Smal, maar met twee hijsbalken

H

Het Wapen van Batavia

Keizersgracht 323, Amsterdam

Op 11 januari 1771 beschrijft buurtgenoot Jacob Bicker Raye het wintervermaak op de Keizersgracht. Vanuit ons zeer smalle, symmetrische pand op nr. 323 zullen de bewoners hier ook naar gekeken hebben, als ze zelf al niet meededen. En al sinds 1951 kunnen corpsstudenten van het oudste nog actieve studentendispuut van Amsterdam hier nu genieten van het uitzicht op de gracht.

1728
Bouw pand
1920
Aangekocht
1972
Gerestaureerd
Nu
Studentenwoningen
Eerste huis
’t Wapen van Batavia

Burgemeester Witsen is buurman

In 1615 en 1616 werden de erven voor dit stukje aan de oostzijde van de Keizersgracht uitgegeven. Dit erf heeft bij uitgifte nummer 15 gekregen en Staes Meijer, lakenbereider, is waarschijnlijk de eerste eigenaar. Maar al vóór 1617 verkoopt hij het aan Bertrand de Recourt. Deze verkoopt het na een aantal jaar weer door aan Lucas Barentszn, schout in Ouderkerk. De data van deze verkopen tot die tijd zijn niet exact te achterhalen. Er wordt wel steeds gesproken over ‘het huis schuin tegenover de academie’, dat moet de voorloper van het in 1677 gestichte Felix Meritis zijn geweest op Keizersgracht 324 (het huidige gebouw dateert van 1788). Al in 1639 wordt bij de verdeling van een erfenis over het pand gesproken als het pand waar ‘het wapen van Batavien’ aan de gevel hangt.

In 1658 verkoopt Barentszn huis en erf aan Petronella Kerckringhs (1612- 1678), weduwe van Paulus (Pauwels) van Uchelen. Bij die verkoop blijkt uit de omschrijving dat Keizersgracht 323 aan de noordkant grenst aan het huis van Burgemeester Cornelis Jan Witsz (1605-1669). Zijn zoon was de beroemde burgemeester Nicolaes Witsen (1641 – 1717) die o.a. tussen 1682 en 1706 dertien keer burgemeester van Amsterdam was en Tsaar Peter de Grote naar Nederland haalde.

Het huis
Lofwerk

Lodewijk- XIV met veel symmetrie

De nazaten van Petronella verkopen het huis en erf in 1703 aan Hendrik Albertsz van Gaart die opdracht geeft voor de bouw het huidige huis. In de 18e eeuw worden er nog steeds traditionele grachtenhuizen gebouwd. Het zijn veelal smalle, hoge en diepe panden, zoals uit de eeuw daarvoor. De stijl van de ornamenten komt vaak uit het buitenland, voornamelijk Frankrijk, overwaaien. Vandaar dat veel huizen in een bepaalde Lodewijk stijl gemaakt zijn. De Lodewijk XIV- periode valt tussen circa 1710 en 1740. Een bepaald soort ornamenten, bijvoorbeeld het acanthusblad, wordt dan veel gebruikt. Daarnaast is symmetrie erg belangrijk.

Dat is ook duidelijk te zien aan dit pand, dat vermoedelijk rond 1728 gebouwd is door Hendrik Albertsz van Gaart. De rijk versierde, verhoogde en getoogde gesneden kroonlijst is symmetrisch. Vandaar dat er, ondanks het feit dat het een smal, slechts 5,25 m breed huis is, twee hijsbalken zijn aangebracht. De rechter functioneert, de linker niet en is aangebracht voor de symmetrie. Op de top zijn ook twee hoekvazen te vinden. Vazen waren een heel gebruikelijke decoratie in de Lodewijk- XIV periode. Als versiering in het getoogde gedeelte is een kuif aanwezig en ook is lofwerk aangebracht rond het ronde venster en de twee hijsbalken.

Trappenhuis
Draperie

Gang en marmeren fonteintje waren te zien in de film De Aanslag

Het vergulde achterraam boven de ingang van het pand is begin 19e eeuws. De laat 19e eeuwse deur geeft toegang tot een smalle, 1,15 m brede gang uit de bouwtijd. De originele gang is voorzien van marmeren plavuizen en lambrisering. Daarboven bevindt zich het stucwerk. Er zijn nog twee antieke deuren met stucwerk erboven uit de bouwtijd. Die bevinden zich rechts in de gang, voor de symmetrie zijn er links twee blinde nissen gemaakt. In dit geval dus geen schijndeuren zoals gewoonlijk. Na de eerste deur gepasseerd te zijn komen we bij het trappenhuis, gelegen tussen de voor- en achterkamer. In het trappenhuis is een draperie in stucwerk aangebracht. De fraaie trapbaluster is ook in Lodewijk- XIV stijl gemaakt. Het trappenhuis loopt helemaal door naar boven. Bovenin het trappenhuis is een zogenaamde traplantaarn gebouwd om het trappenhuis licht te geven.

In het ganggedeelte tussen het voor- en achterhuis bevindt zich het zogenaamde ‘tussenlid’ met daarnaast de binnenplaats. In het tussenlid is een marmeren fonteintje te vinden op een console. Als er in een Amsterdams grachtenhuis een fonteintje te vinden is, bevindt het zich bijna altijd op deze plaats. Gang en marmeren fonteintje waren overigens te zien in de film ‘De aanslag’.

Wintervermaak
‘Pragtige sleden’

De gracht, op 11 januari 1771 beschreven door Jacob Bicker Raye

In 1729 verkopen de nazaten van Van Gaart het nieuwe pand voor ƒ18.700 aan juwelier Nicolaas Blank. Wat deze juwelier verdiende weten we uit de ‘personele quotisatie’, een belastingheffing naar draagkracht die in 1742 werd ingevoerd. Blank bleek in dat jaar twee dienstbodes te hebben en een inkomen van ƒ 3000.

In 1771 beschrijft buurtbewoner Jacob Bicker Raye (1732-1772), die op nummer 251 woont, het uitzicht tijdens de wintermaanden vanuit zijn Keizersgrachtpand in zijn dagboek. In zijn jonge jaren deed hij altijd mee aan het wintervermaak op de Amstel, maar in 1771 was hij stram en oud. En daarom beschrijft hij het schouwspel vanuit zijn raam. Een schouwspel dat mogelijk was omdat het enige dagen gesneeuwd had, waardoor liefhebbers van arren hun hart op konden halen. Uit tijdverdrijf telde de oude heer de arrensleden die langs zijn huis gingen:
“Sijnde op 11 januari ’s morgens van tien tot half twee, en ’s namiddags van drie tot half vijf, door mij selfs getelt, drie honderd en seuven en vijftig arresleden alleen aan dese kant voorby mijn huis gepasseerd, sijnde het mooy, sagt, sonneschijnweer, seer goed voor de daames, die met alderhande hooftkapsels versierd waaren, meestal allen in pragtige sleden, met seer schoone paarden bespannen.”

Rol van Stadsherstel

Opknappen voor het herendispuut

In de 19e eeuw wonen er achtereenvolgens een commissionair en kooplieden en in 1888 wordt een bouwvergunning verleend voor het herstellen van de stoep.

Begin 1970 wordt dit huis, met als toenmalig eigenaar het studentendispuut B.E.E.T.S., door ons aangekocht, tegen een redelijke aankoopprijs. Dit onder voorwaarde dat wij de noodzakelijke voorzieningen, die in het enigszins verwaarloosde, maar constructief nog goede perceel moeten worden getroffen, voor onze rekening nemen.
De fraaie stucplafonds in de gangen en de gebeeldhouwde balustrades van de eikenhouten trappen zijn geheel hersteld, terwijl ten behoeve van het wooncomfort van de twaalf studenten de nodige sanitaire voorzieningen en een centrale verwarmingsinstallatie werden aangebracht.

B.E.E.T.S. was sinds 1951 eigenaar, men had het pand gekocht van stichting Radio Werkend Nederland. Vanaf 1947 was in het pand het bureau van de districtleiding van de Communistische Partij Nederland (CPN) gevestigd. In het gebouw vonden allerlei vergaderingen en cursussen plaats. De CPN was een politieke partij die in 1909 onder de naam Sociaal-Democratische Partij (SDP) werd opgericht en in 1990 opging in GroenLinks.

De CPN zag de onderdrukking van de arbeidersklasse als een gevolg van het kapitalisme. Ze streefde naar gelijke rechten voor vrouwen en mannen, zeer ingrijpende wetgeving op het gebied van arbeid en tal van andere sociale veranderingen.

Huurders
Herendispuut

Beetsianen in een film

Het dispuutshuis B.E.E.T.S. is het oudste dispuut (1879) van het Amsterdamsch Studenten Corps (ASC, opgericht 1851). Het is vernoemd naar schrijver, dichter, predikant en hoogleraar Nicolaas Beets (1814-1903). Beets schreef proza, poëzie, en preken. Zijn bekendste werk is Camera Obscura, dat hij onder het pseudoniem Hildebrand schreef in zijn studententijd en waarvan de eerste versie verscheen in 1839.

B.E.E.T.S. heeft bij het Corps een literair imago, al moet dat niet te serieus worden genomen, zo wordt in een interview in de Volkskrant uit 2018 duidelijk: ”hoewel een van onze liederen ‘Wij lezen dikke boeken’ luidde, deden de meeste Beetsianen dat niet bepaald dagelijks in mijn tijd. Wel was er in de ontgroening een nadruk op psychologische en intellectuele uitdagingen, in plaats van fysieke”. Er zijn nog meer tradities. Zo wordt er al decennia lang op de fleurrondes – de periode waarin nieuwe leden worden geworven – een zeemanslied ingezet dat begint met de regel ‘Al lig ik in mijn kooi’.

Het Nederlands Film Festival opent in 2018 met de film ‘Niemand in de stad’. Het is het speelfilmdebuut van documentairemaker Michiel van Erp, gebaseerd op de gelijknamige roman uit 2012 van Philip Huff. Voor zijn roman liet Philip Huff zich inspireren door zijn studententijd bij het Amsterdamse corpsdispuut B.E.E.T.S. (2003).

Meer informatie

Bronnen:
Historisch onderzoek Stadsherstel
Stadsarchief Amsterdam
Een pracht van een gracht, Hans Tulleners
Het dagboek van Jacob Bicker Raye
www.asc-avsv.nl
Volkskrant, 2 okt 2018, Haro Kraak

Restauratie uitgevoerd door:
Bouwbureau Stadsherstel
Beulinks Aannemingsbedrijf

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Tracking cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website