Waar één van de oudste Suikerbakkerijen
“t Moriaans Hooft”
stond

Z

Zinken nieuwbouw

Oudezijds Voorburgwal 28, Amsterdam

Door omsluiting van allerlei bebouwing is niet altijd te zien wat er op een binnenterrein in de stad gebeurt. Stegen zijn uit het zicht verdwenen of afgesloten of er is gewoonweg geen binnenterrein meer. Vanuit onze bierbrouwerij de Prael wordt er wel iets van ons binnenterrein onthuld. Dat hier één van de eerste suikerbakkerijen gestaan heeft is van boven de grond niet meer af te lezen. Maar wanneer we ondergronds gaan kijken dan wordt het een heel ander verhaal.

13e eeuw
Eerste bewoners Warmoesstraat
1340
Graven Oudezijds Voorburgwal/lange kavels
16e eeuw
Suikerbakkerij
1926
Drukkerij de Volharding
2001
Stadsherstel eigenaar
2008
Nieuwbouw
Nu
Bierbrouwerij
Eerste gebruik
Kamers

Het binnenterrein wordt volgebouwd met huisjes en bedrijfjes

Ons binnenterrein dat ingeklemd zit tussen de Warmoesstraat, Oudezijds Armsteeg, Oudezijds Voorburgwal en Heintje Hoeksteeg kent een interessante geschiedenis. Het begint in de 13e eeuw wanneer de eerste bewoners aan de Warmoesstraat komen wonen. De Oudezijds Armsteeg is dan de noordgrens van de stad, direct langs het IJ. De eigenaren benutten de achtererven van de Warmoesstraat voor hun ambachten of als groentetuintje. In 1340 wordt de Oudezijds Voorburgwal gegraven en ontstaan er lange kavels van de huizen aan de Warmoesstraat tot aan de stadsgracht. Na de Warmoesstraat ontstaan er huizen aan de stegen en later ook aan de Voorburgwal.

Het binnenterrein wordt voor allerlei doeleinden gebruikt en is bereikbaar via diverse steegjes. Na 1400 raakt het door de bevolkingstoename al snel vol met bedrijfjes en “kamers”. Dat zijn kleine woningen van maar één bouwlaag met dak, één deur en een raam. Later wordt het binnenterrein voor verschillende bedrijfsdoeleinden gebruikt. Het meest interessant is het gebruik als suikerbakkerij. Tijdens de restauratie van ons Veilinghuisje op het binnenterrein hebben we door het gemeentelijk bureau monumenten & Archeologie een archeologische opgraving laten uitvoeren. Naast het Veilinghuisje worden de resten zichtbaar van één van de eerste Suikerbakkerijen van de stad

16e -eeuw
Suikerbakkerij

Jacob Dirckszn Rosenkrans is de eerst bekende suikerbakker

In de oude binnenstad ontstaan de eerste Amsterdamse suikerbakkerijen. Welke de oudste is, is onbekend. We weten alleen dat het stadsbestuur in 1597 vaststelt dat de “raffineurs van suycker” samen in geval van brand recht hadden op achttien brandemmers. Aangezien zes per bedrijf de norm was, moeten er toen drie suikerbedrijven zijn geweest. Zo veel zijn er volgens een lijst uit 1605 nog steeds. Rond 1700 staan er ongeveer honderd suikerfabrieken in Amsterdam.

Op ons terrein heeft ooit de suikerbakkerij “Het Moriaanshoofd” gestaan. Jacob Dirckszn Rosenkrans is de eerste suikerbakker die hier bekend is. Hij woont in het huis Warmoesstraat 37, dat in 1553 ‘De witte Rosencrans’ heet, en heeft achter zijn huis een suikerbakkerij, die door de Suikerbakkerssteeg in verbinding staat met de Oudezijds Voorburgwal. Een steegje naar de Heintje Hoekssteeg heet dan Rosenkransgang. De suikerbakkerij heeft hier tot de 18de eeuw gestaan. Boven de grond is niets meer van de bakkerij te zien, alleen de Suikerbakkerssteeg, naast ons pand Oudezijds Voorburgwal 30, is een stille getuige.

Tijdens het archeologisch onderzoek komen er twee gebouwen tevoorschijn met waterreservoirs, waterkelders en waterputten. Bij de verschillende stadia van de suikerraffinaderij wordt namelijk grote hoeveelheden water gebruikt om de substantie, waaruit uiteindelijk suiker ontstaat, te reinigen en te koken.

Suiker
Koloniale waren

Twee eeuwen lang komt de meeste suiker uit Suriname.

In de kolonie Suriname liggen de plantages aan rivieren. De hoofdgebouwen staan aan het water; de huizen van de planter en de opzichter, het boothuis en de keuken. Daarachter liggen de slavenverblijven en landbouwgronden. In 1684 zijn er 80 suikerplantages, in 1704 128 en bijna 450 rond 1750. Op de plantages wordt rietsuiker door tot slaafgemaakten geoogst, geplet, gestookt en als vloeibare kegels van een halve meter gestold. De zogenaamde suikerbroden. Kisten met suikerbroden worden naar de Paramaribo geroeid en naar Amsterdam verscheept, waar de meeste suikerbakkerijen van het land staan.

In Amsterdamse suikerbakkerijen wordt het halffabricaat bewerkt tot bruikbare suiker en stroop. Dat gebeurt door het meerdere keren te zuiveren door de substantie te koken met ei en kalk, waarna de vrij heldere dikke siroop ingekookt wordt tot kandij. Om kristalsuiker te krijgen, wordt de kleffe massa in aarden kegelvormen met in de punt een gaatje gegoten. Deze worden bovenop een aarden pot geplant, waarin de resterende stroop lekt. Daarna volgen enkele droogprocessen waarna de suikerbroden in blauw papier verpakt zowel lokaal als internationaal worden verkocht. Suiker was tot ver in de 19de eeuw een luxeproduct, maar de suikerstroop was ook voor minder welgestelden redelijk betaalbaar en geldt als zeer voedzaam.

20e -eeuw
Theo Tijssen

De drukkerij slokt alle bebouwing op en laat een verwaarloosd gebied achter

De suikerbakkerij is er tot in de 18e eeuw. In de eeuwen daarna kent het binnenterrein alleen bedrijfsmatige activiteiten. Het bouwblok verandert vooral in 1926 in één groot industriegebied als drukkerij De Volharding er zich vestigt. De Volharding is een kleine drukkerij van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers. Bestuurslid/redacteur, schrijver en onderwijzer Theo Thijssen komt hier wekelijks zijn kopij voor de bondsbladen De Bode en School en Huis brengen. In dat laatste blad (gericht op ouders van leerlingen) publiceerde hij zijn vervolgverhalen ‘Kees de jongen’, ‘Schoolland’ en ‘De gelukkige klas’, kort daarna is dit in boekvorm uitgegeven.

De drukkerij wordt steeds groter vanwege verschillende fusies tussen onderwijsvakbonden en breidt het bedrijf uit over het bouwblok. De panden worden met de achtererven van de panden in de Warmoesstraat tot één grote hal samengevoegd. Ook het terrein waar onze zinken nieuwbouw komt behoort daartoe. Het oude veilinghuisje doet in deze hal dienst als opslagruimte en personeelskantine. De Volharding verhuist in 1988 haar drukpersen naar het Westelijk Havengebied. Ze laten een zeer vervallen en verweesd stukje binnenstad achter.

Rol van Stadsherstel

Na de drukkerij belandt een groot deel van de bebouwing inclusief het terrein waar het hier om gaat, door een faillissement van aannemersbedrijf Sikkens, in handen van Stadsherstel. Er wordt met de gemeente en de buurt goed nagedacht over een nieuw gebruik van alle panden en het binnenterrein. Zo wordt het verwaarloosde binnenterrein niet meer volgebouwd met een één laangse bebouwing, zoals volgens het bestemmingsplan wel mag. Maar er wordt een gezamenlijke tuin aangelegd door jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. De tuin wordt onderhouden door medewerkers van de Prael.

De Prael is een sociale bierbrouwerij waar ook weer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken. Meestal zijn dit mensen met een psychische achtergrond. Zij hebben hun bierbrouwerij gevestigd in het oude veilinghuisje. In de zinken nieuwbouw is onder andere hun verpakkingsruimte gekomen. Met de zinken bebouwing, de bierbrouwerij, de bebouwing op het lege terrein aan de Oudezijds Armsteeg en de restauratie van diverse panden aan de Oudezijds Voorburgwal is er weer een leefbaar stuk stad gekomen waar gewoond en gewerkt wordt.

Tip: Neem een kijkje in het proeflokaal van Brouwerij de Prael aan de Oudezijds Armsteeg. U kunt achterin een blik werpen op het Veilinghuisje en een deel van het binnenterrein.

Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.