De koning van Pruisen in de gevel.

Runstraat 4 Bijzonderheid 2, gevelsteen

Als afsluiting van de restauratie van Runstraat 4 is de gevelsteen opgeknapt. In de steen stond vroeger een beeltenis van Frederik III van Pruisen, maar deze is weggehakt. De naam van de koning staat nog wel op de boven- en onderrand.

In december 1757 koopt Arie Rid het huis in de Runstraat voor fl. 1335,- van Dirk Padhuys. Kort na de aankoop, in 1759, laat de nieuwe eigenaar het pand moderniseren, waarbij het een nieuwe voorgevel krijgt.
In 1761 verkoopt Rid het huis voor fl. 5300,- aan Hendrik Hekking. Bij deze verkoop wordt het huis voor het eerst omschreven als “huis en erf, gelegen aan de noordzijde van de Runstraat, het derde huis van de Keizersgracht, waar den Koning van Pruyssen in de gevel staat”.

De gevelsteen zal dus bij de vernieuwing van de voorgevel in 1759 aangebracht zijn. Bij latere verkopen, in 1778 en 1794, wordt het pand steeds benoemd als waar de “Koning van Pruyssen in de gevel staat”.
Waarom Arie Rid in 1759 als gevelsteen de beeltenis van de Pruisische vorst liet aanbrengen zal wel altijd een raadsel blijven. Bovendien heeft de maker van de steen een fout gemaakt. Er bestond in die tijd geen Frederik III van Pruisen. Deze kwam pas aan het einde van de 19e eeuw. Waarschijnlijk stond op de steen
afgebeeld Frederik van Hohenzollern (1657-1713), die van 1688 tot zijn dood als Frederik III, keurvorst van Brandenburg bekend stond. Hij was tevens hertog van Pruisen, een titel die in 1701 werd verheven tot koning. Vanaf dat moment stond hij ook bekend als koning Frederik I.

Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat de beeltenis van Fredericus III, koning van Pruisen in 1795 weggehakt is. In dat jaar werden in Holland immers de Fransen binnengehaald en kwam er een einde aan het Stadhouderlijk bewind. ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’ kwam in de plaats van ‘Vivat Oranje’. Alle representanten van het Ancien Régime stonden in een kwaad daglicht en bovendien was Frederik een kleinzoon van Frederik Hendrik van Oranje-Nassau en Amalia van Solms.

Restauratie


Het reliëf is door restaurateur Wil Abels van de dikke verflagen ontdaan in de hoop iets van een contour van de weggehakte beeltenis terug te vinden. Er kwam op sommige plekken wel een verschil tussen het fond en het weggehakte gedeelte tevoorschijn, maar zo miniem dat er niet uit op viel te maken of de beeltenis ‘en profil’ of ‘aanziend’ geweest was. Ook geraadpleegde gravures en andere afbeeldingen van Frederik gaven geen opheldering.


In Maastricht is in de Hoogbrugstraat 37 ook een gevelsteen waar de beeltenis, in dit geval van een bisschop, ooit was weggehakt. Daar was het onderscheid tussen het fond en het weggehakte echter zo duidelijk dat men bij de restauratie het silhouet van de gemijterde en van een kromstaf voorziene bisschop uitgespaard heeft tegen een effen, vergulde achtergrond.

Bij de steen in de Amsterdamse Runstraat is gekozen voor een voorzichtige accentuering van het vermoedelijk weggehakte gedeelte door dit met een iets donkerder kleur Bentheim in te vullen.

Opvallend aan de nu weer ‘leesbare’ steen is het verschil in breedte van de fraaie, typische rococo voluten. Een foutje van de beeldhouwer …?

Bronnen


Onno Boers en Jos Otten,
uit de papieren uitgave van Stadsherstel Nieuwsbrief november 2009

Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.