998) enkele maanden op 2-hoog. Als 18-jarig meisje komt zij in maart 1932 naar Amsterdam, waar ze in september van datzelfde jaar een tweeling krijgt, een jongen en een meisje. De vader is onbekend. Het lijkt erop dat de kinderen gescheiden van elkaar in verschillende tehuizen zijn opgenomen. Van dit adres verhuist Dirkje naar nummer 17

Rol van Stadsherstel
Zeldzame tuitgevel

Stromarkt 49-53, voorheen nummer 23 is een woonhuis met 17e-eeuwse – of zelfs nog oudere – kern met een 19e-eeuwse gevel onder een sobere rechte kroonlijst met daarboven een zeldzame bakstenen tuitgevel en met een houten onderpui met twee deuren.

Het pand werd in 1973 verworven, net als Stromarkt 15, 17 en 19 en met Gouwenaarssteeg 13 en Smaksteeg 24.
In 1976 werd de omvangrijke restauratie van deze panden (behalve Stromarkt 15 dat in 1978 werd gerestaureerd), plus het tussengelegen nummer 21 opgeleverd. In totaal werden hier 12 woningen en 6 winkels gerealiseerd. De winkelruimte heeft nu als adres Stromarkt 49, op 1-hoog en 2-hoog zijn de woningen met nummers 51 en 53.

Deze totaal verkrotte buurt heeft dankzij vereende inspanningen weer een enorme opleving gemaakt. Ook de Ronde Lutherse Kerk met kosterswoning werd gerestaureerd door eigenaar Sonesta Hotel. De gemeente verbeterde de straatprofielen met brede trottoirs, sierbestrating en Amsterdammertjes en met bomen.

Meer informatie

Bronnen:
Archief Stadsherstel
Delpher
Genealogie van Roekel
Ons Amsterdam
Stadsarchief Amsterdam

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en worden niet gedeeld. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruik van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Analytische cookies: deze cookies worden gebruikt om statistieken van de website bij te houden. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en worden niet gedeeld. Tevens wordt het laatste octet van het IP-adres automatisch gemaskeerd.