Een tapperij met De Oude Amsterdammer in de gevel

D

De oude Amsterdammer

Korte Prinsengracht 5, Amsterdam

Het huis met de gevelsteen “De Oude Amserdammer” is gebouwd voor de Amsterdamse houtkopersfamilie Van Marcken. Op de kade voor het huis sloegen zij het hout, nodig voor onder andere de bouw van huizen, uit Noorwegen op. Ook is dit huis jarenlang in gebruik als tapperij en grutterij. Het pand staat op een hoek, voor Stadsherstel in haar beginjaren is het juist zeer interessant om zo haar pionierswerk te laten zien.

1652
Bouw huis
1959
Aankoop door Stadsherstel
1964
Gerestaureerd
Nu
Woonhuis
Gebruik
Tapperij

Van Koffiehuis- Café Spoorzicht tot D. Wagenaar, je kan er terecht voor Amstelbieren

Hoekpanden zijn interessant, omdat deze volgens goed Amsterdams gebruik vaak als bakkerijen zijn ingericht, of als kroegen zoals dit pand. Die bestemming van tapperijen krijgen de meeste van deze panden pas in de 19e eeuw. Aan de onderpui, die in de zijgevel is omgezet waardoor er op de hoek twee deuren zijn geplaatst, en aan de in het voorhuis aanwezige schouw is een tapperij of café te herkennen. De functie van tapperij in dit huis was van 1879 tot en met het verval zijn intrede deed in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Al woont er in 1851 al een kistenmaker en tapster in het pand.

Op foto’s uit die tijd is het in ieder geval niet direct herkenbaar, in tegenstelling tot later toen men er bier verkocht. In het souterrain is op het einde van de 19e eeuw een groentewinkel en later een grutterij gevestigd. Daarna komt er een fietsenstaling en reparatieplek. Dit eindigt ook weer als het verval van het pand zijn intrede doet.

Na restauratie wordt de begane grond nog enige jaren als bedrijfsruimte gebruikt. Zo heeft Radio Tosca er haar showroom.

Rol van Stadsherstel

Het begint met veel hoekmonumenten

Dit pand met haar buurpanden is één van de eerste panden die Stadsherstel, opgericht in 1956, koopt en restaureert. Ze koopt in de beginjaren vooral veel hoekpanden aan.

Er zijn twee voordelen aan het restaureren van hoekpanden:

1. Het wegvallen van een hoekpand heeft gevolgen naar twee kanten, omdat beide aangrenzende huizenrijen het risico lopen te gaan verzakken. Door een hoekpand stevig te maken, wordt het een soort boekensteun voor de aangrenzende gebouwen.
2. Ten tweede is een hoekpand vanuit meerdere richtingen zichtbaar. De uitstraling van het gerestaureerde pand is daardoor groter. In de beginjaren is het erg belangrijk dat we laten zien dat die “Amsterdamse krotten” wél gerestaureerd kunnen worden en dat mensen daar graag in willen wonen. Al is het in de beginjaren niet zo dat huurders in de rij staan om in de verpauperde binnenstad te gaan wonen.

En nu juist een jaar lang prijkt deze hoek van de Korte Prinsengracht met zijn drie verschillende gevels weer in zijn oude luister als voorbeeld van een geslaagde restauratie.
Uit de gegevens van Dr. L. Jansen, gepubliceerd in Amstellodamum 54 (1967)
Het erf
Noors hout

Dit is een gewilde locatie voor het opslaan van hout

De houttuinen aan het IJ zijn zeer gezocht door de Amsterdamse houtkopers voor de opslag van het door hen uit Noorwegen aangevoerde hout. In de jaren vanaf 1440 werd de handel in hout met het Noorse Bergen al geopend. De producten die in Scandinavië worden ingekocht, zijn grenen- en vurenhouten delen, balken en masten. Het aanbod van hout uit Noorwegen neemt rond 1580 sterk toe. In de jaren 1620 en 1630 krijgt deze handel nog eens een extra impuls, ten gevolge van de teruglopende handel met Danzig. In 1628 mag er ook eikenhout naar de Republiek worden geëxporteerd. Het aantal houtzaagmolens aan de westkust van Noorwegen was in deze tijd enorm.

Bouwheer
Van Marcken

Stapels hout uit Noorwegen worden op het erf aan het IJ opgeslagen

De katholieke Van Marcken is zoon van de Amsterdamse regent Jan Claesz. Van Marcken, die bij de Alteratie in 1578 naar Alkmaar is uitgeweken. Ook is hij zwager van de humanistische dichter en taalgeleerde Hendrick Laurensz Spiegel. Hij woont in ‘het Noordsebos’ aan de Nieuwezijds Achterburgwal 9 (nu Spuistraat), waar al meerdere generaties van zijn schoonfamilie als houtkopers hadden gewoond. Daar heeft hij ook een houtwal voor zijn huis, maar de erven die hij hier aan de haven heeft gekocht zijn voor hem veel aantrekkelijker. Deze IJ-oever is sinds 1612 met houtstapels en loodsen bezet.
Bij zijn dood zijn de erven nog niet bebouwd, zoals uit zijn boedelinventaris blijkt.

‘Drie erffen op de hoeck van Eenhoorensluys bij de Rodebrugh ende is gewaardeert bij de taxateurs bij de E. heeren Schepenen daer toe geordonneert op de somme van f 16.000,- ‘

Op de plattegrond van Balthasar Florisz van Berckenrode uit 1625 zien wij dan ook de erven onbebouwd liggen, terwijl het hout hoog op de houtwallen ligt opgestapeld. Op 14 augustus 1652 is er nog niet op het hoekerf gebouwd. Maar dat gebeurt wel in dat jaar.

Gevel
Speklagen

De houtkopersfamilie laat een huis bouwen

Het onbebouwde terrein wordt door de buurman, meestermetselaar en steenkoper Pieter Cornelisz. voor de Van Marckens, in 1652 bebouwd met een huis op hun erf. Het is een iets ouderwetser huis, een gevel met een trapgevel. Maar waarschijnlijk is dat de wens van de opdrachtgever.

De trapgevel is in de Amsterdamse renaissancestijl uitgevoerd. Met grote boogblokken boven de ramen en rechte witte banden die de gevel horizontaal geleed. Het zijn zogenaamde speklagen, de witte stenen in de rode gevel lijken op speklagen in vlees. In de trappen zijn ook witte blokjes geplaatst. Boven de hoge 18e-eeuwse geblokte pui zijn in het fries een gevelsteen en voluutvormige hoekstenen aangebracht.

De gevelsteen DE OUDEN AMSTERDAMMER heeft een nisvormige omlijsting, waarin een staande man staat afgebeeld. Hij is gekleed in een kniebroek, buis en wijde schoudermantel en draagt een hoed met een brede rand. Ook de gevelsteen doet ouderwetser aan dan de bouwtijd van het pand. Vandaar dat het pand eerst rond 1620 werd gedateerd.

Plattegrond
Compasmaker

Op de verdiepingen is een vrij en prachtig uitzicht over het IJ

In de binnenhaard is de schouw tegen de achterwand geplaats. Via een steil trapje kon men de insteek erboven bereiken. De insteek was ook vanaf de trap van het bovenhuis te bereiken. Hierdoor konden ook de bewoners van de beletage gebruik maken van de zolder. Die trap was traditiegetrouw via de deur in de zijgevel toegankelijk. De eerste verdieping was apart als bovenwoning verhuurbaar.

In de 18e eeuw wordt het huis goed verhuurd. In 1730 is schipper Pieter Broeder (1679-1752) eigenaar van ‘de Oude Amsterdammer’. De oude schipper renteniert aan de overkant van het huis. Zijn inkomen is in 1742 f800,- per jaar. Dat is vrijwel de huuropbrengst van het huis met zijn wallen en loods. Later is zijn zoon de compasmaker Hendrik Broeder (1709-1764) eigenaar. Bij de veiling van het huis op 10 mei 1784 worden de volgende inkomsten genoemd: huis met twee kamers f 300,-, twee kamers f 80,-, de kelder f 115,-. De zolder f 40,- en de houtwal f 80,- met de loods f 120,-. Dat is in totaal f 735,- . De woningen op de verdiepingen hadden toen een vrij en prachtig uitzicht over het IJ. Iets wat nu helaas niet meer zo is.

Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.