Een geschonken pand
met een fraaie Vriendentop

K

Kalkmarkt 7

Kalkmarkt 7, Amsterdam

Het pand op de Kalkmarkt 7 is één van van onze meest bijzondere panden aan de Kalkmarkt. Wij kregen dit pand geschonken met een bepaling. Waar wij graag aan voldeden. Maar wij deden meer, want het schilderij (van niemand minder dan Jacob de Wit) waar de familie jarenlang naar keek, is gerestaureerd en heeft een plekje in een openbare ruimte gekregen.

17e eeuw
Gebouwd
1730
Verfraaiing Lodewijk XIV- stijl
1977
Via een legaat eigenaar geworden
1999
Gerestaureerd
Nu
Woningen
Legaat
Elisabeth Neideck

De boekbinderij moest nog 20 jaar blijven stond in het testament

In 1977 werd Stadsherstel eigenaar van Kalkmarkt 7, een legaat van de in Hilversum woonachtige Mevrouw Elisabeth Neideck. Haar vader had het pand in 1897 gekocht waar hij met zijn gezin ging wonen voordat hij in 1938 naar Hilversum verhuisde. De kinderloos gebleven Elizabeth, geboren op de Kalkmarkt, stelde in haar testament als voorwaarde dat boekbinderij Van Waarden nog twintig jaar in het pand mocht blijven. Sinds 1938 huurde de familie Van Waarden het gehele pand.

Dochter Elly Linger-van Waarden ervoer het als “fantastisch” dat ze er is opgegroeid. “Ik vond het heel bijzonder dat mijn vader een heel pand ‘bezat’, zoals ik toen nog dacht. Onze omgeving keek tegen ons op.” Zoon Theo herinnert zich dat er een schilderij, later als echte Jacob de Wit ontdekt, in de tocht van de schoorsteen hing. Provisorisch werden er toen afvoerpijpjes geknutseld die lekkend regenwater om het kunstwerk heen leidden. Want: “We bekommerden ons om het schilderij en het pand.”

In 1992 verhuisde de boekbinderij naar een industrieterrein in Zaandam. De vijf kinderen Van Waarden trokken allemaal de stad uit. Elly Linger-Van Waarden: “Mijn vader maande ons altijd om niet over het schilderij te praten. Hij dacht dat een leerling van Rembrandt het had gemaakt en dat het waardevol was. Hij zat er niet eens zo heel ver naast.” 214

Schouwstuk
Jacob de Wit

Ook Christies kon niet ontdekken dat het een De Wit was

Toen Stadsherstel de sleutel van Kalkmarkt 7 in 1992 overhandigd kreeg van Van Waarden, hing het schoorsteenstuk nog steeds op haar vertrouwde plek in de tuinkamer. Het hoorde bij het pand, net zoals je deuren en ramen erin laat zitten. Vader van Waarden had nog weleens iemand van Christy’s laten komen om het doek te taxeren, die typeerde het als ‘een Vlaamse kopiist’. Een sympathiek behangetje dus.

Het doek kreeg een mooie plaats in onze Schuilkerk de Hoop in Diemen. Waar bij toeval Jacob de Wit-kenner Guus van den Hout het schilderij als een echte Jacob de Wit ontdekte. Het bleek een zeer vroeg stuk te zijn van de vele werken die de schilder voor de Amsterdamse elite van de grachtengordel had vervaardigd. Het had dus meer dan drie eeuwen met de verschillende bewoners meegeleefd in het pand.

Rond 1716 kreeg Jacob de Wit de opdracht voor het schilderij ‘Christus geneest de lamme’. Wie indertijd de beroemde kunstenaar Jacob de Wit (1695-1754) een opdracht gaf, wist dat dit bijdroeg aan de status van zijn interieur. De schilder was zeer befaamd om zijn geraffineerde stijl en beheersing van het licht. Hij kreeg opdrachten voor plafond- en wandschilderingen in vele koopmanshuizen en buitenverblijven.

Betekenis
Cornelis van den Idsert

De Genezing van de Lamme te Bethesda

De schildering stelt één van de wonderen voor die Jezus verrichtte. Jacob de Wit heeft zich voor de compositie deels gebaseerd op een soortgelijke tekening van schilder Anthony van Dijck (1599-1641) uit 1618. Jacob heeft Jezus en de Lamme geportretteerd voor de zogenaamde Schaapspoort van de badinrichting Bethesda te Jeruzalem. Men geloofde dat er af en toe een engel neerdaalde in het bad en degene die daarna het eerst een bad nam, werd genezen. Een kreupele man wachtte 38 jaar op dat wonder, toen Jezus langs kwam en hem vroeg of hij genezen wil worden. De man klaagt dat er niemand is die hem naar het bad kan brengen en dat hij daardoor altijd te laat is om als eerste in bad te gaan. Jezus zegt dan “Sta op, neem je beddengoed en wandel” en de man kon meteen lopen.

Bijzonder is, dat er naast mythische figuren ook een Amsterdamse koopman is afgebeeld. Links achter de beeltenis van Christus staat een forse man van rond de zestig die gezien zijn kleding en kapsel niet past bij de overige figuren. Hij kijkt de toeschouwer recht in de ogen. Dat is naar alle waarschijnlijkheid de opdrachtgever en toenmalige eigenaar van Kalkmarkt 7: de 58-jarige handelsmakelaar Cornelis Hendrikszn. Van den Idsert. Dat hij zich als toezichthouder laat afbeelden van Jezus’ wonder is ook een indirecte verwijzing naar zijn beroep als makelaar.

Eigenaren
’t Wapen van Franequer’

Katholieke makelaar

Van den Idsert was niet de eerste eigenaar van het pand maar steenkoper Cornelis Corneliszn. was in 1646 de eerste eigenaar van het perceel. Een aantal jaar later (1713) werd de katholieke makelaar Cornelis Hendrikszn van den Idsert (1757-1732) eigenaar van wat toen ’t Wapen van Franequer’ heette. Cornelis bezat al een huis in de Schippersstraat dat ‘de Stad Hoorn’ heette. Hij was in 1703 als (goederen)makelaar aangesteld door de burgemeesters en de vroedschap van Amsterdam. Makelaars waren in de 18de-eeuw belangrijke toezichthouders op de goederenmarkt, zij zorgden ervoor dat de handel gereguleerd werd met vastgestelde prijzen in wereldstad Amsterdam. Cornelis kon aan de Kalkmarkt direct toezicht houden op de steen- en kalkmarkt voor zijn huis. Dat de zaken voor Cornelis goed gingen, blijkt uit de transportakten in het Stadsarchief; hij kocht in 1715 nog eens twee panden. Eén in het Keizerrijk en één in de Gasthuismolensteeg beiden nabij de Spuistraat.

Na zijn overlijden in 1732 wordt zijn zoon Hendrik (1690-1746) eigenaar. Hij is net als zijn vader steenkoper en wordt uiteindelijk in 1746 ook als makelaar aangesteld. Hij trouwt in 1718 met Catharina Hartman (1692-1754) die familie is van de stichter van de huiskerk ’t Hart nu bekend als Onze Lieve Heer op Solder.

Stucwerk
Alliantiewapen

Bijzonder rijk interieur in Lodewijk XIV- stijl

Hendrik en Catharina verfraaiden het patriciërshuis met een bijzonder rijk in- en exterieur in Lodewijk XIV-stijl. Zo laten zij hun alliantiewapen in stuc aanbrengen in de hal boven de deur naar het achterhuis. Ook wordt de gehele gang verfraaid met marmer en stucwerk. De deur -en plafondlijsten in de voorkamers op de bel-etage en eerste verdieping worden daarnaast voorzien van fraai houtsnijwerk. Het ontwerp van het alliantiewapen en het stucwerk komt sterk overeen met het ontwerp van het stucwerk in het pand Herengracht 520, dat door de katholieke beeldhouwer en stucwerker Ignatius van Logteren (1686-1732) is uitgevoerd in 1726. Ignatius werkte sinds 1719 veel samen met Jacob de Wit bij meerdere vernieuwingen en verfraaiingen van diverse grachtenpanden. Zij deden dit in combinatie met een ‘bouwploeg’ met veelal andere (katholieke) ambachtslieden zoals schilder en architect Isaac de Moucheron. Van Logteren en De Wit stonden beiden bij de meest bemiddelde Amsterdamse opdrachtgevers bekend als de absolute meesters op hun vakgebied. Waarbij Jacob de Wit met zijn vele plafondstukken en schouwstukken de hoofdrol kreeg. Het is aannemelijk dat de nu lege houten plafondlijsten op de bel etage ooit met plafondstukken van Jacob de Wit verfraaid zijn geweest.

In ieder geval bleef het huis tot 1773 in de familie want toen werd de man van de Maria Cornelia van de Idsert voor de grondbelasting aangeslagen.

Rol van Stadsherstel
De halsgevel kwam terug

Bij de algehele restauratie in 1999, van dit geschonken huis, werd in de tuin een gebeeldhouwde buste van een keizershoofd ontdekt, die oorspronkelijk als bekroning diende van de halsgevel met gebeeldhouwde zijstukken. In de negentiende eeuw werd de waarschijnlijk bouwvallige hals vervangen voor een rechte lijst en hierdoor verhuisde de buste van de top naar de tuin. Op basis van een oude foto kon de halsgevel gereconstrueerd worden door Snoep & Vermeer natuursteenwerken. De keizersbuste komt sterk overeen met andere bustes die de katholieke beeldhouwer Anthonie Turck rond 1713 maakte voor grachtenhuizen aan de Keizersgracht 101 en 317 en voor de gevel van het nabijgelegen pand Oude Schans 6. Hier bevindt zich ook een soortgelijke keizersbuste. Dat Cornelis van den Idsert na de aankoop van zijn pand in 1713 de katholieke Turck inschakelde bij de verfraaiing van de voorgevel ligt voor de hand, zeker aangezien Jacob de Wit en Anthonie Turck in 1715 al samenwerkten.

In maart 1999 kwamen 28 op maat gezaagde blokken Frans kalksteen binnen, totaal gewicht 14.500 kilo. In het atelier van Snoep was hier vier maanden door twee man aan gewerkt. De top is 6,3 meter breed en 6 meter hoog, hiervoor waren maar liefst twee extra heipalen nodig.

Bekijk meer verhalen over geschonken huizen
Vrienden bedankt

De Vrienden hebben bijgedragen aan het terugbrengen van de halsgevel met al haar Franse kalkstenen elementen en origineel borstbeeld. Maak ook dit soort verfraaiingen mogelijk.
Word ook Vriend
Meer informatie

Bronnen:
Archief Stadsherstel
Stadsarchief Amsterdam
Delpher

Aan dit project hebben meegewerkt:
Restauratiearchitect: Vincent Smulders
Restauratieaannemer: J. Kneppers B.V.

Dit project is mede mogelijk gemaakt door:
De Vrienden van Stadsherstel

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Tracking cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website