Parys aan de Wallen gebouwd door vermogende Hugenoten

H

Huis Parys

Oudezijds Voorburgwal 232, Amsterdam

Een bijzonder fraaie gevel heeft dit rijksmonument waarvan de geschiedenis af te lezen is. Dankzij een gevonden historische beschrijving weten we ook hoe het er in 1800 binnen heeft uitgezien. Waarschijnlijk was het destijds het huis van koopman Jan Frederik Mamouchette heer van Houdringe.

1626
Bouwjaar huis PARYS
1715
Nieuwe gevel
1975
Gekraakt
1993
Aankoop
1995
Restauratie
Nu
3 woningen
Bewoners
Hugenoten

Frankrijk in Amsterdam

In de 17e eeuw, toen Amsterdam zich tot het belangrijkste handelscentrum van Europa ontwikkelde, was Amsterdam een toevluchtsoord voor Franse hugenoten en vrijdenkers. De welvaart ging namelijk hand in hand met een voor die tijd ongekende tolerantie ten aanzien van andersdenkenden. Marie des Jardins beschrijft Amsterdam in een reisverslag in 1688 als volgt: ‘Amsterdam is het aangenaamste oord van Europa; er is geen Pers of Armeniër die zich daar niet als in zijn vaderland thuis voelt.’

De Waalse Kerk aan de Oudezijds Achterburgwal 159 kwam in 1586, toen Amsterdam overging naar het protestantse geloof in gebruik bij de Waalse en Franse hugenoten. Sindsdien vinden de kerkdiensten in de Franse taal plaats. Aan het eind van de 17de eeuw was het aantal Franse hugenoten in Amsterdam zelfs zo groot geworden dat er niet minder dan vijftig predikanten aan deze kerk verbonden zijn.

Veel van de ‘nieuwe’ Franse inwoners vestigden zich in de Jordaan. Waarschijnlijk is de naam een verbastering van het Franse woord jardin (tuin), omdat vrijwel alle straten hier bloemen-, planten- en bomen namen hebben. Nog steeds vind je in deze buurt familienamen van Franse oorsprong, zoals Perlé, Lancée en Baljé.

Architectuur
Fluwelen Burgwal

Het koopmanshuis PARYS met alliantiewapen

Ook ons pand heeft een Frans verleden. Het staat vanouds bekend als ‘Parijs’ naar de eigenaar, Pieter Parijs genaamd, die het huis 1626 gekocht had en een gevelsteen erin had laten aanbrengen. De gracht heette tot het begin van de 17e eeuw nog de Fluwelen Burgwal heette omdat veel rijke Amsterdammers zich hier vestigden.

Omstreeks 1715 kreeg het pand zijn huidige voorgevel. Het had toen ook weer een link met Frankrijk. De nieuwe eigenaar de familie Mamouchette was afkomstig uit Frankrijk en zij lieten ook een herinnering achter in de gevel, naast de gevelsteen PARYS die ook een plekje in de nieuwe gevel kreeg.

De een halsgevel werd in Lodewijk XIV- stijl gebouwd met hoekvazen in de klauwstukken en afgesloten met een gebogen lijstvormig fronton met daarop een gebeeldhouwd borstbeeld. Daaronder tot aan de hijsbalk kwam een rijk versierde gepolychromeerde vulling.

De deuromlijsting met consoles zijn ook nog uit de bouwtijd maar het snijraam komt uit het begin van de 19e eeuw. In de stoep bevindt zich een hekwerk met drie Louis XIV/XV flesbalusters.

Het huis is een zogenaamd Koopmanshuis dat is volgens architectuurhistoricus Révész-Alexander het type g pakhuis, een combinatie van woon en pakhuis zoals veelvuldig voorkomt in de koopmansstad Amsterdam.

Geveltop
Alliantiewapen

Drie vogels met raven-snavels of hoofden met snavelachtige neuzen

De rijk versierde gepolychromeerde vulling in de top is een zogenaamd alliantiewapen. Een alliantiewapen is een wapentekening waarop twee wapenschilden, soms met hun pronkstukken zoals schildhouders samengevoegd worden tot een geheel. Een dergelijk wapen werd en wordt door een echtpaar gebruikt. Ons wapen begint in bij deze gevel bij de hijsbalk en heeft een vergulde kroon boven drie hoofden met snavelachtige neuzen. Ook het borstbeeld heeft zo’n snavelachtige haakneus.

Er hangt een portret van ene Jehan Mamuchet in het Centraal Museum in Utrecht. Vermoedelijk een voorvader. Op het paneel staat het wapenschild, drie vogels met ravensnavels. De koppen zijn op dezelfde manier geplaatst als de hoofden met havikachtige neuzen in onze top. Maar waarom hier mensenhoofden zijn afgebeeld ipv vogels me snavels is een raadsel. In ieder geval kunnen we wel vaststellen dat het linker wapen afkomstig is van de bouwheer, de wisselhandelaar Jan Frederik Mamouchette heer van Houdringe, en het rechter zal dan van zijn vrouw Catherina van Heusden zijn.

Vrienden Bedankt

Het polychromeren en het verguldwerk aan de top is dankzij de Vrienden tot stand gekomen.
Ook Vriend van Stadsherstel worden?
Familie
Buitenplaatsen

Heer van Marège, La Gruinerie en Houdringe

Het Utrechts museum heeft twee portretten van de voorvaderen van de bouwheer van ons pand. Het is een portret van Marcus Mamuchet (1575/76- na 1638), heer van Marège, La Gruinerie en Houdringe. En van zijn vader Jehan Mamuchet, getrouwd met Isabella le Rougeault. Marcus was koopman, telg uit een koperslager familie, en afkomstig uit Doornik (Zuid Nederland) en week vanwege zijn calvinistische geloofsovertuiging en uit angst voor religieuze vervolging, aan het eind van de 16e eeuw, uit naar het noorden. In 1601 trad hij in het huwelijk met Susanna van der Muelen en vestigde zich in het begin van de 17e eeuw in of nabij Utrecht.

De familie Mamuchet was niet van adel maar bezat wel veel landerijen en buitenplaatsen. In Henegouwen had men bezittingen, waarvan er één de Grunerie heette. Daarnaar werd een buitenplaats van Jan Mamuchet (1601 – 1675), de vader van onze bouwheer, in Oegstgeest genoemd. In 1650 werd hij ook eigenaar van een boerderij in De Bilt, de landerijen kregen de naam Houdringe naar de heerlijkheid bij het Franse Lille. Door de grondaankopen van Jan Mamuchets zoon Jan Frederik (1652 – 1720), onze bouwheer, groeide het landgoed uit tot een bescheiden heerehuysinge.

Interieur
Goudleerbehang

Roodmarmersteene mantel in gefineerde lust

Het huis was in 1800 fantastisch rijk ingericht en ingedeeld, waarschijnlijk het meeste nog uit de tijd van Mamuchet. We weten hoe het ingericht was dankzij een aankondiging van verkoop op 4 augustus 1800. Het pand wordt daar zeer beeldend beschreven:
“Een regt en weldoortimmerd Koopman HUIS en ERVE, staande en gelegen op de Oudezijds Voorburgwal / naast het hoekhuis van de Pijlsteeg / waar Parijs in de voorgevel staat/ bij het inkomen in een voorhuis een breede gang, met marmersteen bevloert en kast onder de trap, terzijde een met goudleer behangen zijkamer, waarin een kast en binnenkasje, Engelse schoorsteen met roodmarmersteene mantel en spiegel in gefineerde lust / voorts een porte bricé doorgaande/ in een zeer ruim binnenvertrek , met behangsel, schoorsteen en spiegel als boven/ uitgaande in voornoemde gang

Lees de rest van de tekst in de afbeelding hiernaast.

Het pand fungeerde later als directiekantoor van Wijnand Fockink (een bekende distilleerderij red.) en van de Rotterdamse bank. En in de dertiger jaren zaten er verschillende Rooms Katholieke stichtingen in. Nu is in de kelder nog steeds een zeer zware kluis van de bank aanwezig die aan de bankgeschiedenis herinnert. Maar van het goudleerbehang en dergelijke was helaas niets meer te bekennen toen Stadsherstel eigenaar werd.

Rol van Stadsherstel

Het pand kreeg haar eigen entree weer terug

Dit pand was onderdeel van het zogenaamde Krasnapolsky-complex. Een groep panden die door Stadsherstel werd overgenomen van dit hotel aan de Dam. Krasnapolsky had de huizen decennia eerder gekocht om haar hotel activiteiten uit te breiden, maar door de veranderende denkbeelden over de binnenstad was dit onmogelijk geworden. daarom werd een partner gezocht om de panden op te knappen en gedeeltelijk voor gebruik door het hotel aan te laten passen. Toen Stadsherstel het kocht was het al een tijd gekraakt.

Bij aankoop waren nummer 232 en 234 samengevoegd en veel doorbraken gemaakt. Er was bijvoorbeeld ook maar één trappenhuis aanwezig. Bij de restauratie zijn de twee panden weer ontkoppeld. Nummer 232 kreeg een eigen klassieke entree hal met trappenhuis. Bovendien werd de door brand verloren gegane kap van het achterhuis weer herbouwd.

Bronnen
Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.