De hoogste houten molen van Nederland sierde de stadswal

De Gooyer - foto van Jacob Olie uit 1896, molenaar De Boer en knechten bij kruias. De Oosterkerk is in de verte te zien.
M

Molen de Gooyer

Funenkade 5, Amsterdam

Molen de Gooyer torent als ‘hoogste houten molen van Nederland’ boven zijn omgeving uit. Veel mensen kennen hem dankzij zijn buurman op de Funenkade: de populaire Bierbrouwerij ’t IJ. Het is een stellingmolen, die werd ingezet om koren te malen. De 17e -eeuwse stadmuur had er 25 van. Dit is de laatst overgeblevene die nog min of meer op zijn originele plek staat.

1572
Vernield aan Heiligeweg
1583
Herbouw bij Land van den Leprosen
1663
Verhuizing naar bolwerk Oosterbeer
1814
Verhuizing naar huidige plek
2018
Aankoop Stadsherstel
2020
Restauratie
De naam
Gooiland

Verhuizen van Heiligeweg naar Land van Leprosen naar bolwerk Oosterbeer.

De eerste vermelding van de voorloper van de huidige molen de Gooyer gaat terug tot de zestiende eeuw, als de molen, die buiten de stadsmuren aan de Heiligweg staat, in 1572 tijdens de Tachtigjarige Oorlog, wordt vernield. In 1583 wordt hij herbouwd door Hendrik Gijsbertzoon de Gooijer. De helft van de molen en twee woningen met erven wordt in 1586 verkocht door zijn zoon Jan. In 1596 verkoopt zijn zoon Albert de andere helft.

Uit documenten uit 1603 en 1608 is bekend dat de gebroeders Willemsz. uit Gooiland de molen kopen. In 1651 wordt de helft verkocht aan Jan Minuit; ”de helft van een tarwemolen genaemt de Goyer, gestaen opt land van den Leprosen alhier aen den Amstel”. Later wordt nog twee keer een kwart aan Minuit verkocht zodat hij in 1662 volledig eigenaar is.

In 1663 verhuist de molen naar bolwerk Oosterbeer. Oosterbeer is één van de 26 bolwerken van de 17e -eeuwse stadsmuur. Bolwerken zijn uitbouwen waar naast kanonnen, windmolens op staan. De Gooyer en Stadsherstelmolen De Bloem zijn de laatst overgeblevenen van 25 korenmolens die tussen de 17e eeuw en eind 19e eeuw op de bolwerken staan. Omstreeks 1900 worden de laatste gesloopt.

Verplaatst
Stadsvuilmolen

Een schone maagd met een stinkende adem

De Gooyer is een stellingmolen. Een stellingmolen is een hoge windmolen, die meestal in bebouwd gebied staat en hoog moet zijn om genoeg wind te vangen; ‘de vrije windvang’. De stelling loopt rondom de molen, zodat er zeilen aan de wieken bevestigd kunnen worden en de molenaar de molen kan ‘kruien’, oftewel de wieken naar de wind draaien. Vanwege zijn grote hoogte heeft zo’n molen onderin ruimte voor een (paard en) wagen om naar binnen te rijden.

In 1814 vraagt de eigenaar van de Gooyer, na de bouw van de naastgelegen Oranjekazerne, bij het stadsbestuur een schadeloosstelling aan. Want deze nieuwe bebouwing is te hoog voor de molen om nog wind te kunnen vangen. De stad betaalt de verplaatsingskosten en biedt ook het vierkante onderstuk van één van de afgebroken stadsvuilmolens aan; deze waren gesloopt, omdat het ze niet lukte om te zorgen voor een betere waterkwaliteit bij de Funen. Amsterdam blijft daardoor “een schone maagd met een stinkende adem” : want de Gooyer komt te staan op het vierkante onderstuk van een stadsvuilwatermolen, die ook nog opgehoogd wordt met 3,5 meter steen.

Soort molen
Achtkanten

De hoogste houten molen van Nederland slaat op hol

Alle molens op de bolwerken zijn van hout en rietgedekt, zodat ze makkelijk kunnen worden afgebroken in tijden van oorlog. De Gooyer is de hoogste houten molen van Nederland. Ze bestaat uit twee op elkaar geplaatste houten achtkanten op een stenen onderbouw. De vlucht van de molen bedraagt 26,6 meter. En de stelling heeft een hoogte van 17,8 m.

In 1927 is de molen in verval geraakt en dreigt de Gooyer gesloopt te worden, maar de gemeente koopt en restaureert de molen. Bij deze restauratie wordt de molen van meer efficiënte, windvangende, verdekkerde wieken voorzien. Deze verdekkerde wieken blijken op 13 november 1972 bij een storm zó stormgevoelig dat ze gaan draaien en de molen op hol slaat. Hierbij breekt de bovenas en belanden de wieken in de naastgelegen Nieuwe Vaart. Pas jaren later, als een – speciaal bij het nabijgelegen Stork gegoten- nieuwe bovenas wordt gefabriceerd, worden bij de restauratie ook de oorspronkelijke oudhollandse wieken weer aangebracht.

Aan het werk
Stadsarmenhuis

Koren, rogge en tarwe

De molen maalt als hij op Oosterbeer staat ook voor het Stadsarmenhuis een kwart van de rogge en een kwart van de tarwe. In de Tweede Wereldoorlog wordt de molen ook veel gebruikt, omdat meel voor volkorenbrood het best in een windmolen gemalen kan worden. Na de oorlog wordt er nog voor enkele particulieren gemaald.

De Gooyer wordt, net als Stadsherstel’s molen De Bloem, het grootste deel van de 20e eeuw van de gemeente gehuurd door de molenaarsfamilie Schuurman; molen De Gooyer sinds 1931. Vader was beroepsmolenaar. Maar na de jaren vijftig is het gedaan met het malen van koren. De concurrentie met de veel goedkopere witte tarwebloem is te groot. Een korte tijd wordt er in de jaren zestig nog “bloedmeel” gemaakt: gedroogd bloed uit slachthuizen wordt vermalen tot onwelriekende stikstofmeststof. Van 1955 tot 1988 runt de familie Schuurman een winkel met dierenbenodigdheden in de molen. Zoon Evert Schuurman, bewoner van de molen, draait de molen nu nog regelmatig “Voor de prins”.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik de waarde van dit gebouw besef.
Evert Schuurman, molenaar en al zijn hele leven bewoner van De Gooyer
Draaien
Voor de prins

Mooimakersgoed voor Koningin Juliana

In juni 1948 wordt de molen in verband met het zilveren jubileum van de Vereniging De Hollandsche Molen, “mooi gezet” , dat wil zeggen versierd naar aloude (Zaanse) traditie met Mooimakersgoed tussen de overhek gezette wieken. Ook tijdens de inhuldigingsfeesten voor koningin Juliana in september van dat jaar is dit gebeurd.
Er is niet duidelijk één antwoord op wat “voor de Prins” draaien betekent; één uitleg is: het dateert uit de tijd dat steden belegerd werden en de vijand voor de gek werd gehouden. Zolang de molens draaiden was er graan en dus nog voldoende te eten. De uitdrukking “voor de prins” werd vroeger ook gebruikt als je wil zeggen dat je iets doet zonder beloning. Mogelijk vindt de uitdrukking dus zijn oorsprong in hof- of herendiensten, waar de boeren voor hun heer (prins) moesten werken zonder dat het ze iets opleverde.

Rol van Stadsherstel

Nederland is bij uitstek een molenland, nergens ter wereld is de techniek van het instrument zo veelzijdig uitgedacht als hier. Al jaren hoort de molenaarstraditie bij het immaterieel cultureel erfgoed. Als restauratieorganisatie zijn we heel blij dat we onze ambachtelijke kennis mogen uitleven op drie eeuwenoude prachtmolens op Amsterdamse grond. Stadsherstel voegt in 2018 de molens De 1200 Roe, De Bloem en De Gooyer toe aan haar collectie.

De collectie van Stadsherstel omvat nu maar liefst zeven molens! Naast bovengenoemde molens is Stadsherstel ook eigenaar van de molens De Slokop in Spaarnwoude- , de Zwaan in Ouderkerk en de molenstompen de Akermolen in Osdorp en de Vensermolen in Diemen.

Bedankt Vrienden

De drie Amsterdamse molens zitten in een aankoopsetje van zes monumenten die Stadsherstel van de Gemeente Amsterdam heeft kunnen overnemen. Dat kon alleen dankzij een zeer grote bijdrage van de Vrienden. De Vrienden dragen later ook bij aan het vervangen van de rieten kap van De Gooyer.

De restauratie en aankoop van de molen is naast de Vrienden mogelijk gemaakt door het Prins Bernhard Cultuur Fonds en de wandelaars van Le Champion.

Word ook Vriend
Bronnen

https://www.molendatabase.nl/nelscholten/Noord-Holland/Amsterdam.pdf
J.H. Kruizinga, Adieu Kattenburg, 1966
J.H. Kruizinga, De Gooyer, een der laatste korenmolens van Amsterdam, O.A. 1949, 178
dr L. Jansen, Molen “De Gooyer” , O.A. 1966 20
mr J.H. van den Hoek Ostende, Molen De Gooyer
Waterwereld juli 1976
O.W. Boers, Molens op gevelstenen, gevelstenen op molens, O.A. 1978, 18.

Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.