De woning van de beroemde schilder Cornelis Troost

A

Amstel 268

Amstel 268, Amsterdam

In 1742 woonde de vermaarde schilder Cornelis Troost hier. Zijn keuken is nog aanwezig en ook het vrolijke plafond in de gang waarop vogeltjes op takjes staan afgebeeld. Cornelis had een prachtig uitzicht op de Magere Brug, in de omgeving waar Stadsherstel inmiddels meer dan 15 zeer bouwvallige monumenten heeft gered. Ook dit monument werd onbewoonbaar verklaard en wij restaureerden het in 1967.

1675
Bouwjaar
1732
Nieuwe voorgevel
1742
Bewoner Cornelis Troost
1960
Stadsherstel eigenaar
1967
Gerestaureerd
Nu
Woning en kantoorruimte
Bouwheer
’De twee zeijlemakers’

Zeilen voor particuliere schepen en molens

In 1675 laat de katholieke zeilenmaker Jan Corneliszn Vis (1641-1701) het huis bouwen. Als hij overlijdt blijkt uit het jaar ‘De twee Zeijlemakers’ uit te hangen, er hing dus een uithangbord. Kennelijk geeft Jan daarmee aan dat hij hier samen met zijn ongehuwde zoon Willem Jansz. Vis (c 1665-1731) zijn bedrijf heeft. Jan levert aan particulieren met zeiljachten en aan molenaars buiten de stadspoorten. De boedelinventaris die in 1671 van Jan en zijn vrouw Machteltie Jans Compas wordt gemaakt geeft een inkijkje in hoe het huis is ingericht en wordt gebruikt:

Op de bovenste zolder is turf en hout opgeslagen. Op de zolder daaronder staat een bed met 2 peluwen (langwerpige kussens) 6 kussens en 3 dekens, een oude stoel, oud bedkleed, lantaarn met koperen blaker, 2 oude schilderijen, een oude tafel, 2 manden, 2 kuipen, en kleren. In de Binnenkamer een notenbomen- en een eikenkast met zilver, porselein en spiegels. Er zijn schilderijen, een bedstede, eikentafel, Oost-Indische kist, 6 matten stoelen met groene kussens, een bed met zijden sprei, een sits valletje voor de bedstede, een blauwe voor de schoorsteen en maar liefst 68 lakens. In het achterkamertje staan ook een tafel met stoelen. In de kelder: koperen, ijzeren, tinnen en aarden keukenpotten en op de plaats: twee tobben, wateremmers en potten.

De gevel
Klauwstukken

Het fond is ruitvormig uitgehakt

Zoon Willem Jansz Vis doet er tot 1716 over om het gehele pand in eigendom te verkrijgen. Zijn erfgenamen verkopen het pand in 1732 aan de wijnverlater Jan van Leerdam (1675 – vóór 1735). Dat betekent het einde van de zeilmakerij. De indeling van het 17e-eeuwse huis zal niet veel hebben verschild van die in de achttiende eeuw. De winkel heeft zijn vaste plaats in het voorhuis. Het onderhuis heeft een schoorsteen in het achterste deel, waaruit mag worden afgeleid dat daar de zeilmakerij was ondergebracht. Jan van Leerdam heeft het huis naar de huidige toestand laten verbouwen. Hij liet vooral de voorgevel wijzigen. Vermoedelijk had het huis vanwege de winkelfunctie oorspronkelijk een houten voorpui. Dat zal de reden zijn geweest dat Jan deze pas zestig jaar oude gevel liet vervangen door een stenen.

De gevel is als een halsgevel uitgevoerd met een gebogen lijstvormig fronton. De klauwstukken zijn eenvoudig behakt met een uitdraaiend bladvoluut aan de ondereinden. Aan de bovenzijde zijn de klauwstukken eveneens door een uitdraaiende voluut afgesloten. Het fond is ruitvormig uitgehakt, wat gebruikelijk is bij de Lodewijk XIV- stijl. De oorspronkelijke raamindeling zal een kleine verdeling van vijf ruitjes in de breedte zijn geweest.

Schilder
Cornelis Troost

Een van de bekendste schilders van de 18e eeuw

Binnen wordt de keuken aangepast. Pomp, gootsteen en keukenkast uit die tijd zijn nu nog aanwezig. Alsook het brede raam met een zesindeling. Door zijn dood heeft Jan nooit in het huis gewoond en wordt het door zijn weduwe Christine Heytcamp verhuurd.
In 1742 woont de bekende Amsterdamse fijnschilder Cornelis Troost (1696-1750) op Amstel 268. Zijn vader overlijdt in Oost-Indië als boekhouder van de VOC, zijn moeder is toneelspeelster. Aanvankelijk lijkt ook voor Cornelis een toneelcarrière weggelegd: een aantal jaren is hij acteur in de Amsterdamse schouwburg. Maar vanaf 1723 legt hij zich toe op de schilderkunst en gaat in de leer bij de portretschilder Arnold Boonen.

Cornelis ontwikkelt zich tot een van de belangrijkste Nederlandse schilders van de 18e eeuw. Hij heeft een aantal belangrijke figuren geportretteerd, waaronder arts en botanicus Herman Boerhaave en de hoofdschout van Amsterdam en bewindhebber van de VOC Isaac Sweers. Ook maakt hij zelfportretten. Toneelscènes kiest hij ook als onderwerp en hij maakt schilderingen voor vertrekken van welvarende Amsterdammers. In de pruikentijd wordt door schilders vaak voortgeborduurd op de stijl uit de Gouden Eeuw, maar Cornelis ontwikkelt een eigen, sterk satirische stijl waarmee hij de hogere klasse becommentarieert en het leven te kijk zet.

Verbouwing
Empirestijl

Agent van de koning van Groot Brittannië

In 1758 wordt het huis verhuurd aan Daniël Renard (1711- na 1766) agent van de koning van Groot Brittannië. Het agentschap wordt reeds door zijn vader bekleed en zijn zoon treedt als derde generatie zaakgelastigde voor de koning op. Wanneer vader Renard in 1746 overlijdt noteert de aartsroddelaar Jacob Bicker Raye in zijn dagboek dat Renard “een seer verstandig, vriendelijk & bligant (voorkomend) man was, hij laat verschijnde kinderen na en een seer medioker (bescheiden) capitaal” Dezelfde dagboekschrijver schrijft in oktober 1750 dat de dochter zelfmoord pleegt door in het diepste punt van het Haarlemmermeer te springen. Haar vriendinnen hadden haar namelijk gezegd dat zij vanwege armoede uit werken moest gaan en dat stond haar dus zeer tegen.

Voor zover kan worden nagegaan blijft het huis aan de Amstel de hele verdere 18e eeuw een huurhuis. Maar wanneer in 1803 een dochter van de eigenaar, Alida Geertruy Wesseling (1779-1855) trouwt met Hendrik Peter Bus (1781-1828), krijgt het huis een grote opknapbeurt. Daarbij worden de huidige ramen aangebracht, met op de begane grond op de wisseldorpel bij de ramen een eierlijst, alsmede de deuromlijsting met deur, gesneden raamkalf en bovenlicht. Alles in empirestijl. Na de verbouwing betrekt het paar het huis.

Rol van Stadsherstel
Originele details

Het bijzondere van de restauratie van nummer 268 is dat de antieke keuken met de originele pomp nog aanwezig zijn en geheel worden hersteld. De koperen kranen ontbreken, maar worden door gekochte oude keukenkranen vervangen. Ook worden op de vloer weer plavuizen aangebracht.

Wat opvalt bij een blik vanuit nummer 87 naar de overkant, naar dit huis dus, zijn ook de mooie snijramen. Het profiel van de roeden doet mee aan de versiering en om dat zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen is de stopverf aan de binnenzijde aangebracht. Ook bij ramen met een levensboompje zal men de stopverf altijd aan de binnenzijde aantreffen.

Tijdens de restauratie in 1967 komt in de gang een plafondschildering met vogels tevoorschijn, die bij een vroegere verbouwing is weggewerkt. De balken zijn rood, terwijl vogeltjes met takken op de balkvelden zijn geschilderd.

Wanneer de restauratie in 1967 gereedkomt, wordt in datzelfde jaar het tot ruïne vervallen buurnummer 266 gekocht. Stadsherstel restaureert in deze buurt meer dan 15 bouwvallige panden. Hoe anders zou de omgeving van de Magere Brug er hebben uitgezien wanneer wij die panden niet hadden gered!

Meer informatie

Bronnen:
Bouwhistorisch onderzoek Stadsherstel
Stadsarchief Amsterdam
Delpher

Aan dit project hebben meegewerkt:
Rappange architecten
Restauratieaannemer Kruizinga

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Tracking cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website