Filmpje bouwhistorisch onderzoek wevershuisje

Wevershuisje

Stadsherstel begeleidt jaarlijks vele stagiaires. Zo ook in coronatijd. Helaas gaat dat nu iets ingewikkelder dan we gewend zijn. Toch vinden we het belangrijk om ook nu stagiaires een kijkje in onze organisatie te gunnen en hen te helpen met hun opleiding. Cedric is tijdens zijn stage langs verschillende monumenten van ons gegaan. Zo ook langs het wevershuisje waar juist bouwhistorisch onderzoek plaatsvindt. Hij maakte daarvan een filmpje.

Even kennismaken

Mijn naam is Cedric van Coblijn, ik ben student aan de Hogeschool van Amsterdam en volg de studie Creative Business. Voor mijn tweede leerjaar heb ik gekozen voor de specialisatie tekstschrijven. Ik wil namelijk graag leren hoe ik door middel van mijn woorden mijn doelgroep het best kan bereiken. Onder andere om die reden loop ik stage bij Stadsherstel op de communicatieafdeling. Ik leer hier niet alleen om onze doelgroepen correct te benaderen, maar ook om teksten te schrijven voor webpagina’s en om nieuwsbrief artikelen op te stellen. Het meest bijzondere wat ik doe (vind ik persoonlijk) is het interviewen van de ondernemers die de panden huren van Stadsherstel. Ik vraag hen wat zij anders dan normaal doen sinds de komst van de pandemie, wat hele leuke gesprekken teweeg brengt.

Ook maakte ik een filmpje voor de website. Hiervoor bezocht ik Jacqueline de Graauw van Bureau Bouwtijd. Zij is bouwhistorisch onderzoeker en doet momenteel in opdracht van Stadsherstel onderzoek naar het pand aan de Tweede Weteringdwarsstraat 5-7.

Wat doet een bouwhistoricus

Tijdens mijn bezoek hebben Jacqueline en ik een video geschoten die u hieronder kunt bekijken. In dit filmpje vertelt zij over haar (voorlopige) bevindingen van het wevershuisje. Ook vertelt zij over haar eigen functie als bouwhistorisch onderzoeker en wat er van haar verwacht wordt. Samen met Jacqueline nemen wij vervolgens een kijkje in het pand.

Bij binnenkomst in het pand merkte ik meteen dat ik te maken had met een oud pand. Zo viel mij op dat de trappenhal best smal is, niet alleen dat, ook de deurposten zitten vrij laag. . Ondanks dat verraste de grootte van het pand mij behoorlijk. Het pand bestaat niet alleen uit een voorhuis, maar ook uit een achterhuis, beide bestaand uit drie bouwlagen met een zolder. Dit maakte mij nieuwsgierig naar de oorsprong van het pand.

Omdat Stadsherstel het pand wil renoveren en hierbij zeker wil zijn wat monumentale waarde heeft, is Jacqueline gevraagd hier onderzoek naar te doen. Niet alleen zoekt zij uit wat er monumentaal is aan het pand, maar ook de achterliggende geschiedenis hiervan. Tijdens de rondleiding in het pand vertelt Jacqueline ons over de geschiedenis die zij al heeft ontdekt. Het onderzoek is nog in volle gang, maar toch heeft zij al heel wat informatie weten te achterhalen.

Waarom heten de huisjes Wevershuisjes?

Zo is het pand aan de Weteringdwarsstraat 5-7 in 1670 oorspronkelijk als één woning gebouwd. Het is een van de meer dan 200 wevershuisjes die zijn gebouwd als poging om de textielindustrie te stimuleren. Alleen wevers, spinners en andere vaklui in de textielindustrie mochten deze huisjes huren. De ontwerper van de huisjes was de architect Philip Vingboons.

In 1725 verdwijnt de kwijnende textielindustrie uit de wijk en worden de huizen uitsluitend nog als woningen verhuurd. Dit is het startsein voor een grote verbouwing van vele van de bovenhuizen, voor- en achterwoningen tot ‘normale’ eenvoudige werkmanswoningen, de meer gangbare één- of tweekamerwoningen.
Voor de #OmDeDagEenMonument nieuwsbrief schrijf ik binnenkort een artikel waarin u meer informatie over het wevershuisje kunt lezen. En bent u benieuwd naar mijn interviews met drie creatieve ondernemers in coronatijd? Leest u dan binnenkort het artikel in het magazine van Stadsherstel waarmee ik mijn stage bij Stadsherstel zal afsluiten.

Bronnen:

Jacqueline de Graauw, Bureau Bouwtijd

Nierop, van L., , ‘De huizen in het Noortsche Bos’ in jaarboek 
Amstelodamum 34 1937, p 93-141


Zantkuyl, H.J., ‘Variaties op een thema: de werkmanswoning in de 17de, 
18de en 19de eeuw’, Bouwen in Nederland (Leids Kunsthistorisch Jaarboek 
3), Delft 1985, pp 495-526

Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.