Kazerne ‘oud Nico’
gered door oud
brandweermannen

K

Kazerne ‘oud Nico’

De Ruijterkade 144-150, Amsterdam

Eén van onze pareltjes; de monumentale kazerne uit 1890 van de architect Willem Springer. Het kazernegebouw is in 2011 gerestaureerd en getransformeerd in diverse woon en bedrijfsruimtes. Je vindt er nu de showroom van Levi Strauss & Co, enige kunstenaarsbroedplaatsen en woningen. Enkele oud brandweermannen hadden het pand van de sloop gered, maar verschillende pogingen tot ontwikkeling waren gestrand, totdat wij in 2006 het pand van de gemeente konden overnemen.

1890
Gebouwd naar ontwerp van stadsarchitect Willem Springer
1973
Brandweer verhuisd naar nieuwe kazerne
1992
Stichting ‘oud Nico’ opgericht om sloop te voorkomen
2006
Stadsherstel eigenaar
2011
Restauratie
Nu
Diverse woon- en bedrijfsruimtes en kunstenaarsbroedplaatsen
Geschiedenis
Brandweer

Eerste korps met beroepsbrandweer

Amsterdam kreeg in 1874 als eerste gemeente in Nederland een beroepsbrandweer. Eerder werd het brandwezen bemand door dienstplichtigen (1831-1863) en vrijwilligers. Er was al jaren veel kritiek op de kwaliteit van de brandweer, maar het gemeentebestuur vond een beroepsbrandweer te duur. Klungelig optreden van de vrijwilligers bij een grote brand in 1870 bij het Rembrandtplein dwong het stadsbestuur om de brandweer alsnog te professionaliseren. En zo werd Amsterdam de eerste stad in Nederland met een brandweerkorps dat volledig uit beroepsmensen bestond.

In korte tijd werden in de stad meerdere kazernes gebouwd. De ontwerpen waren van de hand van de architecten Bastiaan de Greef (stadsarchitect van 1856-1890) en Willem Springer (waarnemend stadsarchitect van 1890-1891) van de dienst Publieke werken. Ze kenmerken zich door robuuste vormen, vaak met kantelen op de daken.

Door de uitbreiding van het havengebied ontstond ook de behoefte aan een kazerne in de nabijheid van het IJ. Dat werd onze kazerne, het werd de ‘derde hoofdwacht’. De posten en de hulpwachten werden bemand vanuit de grote hoofdwachten, waar de manschappen sliepen. Het blusmaterieel bestond uit twee stoomspuiten en negen handspuiten. De stoomspuiten en twee van de handspuiten werden tot 1900 door paarden getrokken. Indien nodig rukten de brandwachten ook uit naar Noord, met een veerpont.

De naam
Hoofdwacht N

Hoezo de naam Oude Nico?

Gaandeweg werd het aantal kazernes uitgebreid en het materiaal gemoderniseerd. De brandweer kreeg al in 1881 telefoon. In 1927 kwam de straatbrandmelder, ontworpen door de architect van Publieke werken P.L. Marnette. Bij ons kleinste Politiebureautje van Nederland staat nog zo’n melder in Amsterdamse School stijl. Deze melder is gecombineerd met een politiemelder. Ze stonden lange tijd ook verspreid door de stad.

Onze kazerne kreeg de letteraanduiding N, naar de voorloper van deze kazerne in de Waag op de Nieuwmarkt. Later, toen er een goede naam gezocht werd tijdens de reddingspoging, werd daar de naam “Nico” van gemaakt. Die naam had de kazerne min of meer al gekregen want in het spellingsalfabet worden de letters aangeduid met een eigennaam. In de loop der tijd ging deze naam over op de kazernes zelf. Hoofdwacht ‘N’ werd kazerne ‘Nico’.

Architect
Assistent- stadarchitect

Hij kwam uit een oud Amsterdams geslacht van timmerlieden

Willem Springer (1815 –1907) kwam uit een oud Amsterdams geslacht van timmerlieden. Zijn overgrootvader Jan Springer was begin 18e eeuw meester-timmerman en lid van het Amsterdamse gilde van timmerlieden. Zijn grootvader, eveneens Jan geheten, werd in 1768 lid van het gilde, en zijn vader Willem (1778-1857) vestigde zich na de afschaffing van de gilden als zelfstandig timmerman en aannemer. Springer was de broer van de architect Hendrik Springer (1805-1867) en de bekende kunstschilder Cornelis Springer (1817-1891).

Willem studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Daarna was hij opzichter en tekenaar, totdat hij in 1858 in dienst trad van de Dienst der Publieke Werken. Daar werd hij assistent van stadsarchitect Bastiaan de Greef. Bij Publieke Werken had Springer het druk met scholen, politiebureaus, talloze bruggen en dus ook met onze brandweerkazerne.

Zijn werken zijn deels eclectisch, deels gebouwd in neo- stijlen. Zo had hij, samen met zijn zoon Jan Springer de hand in de in ‘Oud-Hollandsche’ stijl ontworpen Kweekschool voor de Zeevaart, aan de Prins Hendrikkade. Zijn werk wilde tegenwicht bieden aan de neogotische ‘Cuypers-invasie’, waaraan de stad vanaf 1875 werd blootgesteld. Springers tweede zoon, Pieter Springer, overleed vóór hem door een ongeluk.

Ontwerp
Kasteelachtig gebouw

Het ontwerp moest vertrouwen uitstralen

In 1890 ontwierp Springer onze brandweerkazerne. Hij werd uitgevoerd in meerkleurige baksteen en vormgegeven in eclectische stijl, met aan de renaissance en middeleeuwen ontleende motieven. Deze robuuste stijl lijkt gekozen om vertrouwen te wekken in de nieuwe professionele brandweerorganisatie. In de gevels verwerkte Springer brandweerattributen. Zo werden de sluitstenen boven de grote rondboogopeningen op de begane grond, bewerkt en voorzien van de attributen van de brandweerman en een salamander.

Op de begane grond waren de werkruimten te vinden: de remise met paardenstal en de seinkamer. Boven de remise lagen de slaapzalen voor 44 brandweerlieden, aan de achterzijde was de slang- en klimtoren. De wachtkamer en de kantine vormden het dagverblijf van de manschappen. De kantinehouder woonde naast de keuken, de sectiebrandmeester en de brandmeester hadden op de 1e en 2e verdieping hun kantoor en woning.

In 1905 werd de kazerne uitgebreid met een vrijstaande smederij, in 1908 met extra slaapvertrekken aan de achterzijde en in 1911 met een materialenbergplaats.

Nadat de paardenkracht werd vervangen door stoomkracht werd de smederij omgebouwd tot machinekamer en ontlaadstation en de remise werd omgevormd tot een werkkuil. Uit deze tijd stammen ook de glijpalen bij de hoofd- en rechterachtertrap.

Aan den tegenwoordig algemeen gestelden eisch in de architectuur dat een gebouw uitwendig het kenmerk moet dragen van het doel waarvoor het werd gebouwd en de bestemming die eraan gegeven wordt, voldoet deze nieuwe kazerne zeer zeker
Amsterdamsch Nieuwschblad van 1890
Rol van Stadsherstel
Behoud was niet zo makkelijk

Toen de brandweer in 1973 verhuisde naar de “nieuwe Nico” bij de IJ-tunnel, mocht er brandweerpersoneel in de woningen blijven wonen en trokken kunstenaars in de andere ruimten. De Nederlandse Klim- en Bergsportvereniging gebruikte de achtermuur als klimmuur. Vanwege de ontwikkeling van de IJ-oevers kwam de gemeente met het plan dit markante gebouw te slopen, zodat het plaats kon maken voor een groot kantoorgebouw.

In reactie hierop werd in 1992 door de bewoners, waaronder brandweerman Jan Wolf, de stichting ‘Oud Nico’ opgericht, zodat zij als rechtspersoon de belangen van Oud Nico konden behartigen. Met de hulp van verschillende monumentenorganisaties wist de stichting de status van rijksmonument voor het kasteeltje aan het IJ te verkrijgen. Inmiddels werd een deel van het gebouw verhuurd als goedkope atelierruimte, de technische staat van de kazerne was toen al sterk verslechterd.

Nadat verschillende vastgoed projectontwikkelaars hun tanden hadden stukgebeten op het monument, nam Stadsherstel de brandweerkazerne in 2006 over van de gemeente.

Stadsherstel had een plan ontwikkeld waar de bewoners in het pand mochten blijven wonen en ook de kunstenaars- ateliers konden blijven. Op de begane grond, inclusief de voormalige smederij, zou de showroom en het kantoor van de nieuwe huurder Levi Strauss & Co komen.

Huurder
Genomineerd

Mooiste showroom ter wereld van Levi Strauss

Er was wat m2 uitbreiding van het gebouw nodig om de plannen te kunnen realiseren. Daarbij was het belangrijk dat het karakter van de vrijstaande burcht behouden werd. Na variantenonderzoek is de noodzakelijke uitbreiding aan de achterzijde geplaatst, tussen het hoofdtrappenhuis en de zijrisalieten. Hiermee werd voortgeborduurd op de diverse uitbreidingen van vlak na de bouw.

Terwille van de architectonische duidelijkheid is ervoor gekozen om deze bescheiden uitbreidingen vorm te geven als abstracte volumes. De volumes zijn, evenals de entresolvloeren, los gehouden van de bestaande monumentale metselwerkgevels. Geperforeerde aluminium gevelbekleding levert aan de buitenzijde het gewenste anonieme karakter op en vormt tevens de vaste zonwering van de op het zuiden georiënteerde glasgevels. De oorspronkelijke indeling is leidraad geweest bij de restauratie en transformatie.

De restauratie en restyling van het gebouw heeft zo’n 1 ½ jaar geduurd. Het werd, zoals gebruikelijk bij Stadsherstel, ook een leerlingbouwplaats om zo een bijdrage te leveren aan het in stand houden van het restauratieambacht.

Een vertegenwoordiger van het hoofdkantoor van Levi Strauss & Co in San Francisco liet bij een later bezoek weten, dat hij dit “het mooiste kantoor van ons bedrijf ter wereld” vond.

Oud Nico werd na de restauratie door de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) genomineerd voor de architectuurprijs.

Meer informatie

Bronnen:
020apps.nl/kaart/t/28/Brandweer
Casa architecten
Wendingen
Archief Stadsherstel
Stadsarchief Amsterdam
Delpher

Aan dit project hebben meegewerkt:
Evers Partners
BK Bouw
B-Covered
CASA architecten

Dit project is mede mogelijk gemaakt door:
De (buurt)bewoners en met name brandweerman Jan Wolf die samen de stichting ‘Oud Nico’ hebben opgericht en daarmee het voor elkaar hebben gekregen dat het pand de status van Rijksmonument heeft gekregen.

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Tracking cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website