Het huis van een
plantage-eigenaar en
Surinaamse ijsverkoper

In de achterkamer van de beletage van het voorhuis staat Ceres, godin van de landbouw, afgebeeld met korenaren. Een jonge vrouw biedt haar een mand met bloemen en vruchten aan. De twee putti dragen een sikkel en een guirlande van graan, eveneens symbolen van Ceres (foto Stadsherstel, Sjors van Dam, 2018).
D

De Mol

Keizersgracht 64, Amsterdam

10/750 #OmDeDagEenMonument | De vermogende familie Roseboom woonde in de 18e eeuw in dit voorname pand. Zij werden, via een Afrikaans familielid, investeerders en later eigenaar van de Surinaamse suikerplantage De Guineesche Vriendschap. De familie verdiende goed geld met de overzeese handel. Maar toen de plantage industrie in een zeepbelsituatie terecht kwam, werd de familie opgezadeld met schulden met als eindresultaat de verkoop van hun familiehuis aan de Keizersgracht.

Twee eeuwen later kreeg het pand ook weer een link met Suriname. De Pruische koopman Sträter neemt zijn intrek in het pand en bestierde vanaf hier zijn ijsfabriek in de Tropen.

1620
Bouwjaar
1737
Verbouwing door Christina Soutman
1744
Verfraaiing interieur Willem Willink
1762
Familie Roseboom wordt eigenaar
1850
Familie Sträter betrekt het pand
1962
Stadsherstel redt het bouwvallige en deels gesloopte monument
1973
Restauratie van het rijksmonument mede dankzij de Vrienden
Nu
Kantoren van het Euro Business Centrumw
Bouw en architectuur
Amsterdams hoogste

Gerrit Jansz, een kramer, wordt in 1619 eigenaar van het erf en laat een huis bouwen. Zijn schoonvader Jacob Pietersz Moll staat borg. Tijdens de opstand tegen Spanje hield Jacob de vijand met zijn oorlogsschip tegen. In 1663 wordt de Keizersgracht 64 ‘de Oostzaender Kerck’ en gedurende de hele 17e eeuw het huis van kaptein Moll genoemd. Boven de deur stond ‘de Mol’ aangegeven.

In 1734 werd het huis door de weduwe van Jan Mol aan Christina Soutman (1695-1778) verkocht om het te verbouwen en te verhuren. Zij verhoogde het pand waarmee het één van de hoogste van Amsterdam werd. Het beeldhouwwerk in de halsgevel is toegeschreven aan Jan van Logteren. De rijkversierde topgevel in Lodewijck XIV- stijl heeft putti (kinderfiguren) in de klauwstukken. Links stelt de putti Mercurius, de handel met als attribuut de gevleugelde hoed, voor en rechts Ceres, landbouw met korenaren. Ook in de gang is werk uit Van Logterens atelier te herkennen zoals het houtsnijwerk van de deuren, de ornamenten op het plafond en de wanden- en vier figurale stucreliëfs in de dessus- de porte-reliëfs.

Plafonddoeken
Jonkvrouwe Hooft

Na de verbouwing werd het pand in 1741 van de hand gedaan. De koper was de doopsgezinde koopman Jacobus Hoorns, wiens weduwe jonkvrouw Margereta Hooft in 1743 hertrouwde met de koopman Willem Willink (1701-1761). Zij laten het interieur verfraaien in Lodewijk XIV- stijl. Zo heeft het huis een stucgang met rijke ornamenten en (schijn)deuren en twee plafond- schilderingen werden op de beletage aangebracht. In de zaal, op de beletage van het achterhuis, schildert vermoedelijk Jurriaan Buttner vadertje tijd.

Als symbool heeft hij een zandloper op zijn hoofd. Zwevend op een wolk beheerst hij de geometrie, de aarde en het heelal; hij wijst de gevleugelde vrouw, Geometrie, op geometrische vormen. Zij tekent daar met een passer een cirkel bij, terwijl haar linkerarm een armillarium. Met een armillarium kan positie en tijd bepaald worden. Kennis van de geometrie was bijvoorbeeld nodig voor de plaatsbepaling op zee. Vier putti zijn op een andere wolk met een wereldbol en een passer in de weer.

Opnamedatum: 2017-03-30
Veel Amsterdamse gebouwen herinneren aan de tijd dat Suriname een kolonie was. Ze vertellen verhalen over onze, soms pijnlijke, geschiedenis en maken deze tastbaar, ook voor toekomstige generaties.
Cythia McLeod, Surinaamse schrijfster
Vrouwe Prudentia

De latere eigenaar van het pand, de streng katholieke Paul Sträter, laat rond 1882 in de voorkamer op de beletage een plafondschildering aanbrengen van Prudentia – voorzichtigheid, verstandigheid, wijsheid – omringd door vier putti. Prudentia is één van de vier kardinale deugden in het katholieke geloof, met als herkenbare attributen de remora en de spiegel. De palingachtige (Remora) die om haar linkerarm kronkelt, symboliseert het in bedwang houden van de snelheid waarmee uitkijken bedoeld wordt. De spiegel zorgt ervoor dat Prudentia, naast in de toekomst kijken, ook door middel van het bespiegelen naar achteren in het verleden kan zien. Het verwijst naar de zelfkennis die onlosmakelijk bij voorzichtigheid hoort. Volgens kenners is het vroege achttiende-eeuwse doek waarschijnlijk uit een ander huis afkomstig en is het in dit huis gekomen na het wegnemen van de stoep voor het huis aan het eind van de 19e eeuw.

Rol van Stadsherstel
Bouwvallige staat

Vanaf ongeveer 1919 heeft zo’n dertig jaar de R.K. Boeken Centrale in het pand gezeten totdat het te bouwvallig was. De bovenste twee verdiepingen, inclusief de topgevel, werden in 1959 gedemonteerd. In 1962 kocht Stadsherstel het pand, waarna in 1972 een volledige restauratie volgde. Dit was toen het grootste restauratieproject in de geschiedenis van Stadsherstel. Het bovenste deel van het pand werd herbouwd, met de oorspronkelijke top als kroon op het werk. Het rijke stucwerk in de gang werd gerestaureerd en via het Bureau Monumentenzorg werd de beschikking gekregen over het in 1917 gesloopte tuinhuis van Keizersgracht 587. De drie plafonddoeken werden later gerestaureerd in het laboratorium van het Rijksmuseum dankzij een bijdrage van onze Vrienden. Na de restauratie van de panden in 1972/1973 was het Sweelinck Conservatorium in de panden gevestigd. Tegenwoordig zit het Euro Business Center er.

Bronnen

Wij hebben dankbaar gebruik gemaakt van het onderzoek wat Arnold Korporaal in opdracht van Euro Business Center, de huurder van Keizersgracht 62, 64 en het tuinhuis, uit liet voeren.
Stadsarchief Amsterdam

Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.