Kerk Ransdorp gerestaureerd

Kerk Ransdorp gerestaureerd Kerk Ransdorp gerestaureerd

De restauratie van de kerk van Ransdorp is gereed. Op vrijdag 16 februari 2007 verrichten stadsdeelbestuurders Chris de Wildt Propitius en Harm Jan van Schaik de officiële handeling voor de ingebruikneming. Zij plaatsten een gevelsteen, welke de restauratie van dit bijzondere gebouw markeert.

 

Rembrandt heeft in de periode tussen 1642 en 1647 met name de toren van de kerk van Ransdorp met een paar krachtige lijnen getekend. In het Rembrandtjaar 2006 is de kerk weer in oude luister hersteld. Na ampele overweging besloot de Hervormde Gemeente van Ransdorp in 2004 de kerk niet aan de meest biedende, maar via het Stadsdeel-Noord aan Stadsherstel Amsterdam te verkopen. Dankzij financiële bijdragen van dit Stadsdeel werd het mogelijk de kerk in zijn oorspronkelijke luister te herstellen, terwijl deze ook voor het dorp een functie kan blijven vervullen. Architect Dick Bak en aannemersbedrijf F.W. Onrust hebben deze kerk weer tot een lust voor het oog gemaakt.

Een stukje geschiedenis

In 1324 werd er voor het eerst melding gemaakt van een pastoor. Ransdorp behoorde in de 15e en 16e eeuw tot de hoofddorpen van de Unie van Waterland. In die tijd was zeevaart en handel de belangrijkst bron van inkomen en in de Sonttolregisters kan men een veelheid aan schepen afkomstig uit Ransdorp terugvinden. Vandaar ook de prestigieuze toren en de in die tijd omvangrijke kerk, die het hele kerkplein besloeg. Kerk en toren waren in samenhang met elkaar van belang voor de bewoners van het gehele Waterlandse gebied. De stompe toren is een ontwerp van Jan Poyt en dateert uit de vroeg zestiende eeuw, waarschijnlijk circa 1525. De toren is gebouwd in laat gotische stijl en zal waarschijnlijk in het begin van zijn bestaan voornamelijk als klokkentoren dienst hebben gedaan.

Op een gravure uit 1643 van A. Rademaker is te zien dat in de ruïne van de grote kerk een veel kleinere kerk was gebouwd, die los stond van de toren. In 1718 zijn beide kerken gesloopt. In 1719 werd een nieuwe kleine kerk ingewijd. Deze kerk werd tegen de toren gebouwd. Via de toren diende men te kerke te gaan. Later werd de opening van de toren naar de kerk dichtgemetseld en heeft men aan de oostzijde van de kerk een nieuwe ingang gemaakt. In 1833 werd de kerk ingrijpend verbouwd, als gevolg van de watersnood van tien jaar eerder.

In 1934 werd er gestart met de restauratie van de kerk maar de kerk bleek constructief  zo slecht dat de Gemeentelijke Bouw- en Woningtoezicht afbreken gelastte. Muren etc. bleken in een dusdanige bouwvallige toestand te verkeren dat instortingsgevaar aanwezig werd geacht. Voor de herbouw werd op allerlei manieren geld bijeengebracht. Er werd ook een gift ontvangen van Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana. In 1936 is de kerk op de oude fundering herbouwd onder leiding van de architect J.C. Hoogendorp, in samenwerking met de afdeling gebouwen van publieke werken der gemeente en de rijksmonumentencommissie.

Bij de herbouw van 1936 is de verbinding tussen de kerk en de toren gewijzigd in de vorm van een tussenlid, waardoor de toren meer vrij is komen te staan ten opzichte van de kerkruimte. Bij de herbouw zijn één of meer achttiende-eeuwse balken hergebruikt. Op één balk bevindt zich het jaartal 1719. Omdat de binnenruimte groter is dan de kerk van 1719 was het nodig om de balk te verlengen en door middel van sleutelstukken, korbelen en muurstijlen te ondersteunen.

Het interieur herbergt een belangrijke collectie zeventiende-eeuws Waterlands kerkmeubilair. Het is afkomstig uit de kerk van 1719 en ingebracht in de tweede helft van de zeventiende eeuw.

Nieuwe functies voor de kerk

De kerk heeft een multifunctionele functie gekregen, waardoor de dorpskerk zoveel mogelijk haar aangezicht en interieur kan behouden. Bovendien blijft het gebouw centraal staan in de kern van het beschermde dorpsgezicht Ransdorp. Sinds de restauratie kan de dorpskerk van maandag tot en met donderdag worden gebruikt voor algemene en dorpse sociale of culturele activiteiten. Om tot een kostendekkende exploitatie te komen, is de kerk op de overige dagen van de week en de dagen dat de kerk niet gebruikt wordt voor een verantwoorde bezetting te huur. In de kerkzaal is nu voor maximaal 150 personen een zitplaats.

Leerlingbouwplaats

Eén van de zaken die ons gebouwde erfgoed bedreigt, is het gebrek aan ambachtslieden die de restauraties goed kunnen uitvoeren.

Leerlingbouwplaatsen worden ingesteld om de continuïteit van het restauratievak te garanderen. Hier worden jonge bouwvakkers in de praktijk opgeleid om het restauratievak onder de knie te krijgen. Aannemer F.W. Onrust, die voor de restauratie opdracht kreeg, heeft de eis van Stadsherstel om van dit werk een leerlingbouwplaats te maken met zeer veel enthousiasme opgepakt. Er komt nagenoeg geen enkele onderaannemer op het werk zonder een leerling.

Zo hebben leerlingen van de volgende bedrijven bij dit project werkzaamheden uitgevoerd:

F.W. Onrust, Zaandam  (timmerwerk)
Van de Veekens, Zaandam (mobiele kraan & straatwerk)
Beenders, Zaandam (stuukwerk)
Mey & De Bie, Haarlem (tegelwerk)
Huzon, Heemskerk (loodgieterswerk)
Zwarthoed, Volendam  (metselwerk & voegwerk)
Reintjes en Van Donk, Amsterdam (cv en mv installatie)
Swart, Zaandam (elektrawerk)

Restauratie

Op 24 mei 2006 werd met de restauratie begonnen. Het was de bedoeling om het interieur en exterieur zo min mogelijk aan te tasten. Toch moesten er voor het nieuwe gebruik voorzieningen en aanpassingen komen. Aan weerszijden van de garderoberuimte werden een dames- en herentoilet gerealiseerd. Alle installaties zijn vernieuwd en er is een combinatie van vloerverwarming met convectoren gemaakt om het in de kerk behaaglijk te maken. Tegen koudestromingen en eventuele geluidsoverlast werden er aan de binnenzijde extra ramen geplaatst. In de voormalige consistoriekamer is een keuken ten behoeve van catering gekomen.

De 17e eeuwse  interieuronderdelen, waaronder drie kronen, de preekstoel, de dooptuin, de bank onder de orgelgalerij en de zijbanken naast de preekstoel werden gerestaureerd. Maar ook 20e eeuwse onderdelen, waaronder de elektrische lampen en het orgel hebben na de restauratie weer een plaats in de kerk gekregen. Onder de houten vloer is een groot aantal oude zerken gevonden. Deze werden aan de zijkanten gelegd zodat ze minder slijten. In het midden is de vloer aangeheeld met nieuw natuursteen.

Aannemer Onrust heeft het werk in de kerk uitgevoerd terwijl verschillende restaurateurs in hun werkplaats de interieuronderdelen onder handen namen. Zo werden bij Brink & van Keulen te Haarlem de zeventiende eeuwse kronen gerestaureerd. Bij de orgelmakers Elbertse  te Soest werd het orgel gerestaureerd en bij houtdraaierij- Meubelmakerij Has te Edam werden de zeventiende eeuwse dooptuinhekken, de kansel en de banken gerestaureerd. Swart elektrawerken te Zaandam pasten ondertussen de twintigste eeuwse lampen aan, zodat deze  nu zowel voor sfeerverlichting als voor noodverlichting dienen. Het glas in lood is uit de gevels gehaald en werd bij Glasbewerkings Bedrijf Brabant (GBB) in Tilburg gerestaureerd.

De zerken en drielingen (1/3 zerk), die onder de vloer tevoorschijn kwamen, waren voorzien van een cementsluier. Deze zijn door de firma Has op dezelfde wijze schoongemaakt zoals ook meubels schoonmaakt worden. Dit gebeurt door middel van het stralen met glasparelkorrels. Het wordt onder zeer lage druk zeer voorzichtig gedaan. De zerken waren eerst genummerd, gefotografeerd, geïnventariseerd en buiten opgeslagen. Op de zerken zijn diverse tekens te zien: namen,  huistekens, jaartallen, engelenkopjes, rozetten, teksten, rozen, banden, emblemen, grafnummers een doodshoofd met twee gekruiste doodsbeenderen et cetera. Huistekens zijn persoonlijke tekens die ook wel gebruikt werden als eigendomsteken.

Architect Dick Bak heeft het zerkenplan gemaakt waarop staat aangegeven waar welke zerk terug is gekomen. De zerken worden met name aan de zijkanten geplaatst, waar ze het minst beschadigen. De zerken met grafnummers worden op volgorde gelegd en de overige zerken zijn op maat geselecteerd. De heer Arijan Porsius, die een boek Ransdorp heeft geschreven en zeer veel zeventiende en achttiende eeuwse Ransdorpse familienamen kent heeft geholpen met het ontcijferen van de namen. De gevonden informatie wil hij gebruiken voor zijn tweede boek over Ransdorp.

Het begraven in en rondom kerken heeft langdurig plaats gevonden. Oorspronkelijk kwam dit door de heiligenverering: veel kerken werden gesticht boven graven van heiligen. De gelovigen wilden zo dicht mogelijk hierbij begraven worden. Tot 1869 duurde dit voort. Het begraven in kerken werd vanaf toen met een nieuw en absoluut verbod om hygiënische redenen (stank vormde de grootste overlast) verboden.

De graven die onder de zerken lagen zijn bij eerdere restauraties of bouwkundige ingrepen reeds geruimd. In het schone zand worden zo nu en dan nog resten aangetroffen. Het zand is daarom gezeefd waarna de verzamelde resten herbegraven werden. Dit is in nauw overleg met de afdeling monumenten van het stadsdeel en de archeologische dienst gebeurd.

Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.