Monumenten en herdenken; plaatsing gedenksteen

Monumenten en herdenken; plaatsing gedenksteen Monumenten en herdenken; plaatsing gedenksteen

Bijna elk jaar onthullen we wel een nieuwe gedenksteen bij een monument van ons. Dit jaar in april is een gedenksteen geplaatst in de voormalige Gerardus Majellakerk voor 24 omgekomen parochianen en bij het Fort aan de Sint Aagtendijk was een herdenking van de gevallen Georgische soldaten. Lees meer over deze en andere herdenkingen.

Fort aan de Sint Aagtendijk, gevallen Georgische soldaten
Op 20 april was het precies 75 jaar geleden dat op het Fort aan de Sint Aagtendijk (Het Muziekfort) in Beverwijk vijftien Georgiërs werden vermoord. Ze probeerden de bezetter te saboteren door handgranaten te leveren aan het verzet. De vijftien werden herbegraven op het Sovjet Ereveld in Leusden. Dit jaar zouden nabestaanden voor het eerst in hun leven het graf bezoeken. Ook zouden zij bij de geplande herdenking op het fort aanwezig zijn. Door de coronacrisis konden de reis en de herdenking helaas niet doorgaan.

Remco Reiding, directeur van de Stichting Sovjet Ereveld, plaatste kaarsjes bij hun graven op het Sovjet Ereveld. Ook op het fort werden de vijftien in alle stilte herdacht. Daar wapperde onder meer de Georgische vlag halfstok. Ook werd het Georgische volkslied gespeeld en een minuut stilte gehouden door Stichting Fortpop Beverwijk. Er werd een filmpje opgenomen voor de nabestaanden en de Georgische ambassade en dit werd op het tijdstip van de herdenking gedeeld, om toch een soort van samen te zijn.

De tragische gebeurtenis die zich op dit fort heeft afgespeeld, is beschreven in het boek van Remco Reiding, Kind van het Ereveld. Het fort heeft heden ten dage een bestemming met een veel vrolijkere noot, namelijk onder andere als oefenruimte voor muzikanten. Het fort wordt beheerd door Stichting Fortpop Beverwijk en kan na de coronacrisis weer worden bezocht. Zie voor info http://www.muziekfort.nl/

NedPhO, de voormalige Gerardus Majellakerk, omgekomen parochianen
Eind april is de gedenksteen voor de 24 oorlogsslachtoffers, parochianen die tijdens de Tweede  Wereldoorlog zijn omgekomen, herplaatst in de voormalige Gerardus Majellakerk op het Ambonplein. De steen zou eigenlijk tijdens een speciaal Bevrijdingsconcert op zondag 3 mei worden onthuld, maar door de coronacrisis moest het programma worden aangepast.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPhO) huurt het pand en in overleg met Stadsherstel heeft de gedenksteen nu een mooie plek gekregen in de foyer bij de publieksingang aan de Batjanstraat. De steen is gemaakt van een zachte, poreuze marmersoort en kan daarom niet in de buitenlucht worden geplaatst. De foyer aan de Batjanstraat is niet vrij toegankelijk, maar het Nederlands Philharmonisch Orkest heeft toegezegd om jaarlijks rond Bevrijdingsdag een bezichtigingsmoment te zullen organiseren. De Vrienden van Stadsherstel hebben de plaatsing van de gedenksteen mogelijk gemaakt.

De gedenksteen was in de vergetelheid geraakt, want na de verhuizing van de kerk naar de Lombokstraat stond deze aldaar al enige tijd in de berging. Tot Paul Proost, vice-voorzitter van het locatiebestuur van de Anna Bonifatius-Gerardus Majella parochie Amsterdam Oost, in het najaar van 2019 werd gebeld door de dochter van Wouter van der Pol wiens naam op de gedenksteen staat vermeld. Zij wist van het bestaan van de gedenksteen in de berging en vroeg of de gedenksteen in het kader van 75 jaar bevrijding weer zichtbaar kon worden gemaakt. Haar vader was leerling-machinist. Op 3 juli 1943 was hij bezig om kolen op het vuur te gooien van de stoomlocomotief waarop hij werkte. Vlak voor station Leiden werd de trein aangevallen door een Engels jachtvliegtuig, haar vader was op slag dood. (Bron: Paul Proost)

Paul Proost: "Mooi als je met een klein groepje mensen een stukje verborgen verleden zichtbaar hebt kunnen maken, voor de nabestaanden en ook voor de parochie, juist nu wij stilstaan bij 75 jaar bevrijding. Wij hopen dat er, na de coronacrisis, ook nog een officieel onthullingsmoment komt".
 

Nieuwezijds Voorburgwal 282, een onderduikadres
Van circa 1910 tot 1957 was hier de bekendste openbare lagere school in de binnenstad gevestigd: de Prinsenschool (ook wel Roemer-Visscher School genoemd). De Prinsenschool was genoemd naar de pedagoog Prinsen en was alleen voor meisjes bedoeld. Later werd het een jongens- en meisjesschool.

Tijdens de oorlogsjaren woonden in het pand ook Marie Schotte met haar dochter Tina Strobos. Zij besloten om in hun grote huis onderduikers te herbergen. Doorlopend waren er steeds maximaal vijf onderduikers. Uit officiële tellingen is gebleken dat er zo ruim honderd mensen uit handen wisten te blijven van de bezetter. Tina was ook actief in het verzet, zij vervalste voedselbonnen en persoonsbewijzen. Zoals veel vrouwen in het verzet werd zij ingezet als koerier, zij bracht wapens, zendapparatuur en radio's weg. In hun huis aan de Nieuwezijds Voorburgwal 282 en 282A verstopten de dames van de Duitsers gestolen wapens voor het verzet. Tineke overleed in 2012, op 3 juni van dat jaar werd een plaquette aangebracht. In het pand zit nu het Betty Asfalt Complex van Paul Haenen en Dammie van Geest.

Keizersgracht 695, vader Frans Bromet in het verzet
Ben Bromet, de vader van documentairemaker Frans Bromet, runde op Keizersgracht 695 in de Tweede Wereldoorlog een groothandel in verbandstoffen en farmaceutische artikelen. Hij leverde bijvoorbeeld maandverband aan de verzorgingsgroepen voor Joodse onderduikers. Tijdens de oorlog werd in het souterrain van het monument De Vrije Groepen Amsterdam (VGA) opgericht. Alle verzorgings-/verzetsgroepen uit Amsterdam werkten hieraan mee met als doel de samenwerking te bevorderen. Bij deze vorm van verzet was het aandeel van joden (vol- en halfjoden) aanzienlijk: 20 procent van de VGA-leden had een joodse achtergrond.

Op 5 mei 2014 werd, dankzij de Vrienden van Stadsherstel op Keizersgracht 695 een plaquette onthuld ter herinnering aan de oprichting van de Vrije Groepen Amsterdam. Na de onthulling, die onder grote belangstelling plaatsvond, vond er een vrijheidsmaaltijd plaats waarbij familieleden van verzetsstrijders, waaronder Frans Bromet met zijn familie, aanwezig waren.

Nieuwe Prinsengracht 51, Walter Süskind redde honderden kinderen
Op 5 mei 2015 werd er tijdens De Open Joodse Huizen|Huizen van Verzet op het pand Nieuwe Prinsengracht 51, dankzij een Vriendenbijdrage, een plaquette onthuld door de neef van Walter Süskind en een achterkleinzoon van de familie Wijnberg. In ons pand vertelden ze over hun familieleden die hier woonden en niet terug kwamen na de oorlog. Ook werd het pand opengesteld voor publiek.

Op de Nieuwe Prinsengracht 51 woonden Walter Süskind, lid van de Joodsche Raad, en zijn gezin tijdens de oorlog. Suskind is bekend geworden vanwege zijn actieve verzet tegen de Duitsers. Hij hielp Joden ontsnappen uit de Hollandsche Schouwburg, waaronder vele kinderen. Biografieschrijver Mark Schellekens vertelde toen over Walter Süskind, waar hij een boek over heeft geschreven. Hans en Karin Süskind vertelden over hun oudoom. Hun vader Hans Süskind was de neef van Walter en was ook bij de bijeenkomst aanwezig. Hans Süskind had regelmatig bij Walter in dit pand gelogeerd en vond het zeer bijzonder dat hij na 72 jaar het pand weer kon bezoeken. De geschiedenis kwam weer tot leven.
De familie Wijnberg woonde boven Walter Süskind. Bob Wijnberg was betrokken bij het gewapend verzet. Bob werd gearresteerd en zijn vrouw Mimi dook met hun dochter Chawwa onder. Bob en Mimi bleven met elkaar schrijven, de brieven zijn bewaard gebleven. Bob is uiteindelijk gefusilleerd.

De in dit pand georganiseerde herdenkingsbijeenkomsten organiseerden we samen met het Amsterdams 4 en 5 mei Comité. De Open Joodse Huizen|Huizen van Verzet bijeenkomsten zijn kleinschalige, particuliere herdenkingsbijeenkomsten, waarin herinneringen aan gebeurtenissen en mensen worden opgehaald. Stadsherstel presenteerde daarnaast de gratis rondwandeling door Joods Amsterdam.


Bij de onthulling plaquette Nieuwe Prinsengracht 51

Foeliepanden, van een Joodse zuurwarenverkoper, bijna gesloopt maar nu weer bewoond.
Zijn de bewoners van de panden in de Foeliedwarsstraat in de 19e eeuw overwegend Nederlands-Hervormd, vijftien jaar voor de eeuwwisseling komt daar verandering in. Dan wordt het een joodse buurt. Hartog Allegro, koopman in zuurwaren en verhuurder, woont op nummer 50-2 en koopt Foeliedwarsstraat 44, 46, 48 en 50 als die in 1909 onbewoonbaar worden verklaard. De nummers 44 en 50 zijn zichtbaar in het straatbeeld; 46 en 48 –de eenkamerwoninkjes– liggen erachter in de donkere gang tussen beide panden. Deze Nooteboomgang en de woninkjes hebben de sloop niet overleefd. Allegro bouwt een nieuw dubbel woonhuis no. 50-52, met op de ongedeelde benedenverdieping één grote werkruimte annex stalling en verhuur van karren. Erboven maakt hij wel een scheidingsmuur tussen de woningen in het linker- en rechterpand.
Hartogs oudste zoon Abraham legt in 1910 op 4-jarige leeftijd de eerste steen van het nieuwe complex. Deze steen is bewaard gebleven. Het gezin bestaat uit Hartog en Naatje en hun drie zoons. Middelste zoon Maurits is na de oorlog de enige overlevende van het gezin. In de Foeliedwarsstraat wonen hij en zijn vrouw dan al niet meer.

Stadsherstel kocht de onbewoonbaar verklaarde panden Foeliedwarsstraat 42, 44, 50 en 52 alsook Rapenburg 93 in 2014 aan en heeft er weer woningen van gemaakt. Tijdens de restauratie waren er verschillende momenten, zoals tijdens 4 en 5 mei, dat we de Foeliepanden openstelden en er verhalen werden verteld.


De eerste steen                                      Foeliepanden na restauratie
 

Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.