Bijna stond op deze hoek
een kolossale nieuwbouw

V

Vijzelgracht 1

Vijzelgracht 1, Amsterdam

Dit rijksmonument met een houten onderpui en klokgevel met hoekvoluten en als bekroning een gebogen fronton laat goed het belang van het stadsherstellen zien. Als deze belangrijke hoek in Amsterdam niet zou zijn opgeknapt dan was het stadsgezicht hier heel anders geweest. Vanaf haar oprichting in 1956 pakt Stadsherstel hoekhuizen aan. Opgeknapt fungeren ze als zogenaamde boekensteunen voor twee gevelrijen. Het effect is dus tweemaal zo groot.

Ca 1706
Gebouwd
1967
Aangekocht
1971
Gerestaureerd
Nu
Café en woningen
Eerste eigenaar
Boterkoper

Meer dan 35 jaar onbebouwd

Op 14 januari 1670 werden de erven in dit deel van de stad geveild. De eerste eigenaar van het erf was bakker Egbert Lubberszn. Hij verkoopt twee jaar later het lege erf aan meestermetselaar Jan Pieterszn maar ook hij slaat nog niet aan het bouwen. In 1684 is het verkocht aan een zekere Sus of Tibbetje Jacobs. Zij is als weduwe van Pieter Gommerse hertrouwd met een 30-jarige kleermaker Hendryck Klaz Busz uit Dorsten. Ze woonden toen in de Tuindwarsstraat.

Na de dood van Sus vond in 1689 een ingewikkelde scheiding plaats. De kinderen uit het eerste huwelijk behielden allen een aantal parten van het nog onbebouwde hoekerf. In 1694 kocht Hendryck Claesz Bos, zijn naam was nu vernederlandst, het ontbrekende 214/500ste deel van het pand. Blijkbaar had hij plannen om te bouwen of was al aan het bouwen. Hij stierf echter enige weken later.

Hendryck, op het moment van zijn overlijden boterkoper in de Nieuwe Vijzelstraat hoek Amstelkerkstraat, werd heel eenvoudig op het Leidse Kerkhof ter aarde besteld.

Voor het enig kind Elisabeth werd het hoekerf in 1709 getaxeerd. Er stond toen een flink hoekhuis en twee ondiepe grachtenhuisjes met alleen een smal plaatsje. In het aangebouwde pothuisje zat in 1706 een schoenlapper.
In 1711 trouwde Elisabeth Bos met Jan Boede.

Bewoners
Tapper Jan Ruys

Tappers

Joost Bispinck, die in zijn achterhuis op Vijzelgracht 7 een stokerij had, stierf in 1715. Zijn weduwe, Catharina Scholten, hertrouwde in 1716 met de 44-jarige tapper Jan Ruys, die het hoekhuis, dat hij in 1720 koopt, toen nog huurde. Hij gaat er wonen. Jan is gestorven in 1721, zijn weduwe in 1722. De zaken werden voortgezet door de voogden, later door de twee echtgenoten van dochter Maria Bispinck, eerst Johannes Kramer, daarna George Brinkman. Alles bleef aanvankelijk onverdeeld, maar op 10 februari 1734 vond de scheiding plaats tussen Maria en haar broer Johannes. Maria hield het hoekhuis, dat zij bewoonde, en Johannes kreeg de beide andere huizen.

Op 20 februari 1739 droeg Johannes Bispinck het huis met de stokerij erachter, thans no. 7, over aan zijn zwager Brinkman en zuster, die toen van het hoekhuis naar nummer 7 verhuisden en het hoekhuis gingen verhuren. Zo woonde er bijvoorbeeld in 1742 Chr. Metsenaer, met beroep vleeshouwer, hij had als rijtuig een chais. In 1757 werd het hoekhuis verkocht aan Pieter Boschman. In 1851 woonde er de aanspreker F. Lagerweg, in 1864 D. Groot met beroep tapper en in 1879 Z.A. Tappe ook weer met beroep tapper.

Rol van Stadsherstel 1/2
Verval van een hoek

Het hoekhuis wordt eind 19e eeuw niet goed onderhouden want in het begin van de twintigste eeuw is het bouwvallig. In ons boek ‘Amsterdam herstelt’ laat journalist en schrijver Fred Feddes qua tekst – maar ook beeld – duidelijk het verval van de stad zien en lezen. Vijzelgracht 1 speelt daar de hoofdrol in.

“Om Stadsherstel op waarde te kunnen schatten, is het goed de geschiedenis van het stadsverval te kennen. Bijvoorbeeld aan de hand van één plek, de hoek Vijzelgracht – Prinsengracht.

In 1918 is hier een café-billard gevestigd; ernaast zijn een sigarenzaak en een parfumerie zichtbaar en een lantaarnpaal zonder lantaarn. Twintig jaar later, in 1938, is de karakteristieke geveltop van het hoekpand gesloopt en de kap provisorisch aangeheeld. Het café heeft plaatsgemaakt voor schoonmakerij De Adelaar, en de parfumeriezaak voor een cafetaria met ijssalon. Kort hierna worden de drie panden ‘onthoofd’.

De bovenetages moesten wegens bouwvalligheid worden gesloopt maar de eigenaren konden zich geen nieuwbouw veroorloven. Op deze manier konden drie behoorlijke bedrijven blijven bestaan en behielden de eigenaars der panden althans nog ‘eenige inkomsten’- is dan in een krantenbericht te lezen.

Vervolg rol van Stadsherstel 2/2
Stadsherstel herstelt ook hier

“Na de oorlog is het hoekpand fris geschilderd, maar het moet worden gestut om overeind te blijven. Dat het beter gaat met het land is te zien aan de auto’s langs de stoeprand en aan de nieuwe bestemmingen van de winkelpanden, waaronder een speciaalzaak voor modeltreinen. Nederland begint geld en tijd te krijgen voor hobby’s. In de jaren zestig groeit het contrast tussen de haveloze stadshoek en de welvarende samenleving die zich blijkens de reclameaffiches, elders ontvouwt. In 1962 is het hoekpand gesloopt. Zo is er steeds meer schuttingruimte om kampeervakanties, stofzuigers, James bond films en andere genotsmiddelen te adverteren.

De hoek lijkt in 1967 tot leven te komen; we zien borden en busjes van bouwbedrijven, een noodwinkel voor de apotheek, een man op de schutting. Wat is er op komst? Op de tekentafel circuleren dan al nieuwbouwplannen met keurige wederopbouwflatjes en een fotozaak op de begane grond. Ze worden niet uitgevoerd. Dan in 1969, een halve eeuw na de eerste foto, verrijst het bouwbord van Stadsherstel met de belofte: -Stadsherstel herstelt ook hier de stad”.
-Fred Feddes

In 1971 opent Piet de Leeuw café Myrabelle, genoemd naar zijn mooie vrouw Myra die heerlijke pannenkoeken kon bakken. Het Amsterdamse bruine café heeft zijn naam behouden maar wordt niet meer door Piet gerund. www.myrabelle.nl

Vriendenkorting op ons boek Amsterdam Herstelt

Een boek voor monumentenliefhebbers over de succesvolle Stadsherstel formule. Fred Feddes, journalist en groot Amsterdam-kenner, schreef het inleidende hoofdstuk met Vijzelgracht 1 in de hoofdrol. Ook andere monumenten van Stadsherstel passeren de revue.
Bestel hier het boek, onze Vrienden krijgen korting
Gevelsteen
‘int Root Scaep’

Historisch Amsterdam is er nog dankzij het bondgenootschap

Bij de officiële opening in 1971 werd de oude gevelsteen ‘Int Root ‘Scaep’ in de zijgevel van Vijzelgracht 1, dus aan de Prinsengracht aangebracht. De steen is een geschenk van Monumentenzorg aan Stadsherstel en mede bedoeld als posthume waardering voor de steun die de heer C.P. Schaap – de bekende Inspecteur van Monumentenzorg, die op 31 december 1970 stierf – in de loop van de jaren aan Stadsherstel gaf. Erop is een rozerood naar links kijkend schaap op het gras afgebeeld. Deze gevelsteen komt oorspronkelijk van de Sint Nicolaasstraat 2-4.

“Het verhaal van de hier afgebeelde Stadsherstel steen is dat van het bondgenootschap tussen ambtelijke en particuliere monumentenzorgers in de tweede helft 20ste eeuw. Dat in Amsterdam nog een historisch stadsgezicht te beschermen valt, is goeddeels aan dat bondgenootschap te danken”.

Geurt Brinkgreve (Uit: Binnenstad 194, juli 2002.)

Wist u dat
Schaap en Amsterdam

Het belletje kondigt het paasfeest aan

In Duitstalige gebieden kent men al vele eeuwen het Paasmannetje, gemaakt van witbrood met een hardgekookt ei in zijn armen. Het schijnt dat rond 1925 een Amsterdamse bakker op het idee kwam om dit Paasbroodje ook voor zijn klanten te gaan bakken. Het idee vond al snel navolging bij zijn collega’s met als gevolg dat hele etalages vol stonden met Paasmannetjes die soms een beschilderd en soms een neutraal ei in hun armen droegen.

Bij het Amsterdamse paasbrood behoorde vanouds het boterlammetje. Waar de broodbakkers voorgingen met het uitdelen van paasbrood aan hun vaste klanten, bleven de boter- en eierboeren niet achter. Het was voor de laatste wereldoorlog nog traditie in de grachtenstad dat klanten van hun vaste boter- en eierboer met Pasen een groot aantal eitjes ten geschenke kregen, samen met het traditionele Paaslammetje van boter.

Dat Paas-boterlammetje was op primitieve wijze geboetseerd van jonge grasboter. Twee krenten waren de kraalzwarte oogjes, twee palmbladen vormden de oren. Van buxusgroen was een wipstaartje gemaakt. Als het Paaslammetje extra mooi was uitgedost, droeg het nog een blauw of rood lintje om de nek en een belletje dat het Paasfeest aankondigde. Folkloristen vermoeden dat dit teruggaat naar oude Germaanse gebruiken waarbij in de lente dieren werden geofferd aan de vruchtbaarheidsgoden.

Meer informatie

Bronnen:
Amstelodamum maandblad 58, 1971,blz 138 Isa van Eeghen.
http://www.bakkerijmuseum.nl
vereniging Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen
Archief Stadsherstel
Delpher
Stadsarchief Amsterdam
Vereniging Vrienden Amsterdamse Binnenstad

Aan dit project hebben meegewerkt:
Restauratiearchitect: G. Prins
Restauratieaannemer: H. Tervoort & Zn

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken en hoe u ze kunt beheren door op 'instellingen' te klikken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Analytische cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website