De eigenaresse verdiende goudgeld en redde de Nederlandsche Bank

K

Kerkstraat 326

Kerkstraat 326, Amsterdam

In dit monument wonen nu leden van het Vrouwendispuut Bever. Maar het oude winkelpand is vooral bijzonder omdat Johanna Borski er in de 19e eeuw eigenaar van was. Zij wordt ook wel de ‘financier van Nederland’ genoemd. Door haar bestaat de Nederlandsche Bank, een project van Koning Willem I, nog steeds. En ze verdiende er ook mooi aan. Stadsherstel restaureerde dit monument in 1967

Vóór 1681
Bouw huis
1959
Stadsherstel eigenaar
1967
Gerestaureerd
1987
Gevelsteen
Nu
Dispuutshuis
Eigenaar
Willem Borski

Zakendoen in een mannenwereld

De rijke bankier en investeerder Willem Borski is sinds 1802 eigenaar van dit pand. Hij laat na zijn overlijden in 1814 zijn vrouw Johanna Borski achter met acht kinderen, een behoorlijk kapitaal en vastgoed in Amsterdam en daarbuiten.

Johanna stamt uit een familie van textielhandelaren. Ze werd in 1764 in Amsterdam geboren als Johanna Jacoba van de Velde. Haar vader was koopman in vlas, de grondstof van linnen. Hij verdiende daar goed mee, maar behoorde zeker niet tot de rijksten van Amsterdam. In 1790 trouwde ze met Willem Borski die toen op de Amsterdamse beurs actief was als makelaar in onder meer graan, indigo en rijst.

Johanna was niet openlijk betrokken bij de zaken van haar man. Getrouwde vrouwen moesten dat in die tijd nog aan hun echtgenoten overlaten. Maar uit brieven die Willem op reis aan haar schrijft, blijkt dat Johanna heel goed op de hoogte is van zijn beurstransacties. Hij brengt er allerlei investeringen ter sprake. Met de bedoeling dat Johanna zaken voor hem uitvoert met Johannes Stoop, een medewerker van Borski die namens de firma transacties mag doen. Zonder hem kan Johanna de zaken van haar man niet waarnemen. Als getrouwde vrouw kan zij namelijk geen rechtsgeldige overeenkomsten sluiten en alleen als toeschouwer op de beurs aanwezig zijn.

Eigenaar
Weduwe Willem Borski

Johanna Borski was een ondernemende vrouw

Johanna Borski zette de zakelijke activiteiten van haar man na zijn overlijden, voort, onder de naam firma Wed. W. Borski, want dat mocht dus wel.

Maar ook dat was niet makkelijk, want op de beursvloer en op aandeelhoudersvergaderingen waren weduwen niet welkom. Maar via Johannes Stoop en ook via haar zoon Willem was ze volledig op de hoogte van wat er op de beurs en in de herensociëteiten werd besproken. Een voordeel van het niet lid zijn van die clubs was dat ze ook niet gebonden was aan de ongeschreven regels die het lidmaatschap meebracht. Zelf deed ze zaken vanuit haar huis aan de Keizersgracht. Ze was een ondernemende weduwe, met wilskracht; een koelbloedig speculante waar je rekening mee moest houden. En ze had een originele visie op de financiële wereld. Als ze tegen de stroom in wilde gaan, kon ze dat doen – geholpen natuurlijk door haar vermogen. En zo werd Johanna de machtigste persoon in Nederlands financiële centrum. Ze werd zelfs ‘de financier van Nederland’ genoemd. Ze breidde het familiekapitaal fors uit. Alleen al haar geld en effecten waren naar schatting 4 miljoen gulden waard (ongeveer 40 miljoen euro in hedendaags geld) naast dan nog de huizen en de grond die zij bezat.

Nationale bank
Willem I

Weduwe Borski, financier van Nederland

Koning Willem I (1772-1843) bedacht een ambitieus investeringsbeleid om zijn land uit het slop te krijgen. Om dit te financieren richtte hij een ‘nationale bank’ op. Deze bank dreigde in 1816, twee jaar na de oprichting, al failliet te gaan. Nog net op tijd kocht de weduwe Borski voor twee miljoen gulden aan aandelen. De slimme en doortastende weduwe had er één voorwaarde aan verbonden. Ze wilde niet dat er in de eerste drie jaar aandelen uitgegeven zouden worden. Door Borski ’s aankoop steeg de interesse onder handelaren en binnen een maand verkocht de zakenvrouw bijna de helft van haar aandelen met flinke winst.
In 1840 ging Johanna opnieuw tegen de stroom in, door grote leningen te verstrekken aan de Nederlandsche Handel-Maatschappij.

Voor haar omgeving was zij niet makkelijk. Ook toen haar zoon ‘Willem II’ al lang medefirmant was, moesten alle zakelijke beslissingen vooraf door haar worden goedgekeurd. Ze zorgde ervoor dat haar kinderen en kleinkinderen introuwden in de traditionele regentenfamilies van Amsterdam, zoals de adellijke fam. Van Loon. In 1844 trekt zij zich terug uit de firma, en twee jaar later overlijdt zij, ruim 81 jaar oud. Dat er nog een portret van haar bestaat is niet aan haar te danken: ze had bepaald dat na haar dood ook haar collectie van familieportretten begraven moesten worden.

Bekijk hier de aflevering van Andere Tijden van de IJzeren eeuw over Johanna Borski.

Bewoners & Eigenaren
Winkel en woonhuis

Meesterslotenmaker, zijdestoffenwerker, grutterswinkel

Het erf Kerkstraat 326 werd in 1671 door burgemeester en Thesaurieën verkocht aan Gillis Moyaarts, die winkelier was van beroep. Het stuk grond is 22 voetbreed en 60 voet lang. Gillis koopt tegelijk een naastgelegen erf van dezelfde grootte en moet voor deze twee samen ƒ 800 betalen. In 1681 staat er een huis, want dan verkoopt Wouter Huijsman met beroep huistimmerman het pand. Wouter heeft het eigendom waarschijnlijk geërfd via zijn vrouw. Het pand wordt verkocht aan zijdestoffenwerker Jacob Franszn de Roos. Later in de 17e eeuw is een meesterslotenmaker eigenaar en in 1742 woont Lijntje de Graef er en drijft er haar grutterswinkel. Tussen 1758 en 1858 moet er precario betaald worden voor de regenbak, één gulden per jaar. Van 1802 tot 1823 is Willem Borski, en later zijn weduwe Johanna eigenaar van het pand. En van 1851 tot 1879 is F.A.L. Japin, van beroep boekbinder, eigenaar en bewoner. In 1909 wordt het huis met afzonderlijk bovenhuis, tuin en tuinhuis te koop gezet. Het werd toen dus niet als winkelhuis gebruikt. Een tijdje is de winkelruimte ook in gebruik door de buren, die daar een wasserij en stomerij hebben.

Omstreeks 1750 krijgt het rijksmonument een andere gevel. Een zogenaamde klokgevel en een natuurstenen kuif in Lodewijk XV-stijl. Ook is er een dwarse stoep. De gesneden pui is van het laatste kwart van de 18e eeuw. Dit type pui, met geblokte stijlen was één van de twee meest voorkomende puien. Hier is hij uitgevoerd met geprofileerde deurstijlen.

Bewoners
Missie in Congo

Het goede werk werd vanuit hier bestierd

In een advertentie uit 1921 lezen we dat de overste Pater Mulder van de missie van Lokandu, Belgisch Congo (Midden- Afrika), als tijdelijk adres Kerkstraat 326 gebruikt. Bij zijn ondertekening staat de Parochie H. Willibrordus Amsterdam genoemd. Dat is onze Kerk de Duif. Pater Mulder zamelt geld in voor de missie in Lokandu, waar hij overste en ook ter plaatse is geweest. Verschillende Mulders zetten zich in voor kerkelijke aangelegenheden vanuit dit pand.

In 1927 staat M.T. Mulder in de krant met dit adres, zij wordt dan hoofdzelatrice van de Heilige Hart kerk in Bergen op Zoom genoemd. De hoofdzelatrice wordt aangewezen door de pastoor. Het is een zuster, onderwijzeres of een andere dame met prestige en belast met de administratie van leden en van de geïnde gelden. En in berichten van 1935 tot 1939 lezen we dat Mejuffrouw Mulder betrokken is bij de extra trein die ingezet wordt ten behoeve van de ‘Haarlemsche processie’ die dan al 100 jaar georganiseerd wordt. In 1939 overlijdt er een J.M. (Joanna Maria) Mulder, haar broer Henricus Bartholomeus Mulder, die de advertentie plaatst woont dan op Kerkstraat 326. En in 1940 overlijdt hij zelf en E.P. Mulder, die het bericht plaatst, is dan ook woonachtig in de Kerkstraat. Beide uitvaarten zijn in de Duif.

Rol van Stadsherstel
Vrouwelijk studentendispuut

Het huis is in 1959 aangekocht en 1967 gerestaureerd. Het werd toen op verzoek van het Nederlands Kanker Instituut geschikt gemaakt voor bewoning door twaalf verpleegsters van het Antoni van Leeuwenhoek. De restauratie is zodanig uitgevoerd, dat mochten zij onverhoopt de huurovereenkomst moeten beëindigen, het huis door middel van een kleine ingreep gewijzigd kan worden voor andere bewonerseisen.

Sinds 1968 huist het vrouwelijk studentendispuut B.E.V.E.R. in dit pand. De betekenis van deze afkorting is geheim en wordt alleen aan de leden van dit damesgezelschap bekendgemaakt. Het dispuut is op 20 september 1851 opgericht. Er wonen 7 actieve leden die allen studeren in Amsterdam, de dispuutsvergaderingen vinden er plaats en alle bevers zijn er te allen tijde welkom.

De gevelsteen is gemaakt door Gonne de Jong-Janssen, oud lid van het dispuut. Haar beeldmerk, een paddenstoel, is opgenomen in de steen. In de B van bever staat 1968, het jaar waarin het pand het ‘Beverhuis’ werd, aan de voet van de boom. In een krantenartikel uit 1987 lezen we dat de steen niet geverfd is maar wel behandeld tegen Zure Regen.

Meer informatie

Bronnen:
Delpher
Stadsarchief Amsterdam
Archief Stadsherstel
Ons Amsterdam 01-03- 1992
Historischnieuwsblad.nl
Historiek.nl

Aan dit project hebben meegewerkt:
Restauratiearchitect: Dekker
Restauratieaannemer: Frankenhout

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Tracking cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website