Pakhuis de Zwijger
van koelpakhuis naar duurzaam cultuurhuis

P

Pakhuis de Zwijger

Piet Heinkade 171-181, Amsterdam

Het als koelpakhuis gebouwde De Zwijger is in 1934 naar ontwerp van architect J. de Bie Leuveling Tjeenk en ingenieur K. Bakker tot stand gekomen. Dat was in opdracht van het al meer dan drie eeuwen bestaande bedrijf Blaauwhoedenveem- Vriesseveem NV. Nadat het al jarenlang zijn functie verloren had zou het gesloopt worden. Nu is De Zwijger het enige onderdeel van de reeks pakhuizen aan de Oostelijke Handelskade dat zijn oorspronkelijke silhouet heeft behouden.

1934
Gebouwd
2005
Stadsherstel eigenaar
2006
Gerestaureerd
Nu
Cultureel centrum, kantoren, restaurant
De plek
De Oostelijke Handelskade

Een nieuwe plek waar koopwaar opgeslagen kon worden

In 1876 werd het Noordzeekanaal officieel geopend. Amsterdam werd hiermee bereikbaar voor schepen met grote diepgang. De oude haven had al sinds de 18e eeuw met verzanding te kampen. Daardoor konden de boten de haven vaak niet in. Ook omdat de bouw van het nieuwe Centraal Station de boel afsloot, kwam er langs de Oosterdoksdijk een handelskade met binnenhaven. Zo konden ook de (dure) stoomschepen, die vanwege de rentabiliteit veel moesten reizen, zo snel mogelijk geladen en gelost worden met moderne kranen. In 1884 werd het eerste pakhuis geopend. Het tweehonderd meter lange gebouw bestond uit drie delen: Azië, Europa en Afrika. Hiermee kreeg Amsterdam het eerste moderne pakhuis gelegen aan diep water en spoor.

Het Blaauwhoedenveem werd door een overname in 1886 eigenaar van het pakhuis en liet in 1895 een tweede neerzetten. Bestaande uit twee delen: Amerika en Australië. Er vonden later nog meer overnames/fusies plaats en onder de naam Blaauwhoedenveem-Vriesseveem werd opdracht gegeven voor de bouw van pakhuis De Zwijger.

Bedrijf
Blaauwhoedenveem

Het veem werd in 1617 door Bredero in zijn blijspel opgevoerd

Het Blaauwhoedenveem heeft als oprichtingsjaar 1616. Dat is het jaar dat in een gildebrief de vemen voor het eerst worden genoemd. Vemen waren eenvoudige samenwerkingsverbanden tussen sjouwers in de Amsterdamse haven. Ze brachten de goederen van de boten naar De Waag, waar de waagschalen opgesteld stonden. Aan de hand van gewicht en kwaliteit van de goederen bepaalde de waagmeester hier hoeveel waaggeld iemand verschuldigd was.

Het Blaauwhoedenveem was blijkbaar bekend, want in 1617 publiceerde de Amsterdamse dichter en toneelschrijver Gerbrand Adriaensz. Bredero zijn blijspel De Spaansche Brabander, waarin hij twee vemen opvoerde: de blaauwhoeden en de klapmutsen.

Officieel waren alle gildes in 1798 afgeschaft, maar de beroepsorganisaties bleven in de praktijk nog lang bestaan. Dit gold ook voor het Waagdragersgilde, waartoe de vemen behoorden. Dat gilde verloor pas invloed met het vervallen van het waagrecht in 1816. De vemen bleven wel bestaan. Zo waren er onder andere de Blauw-, Rood-, Groen-, Bont- en Strohoeden en de Klapmutsen. Te herkennen dus aan de kleur of het type hoofddeksel.

Het Blaauwhoedenveem gold heel lang als het rijkste en grootste van de veebedrijven. Naar voorbeeld van Pakhuismeesteren van de Thee gaven de blauwhoeden in 1856 celen (verhandelbare eigendomsbewijzen) uit voor de goederen die het opsloeg. Zo ging de handel nog gemakkelijker.

Bedrijf
Begin en einde

Op de zijgevel staan de steden waar ze kantoor hadden

Het bedrijf breidde ook in het buitenland uit. Aan de zijgevel van de Zwijger zijn negen zand-stenen platen in blauw mozaïek, met de namen van de steden waar Vrieseveem N.V. haar kantoren had geplaatst. Maar het bedrijf kreeg het wel moeilijk.

Blaauwhoedenveem-Vriesseveem leunde van oudsher zwaar op de opslag van koloniale goederen. De stroom van deze producten droogde op tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, toen Indonesië onafhankelijk werd van Nederland. Er vinden dan aanpassingen en natuurlijk weer diverse overnames plaats in het bedrijf, dat zodoende uitgroeide tot het bekende Koninklijke Vopak N.V. Vopak is nu het grootste onafhankelijke tankopslagbedrijf van de wereld. Ze beroepen zich, ontstaan als ze zijn uit Het Blaauwhoedenveem, op 400 jaar ervaring met opslag en overslag.

Architectuur
Koelpakhuis

Pakhuis De Zwijger

Tijdens de crisisjaren werd pakhuis De Zwijger, met een opslagcapaciteit van 6.500 m2 aan de Oostelijke Handelskade gebouwd, naar ontwerp van ir. Jan de Bie Leuveling Tjeenk (vormgeving) en ir. K. Bakker (constructie). Opdrachtgever was dus het Blauwhoedenveem-Vriesseveem. Tegelijkertijd werden de pakhuizen Europa en Afrika aangepakt. Europa was in 1920 al uitgebreid met kantoren en personeelswoningen en werd in 1935 grondig verbouwd door Tjeenk en Bakker.

Pakhuis De Zwijger is een voorbeeld van het zakelijk expressionistisch bouwen. De betonnen draagconstructie met achtzijdige paddestoelkolommen, alsook de forse uitkraging op de 2e verdieping, bedacht om op precariokosten te besparen, maken het ontwerp extra bijzonder. Het is van algemeen belang vanwege de architectuur-, cultuur- en bouwhistorische en typologische waarde, als een van de eerste moderne koelhuizen waarbij architectuur en techniek volledig met elkaar zijn verweven.

“Tjeenk heeft weloverwogen de gevelcompositie met vensters, laaddeuren en hijshuizen van zorgvuldige detaillering voorzien. De teruggerooide bovenste verdieping heeft een zaagdak met vensters aan de IJ-zijde ten behoeve van de monsterzolders. Van de weinige overgebleven utilitaire gebouwen in het Oostelijk Havengebied is De Zwijger een van de belangrijkste voorbeelden. Het behoort tot de belangrijkste industriële gebouwen van Amsterdam en heeft internationale allure.”

Duurzaamheid en architect
Jan de Bie Leuveling Tjeenk

Duurzaamheid in het ontwerp

Net als pakhuis Afrika is De Zwijger uitgevoerd in gewapend beton. Om problemen als bij Afrika te voorkomen werden de betonnen gevelwanden bekleed met halfsteensmuren. Hierdoor werd ook een ander probleem opgelost dat zich bij Afrika voordeed; de onvoldoende isolatie die de betonnen muren boden. Zo werd het een van de modernste koelhuizen.

Op de 6e verdieping waren ruimten, waar door ongedierte aangetaste lading kon worden behandeld met gas. Eén van deze gaskamers werd luchtdicht afgesloten met een forse schuifdeur. Over milieuvervuiling deed men in die tijd nog niet zo moeilijk; het gas werd gewoon de buitenlucht ingeblazen.

Tjeenk was in zijn tijd een vooraanstaand figuur in de bouwwereld. Door zijn vele functies ten dienste van het bouwvak, waaraan hij veel tijd besteedde, is zijn oeuvre als architect relatief klein, en was hij buiten het vak geen bekende naam. De in 1885 geboren Amsterdammer studeerde in Delft en vestigde zich in 1914 als zelfstandig architect. Vanaf 1921 was hij lid van de Commissie voor de Restauratie van het Koninklijk Paleis te Amsterdam en in 1936 verbouwde hij Paleis Soestdijk. In 1924 bereidde hij de inzending voor van de in Parijs te houden Internationalen Tentoonstelling voor Decoratieve Kunsten. Hiervoor werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 1940 organiseerde hij de inzending voor de Wereldtentoonstelling in Rome. Vanwege de inval van de Duitsers strandde hij in Parijs, waar hij overleed aan de gevolgen van een verkeersongeluk.

Nieuwe bestemming
Sloop?

Popoefenruimte Herman Brood

De functie van koelpakhuis ging in de tachtiger jaren verloren. Tegelijkertijd ontstonden plannen om de IJ-oevers en eilanden te gaan gebruiken voor woningbouw. Ter plaatse van De Zwijger werd de verbinding bedacht tussen de oever en de eilanden. Inmiddels was voor het pakhuis de Rijksmonumentstatus aangevraagd, waardoor het niet meer gesloopt kon worden. Dus boort de in 2001 voltooide Jan Schaeferbrug zich dwars door pakhuis De Zwijger heen. Vanwege de doorbraak in het gebouw is een enorme staalconstructie op de 7e verdieping aangebracht, waaraan alle onderliggende vloervelden met behulp van Dywidag staven zijn ‘opgehangen’. Zodoende konden de kolommen op de begane grond en 1e verdieping worden verwijderd ter plaatse van de brug.

Toen het pakhuis toch ging scheuren werd het alsnog gestut. De nog toegankelijke ruimtes werden tijdelijk in gebruik genomen als culturele broedplaats In 1986 nam het Repetitiehuis er zijn intrek. Het werd één van de belangrijkste popoefenruimtes van de stad – waar onder anderen Loïs Lane en Herman Brood repeteerden – en een underground hotspot met optredens en feesten. Vanuit deze gebruikersgroep werden ook de plannen ontwikkeld voor een “Pakhuis voor de creatieve industrie”. Nadat enkele ontwikkelaars hun tanden op dit project hadden stukgebeten, werd Stadsherstel Amsterdam gevraagd de restauratie ter hand te nemen.

Het voormalig koelpakhuis fungeert als thuishaven voor de creatieve industrie en voor mensen die op hun eigen manier de stad maken tot wat zij is. Stadmakers noemen wij ze, een eretitel. Zij staan centraal in de verhalen die dagelijks in programma’s verteld en gedeeld worden. Het doel is daarbij altijd: informeren, inspireren en creëren.
Pakhuis de Zwijger.
Zie voor het programma www.dezwijger.nl
Rol van Stadsherstel
Multimediaal pakhuis

In het bouwteam met architect André van Stigt, ingenieursgroep Van Rossum en aannemingsbedrijf De Nijs werd in december 2003, in nauw overleg met het Ontwikkelingsbedrijf van de gemeente Amsterdam, gestart met de ontwikkeling. Eind 2004 konden de voorbereidende werkzaamheden plaatsvinden voor de start van de bouw, in maart 2005 werd daadwerkelijk gestart. De oplevering was in augustus 2006.

Bij de restauratie werd na een ingrijpende interne sanering allereerst de constructieve samenhang hersteld, waarbij, ten behoeve van gewichtsreductie, op de fundering boven de weg vloervelden werden weggenomen, waardoor op die plek grote zaalruimtes ontstonden. In totaal is 5500 m2 overgebleven van de oorspronkelijke 6500 m2. Dit multimedia pakhuis met zijn hoogwaardige en snelle verbindingsvoorzieningen bevat nu 2174 m2 culturele ruimtes, zoals zalen en studio’s. 1793 m2 wordt gebruikt voor kantoorruimtes voor de creatieve industrie en 590 m2 voor horeca.

In 2015 zijn op het dak van De Zwijger 200 matzwarte zonnepanelen geplaatst van Janszon. Zo heeft het dak weer het aanzicht terug uit 1934, toen er matzwarte bitumen op lagen.

Op de dag van de duurzaamheid is het dak in gebruik genomen. De zonnepanelen brengen 35.000 kilowattuur op, het verbruik van zo’n 10 huishoudens.

Meer informatie

Bronnen:
Archief Stadsherstel
Stadsarchief Amsterdam

Aan dit project hebben meegewerkt:
Restauratieaannemer: Bouwbedrijf De Nijs
Installatiebedrijf: JansZon

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Tracking cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website