Een prachtig voorbeeld
van aannemersclassicisme

S

Sint Jan’s Lam

Korte Prinsengracht 9, Amsterdam

Dit rijksmonument met een pilaster-halsgevel is een goed voorbeeld van ‘aannemersclassicisme’. De term werd bedacht door de beroemde monumentenzorger Zantkuijl. Aannemersclassicisme is dan een navolging van Vingboons door bijvoorbeeld eenvoudige meester-timmerlieden. Zo ontwierp Meester-metselaar Pieter Cornelisz de gevel naar voorbeeld van ontwerpen van de uitvinder van de halsgevel, de architect Vingboons. In de gevel prijkt een gevelsteen van St Jans Lam.

1653
Gebouwd
1959
Aangekocht door Stadsherstel
1964
Gerestaureerd
Nu
Drie woningen
Architectuur
Hollands Classicisme

Een klein type Vingboons-imitatie

De traditionele halsgevel ontstaat in de 17e eeuw en is typisch Amsterdams. Hij komt voor in de periode 1640 tot circa 1775 en ontstaat, onder invloed van het Hollands classicisme, uit de trapgevel. Het is in feite een halsgevel, maar dan met maar één trap. De rechte hoeken van die ene trap zijn gevuld met ornamenten, de zogenaamde klauwstukken. Philips Vingboons, de architect van onder andere onze Cromhouthuizen op de Herengracht, is de uitvinder van de halsgevel.

De typische Vingboonsgevel wordt door anderen ook als voorbeeld genomen als ontwerp voor hun huizen. Zo ook voor eenvoudiger huizen, zoals Korte Prinsengracht 9. Daar verschijnt een pilaster-halsgevel, eenvoudig uitgevoerd in baksteen met enkele sobere ornamenten. Dit type halsgevel wordt wel een klein type Vingboons-imitatie, een miniatuur-Vingboons, genoemd. Monumentenzorger Zantkuijl sprak in dit verband van ‘aannemersclassicisme’: een “Vingboons gevel” ontworpen en uitgevoerd door eenvoudige meester-timmerlieden en metselaars.

Onze gevel is vermoedelijk ontworpen door meester-metselaar Pieter Cornelisz.die tevens de buurpanden op nummer 5 en 7, ook zijnde Stadsherstelmonumenten, ontwierp.

Eerste eigenaar
Erf met houtwal

Steenkoper en metselaar Pieter Corneliszn begint met de bouw

In 1618 verkopen de Burgemeesteren en Thesaurieren het hoekerf, waar later de Korte Prinsengracht 9 op zou komen, voor f. 1450,- aan Reijmont Muys. Als beroep wordt chercher aangegeven. Een chercher is een ambtenaar, een controleur die nagaat of verschuldigde accijnzen betaald zijn. De benaming is afgeleid van het Franse chercheur, wat onderzoeker betekent. In 1619 verklaart Reijmont het perceel voor Claes van Marken te hebben gekocht.

Er was een houtwal voor het erf gelegen. Op de plattegrond van Balthasar Florisz van 1625 zien wij dat dit erf en het hoekerf nog onbebouwd liggen, terwijl het hout hoog op de houtwallen ligt opgestapeld. In 1653 verkoopt Isaac van Marken het erf aan de steenkoper en metselaar Pieter Corneliszn. In 1657 verklaart de volgende koper Claes Jacobszn Quick dat er in 1653 begonnen is met de bouw. Het pand is in ieder geval in 1673 gereed, als de boedel van Claes verkocht wordt. Jan Janszn de Ruyter is dan eigenaar van ‘’een huis en een erf aan de oostzijde van de Prinsengracht, bij de Eenhoornsluis, aan de kant van het Y waar ‘’Sint Jan’s Lam’’ in de gevel staat.

Gevelsteen
Sint Jans Lam

Het lam als attribuut van Johannes de Doper

Johannes de Doper wordt meerdere malen op verschillende manieren uitgebeeld op stenen. Hij was zelfstandig prediker.

In dit pand bevindt zich een gevelsteen met daarop de afbeelding van een naar rechts gewend Lam Gods met een kruisvaantje in zijn linker voorpoot. De tekst langs de bovenrand, S JANS LAM, maakt duidelijk dat het lam hier als attribuut van Johannes de Doper is voorgesteld. Het verwijst naar een Bijbeltekst waarin het lam de zonde der wereld wegneemt. De afbeelding staat voor de overwinning.

Christenen vieren met Pasen dat Jezus uit de dood is opgestaan, op de derde dag na zijn kruisiging. Bij de Paasviering wordt Jezus Christus voorgesteld als het onschuldige paaslam, ofwel het lam van God. Met zijn gewillige lijden en dood op het kruis heeft hij net als een offerdier, de zonden van de mensen weggenomen, en daarmee de mensen verzoend met God. Het lam Gods wordt met name door Johannes gebezigd in zijn Evangelie en Openbaring.

Rol van Stadsherstel
Drie opgeknapte huizen

Ons monument dateert van 1653 en bestaat boven de houten pui uit een gemetselde Pilaster-halsgevel. Het is dus van het type “klein model Vingboonsgevel”. De middelste ionische pilasters lopen door tot in de hals en hebben een driehoekig topfronton als beëindiging. De hals zelf is gevuld met zandstenen klauwstukken. De gevel is verder versierd met traditionele boogjes, leeuwenmaskers, kleine festoenen aan de kapitelen en festoenen onder het zolderraam.

Vanaf 1718 moet er precariorecht worden betaald voor een regenbak in de stoep van het huis op de Korte Prinsengracht, het derde huis van de houttuinen. Dit bedrag was f. 1,-. In het midden van de 19e eeuw woonde mw. P. Chr. Redeker nog in het pand. Zij zat in de mode en woonde zeker 20 jaar in het huis. J.J. Korner, die na Redeker in het pand kwam wonen, was korendrager.

In 1955 komt het pand in handen van de directeur van de Handels- maatschappij ‘’Carolina Wilhelmina’’ voordat Stadsherstel het vier jaar later koopt. Het pand maakte toen een vervallen indruk en was nodig aan een restauratie toe. Stadsherstel wordt ook eigenaar van de twee panden ter linkerzijde, de nummers 5, 7. In 1963 start de totaal restauratie, waardoor dit zeer vervallen stukje Amsterdam nu weer eeuwen mee kan.

Meer informatie

Bronnen:
Stadsarchief Amsterdam
Archief Stadsherstel
Delpher
VVAG

Aan dit project hebben meegewerkt:
Restauratiearchitect: Y. Kok
Restauratieaannemer: J. Kneppers

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Tracking cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website