Waar al 120 jaar, dé poelier van
de Jordaan in zit

T

Tweede Goudsbloemdwarsstraat 6

Tweede Goudsbloemdwarsstraat 6, Amsterdam

Vlakbij ons monument pand, waar al 120 jaar een poelier in zit, mondde op 25 juli 1886 het verboden volksvermaak Palingtrekken uit in een tweedaagse strijd tussen het volk en de politie. Tijdens deze veldslag, die de geschiedenis inging als het Palingoproer, raakten 130 mensen gewond en kwamen ongeveer 25 mensen om het leven.

17e eeuw
Bouw huis
19e eeuw
Wijziging pand
1937
Woning onbewoonbaar verklaard
1981
Stadsherstel eigenaar
1990
Gerestaureerd
Nu
Winkel en woningen
De straat
Tweede Goudsbloemdwarsstraat

Zaterdagschstraat, brug en steeg

De Tweede Goudsbloemdwarsstraat is, als onderdeel van de Jordaan, aangelegd in de eerste helft van de 17e eeuw, tijdens een van de grote Amsterdamse stadsuitbreidingen; de zogenaamde Derde Uitleg. In de Jordaan zijn veel grachten en straten naar bloemen vernoemd, zoals ook deze straat. De huizen in de Jordaan zijn deels gebouwd voor handwerkslieden.

De ingang van de straat is tussen de Goudsbloemdwarsstraat 158 en 160. Voor de Tweede Goudsbloemdwarsstraat, ook bekend als Zaterdagschestraat, lag, ten tijde van een nog ongedempte Lindengracht, de Zaterdagsche brug. De brug in de straat werd al vóór 1663 zo genoemd, maar ook toen wist men niet waarom.

Bij de Zaterdagsche brug werd eenmaal per jaar het geliefde spel Palingtrekken gehouden. In 1886 leidde dit tot het Palingoproer.

Volksvermaak
Palingtrekken

Een verboden, wreed volksvermaak

Op een zomerse zondag (25 juli 1886) organiseerde een stel Jordanezen een spelletje palingtrekken op de nog niet gedempte Lindengracht. Het palingtrekken was een oud Amsterdams spel. Over een gracht werd een touw gespannen waaraan een levende paling hing. De spelers moesten daar in bootjes onderdoor varen en de glibberige paling proberen te pakken, met het risico in het water te belanden. Het palingtrekken was, als ‘wreed volksvermaak’, in de negentiende eeuw verboden.

Een diender van politiebureau Noordermarkt greep in, door het touwtje waar de paling aan zat door te knippen, waarop er rellen uitbraken. Een politieagent werd met een paraplu geslagen, een andere in een kelder gegooid. Nadat er versterking van het leger was ingeroepen, barstte de strijd los. Soldaten schoten op demonstranten en er vielen doden.

In de late avond werd de orde hersteld. Maar, de volgende dag braken er opnieuw rellen uit. Straten werden opgebroken en barricades opgeworpen. De Jordanezen bekogelden de politie vanaf hun daken met alles waar ze de hand op konden leggen. De politie schoot met scherp terug. Toen de rust op de dag daarop was weergekeerd, waren er, naast 40 zwaargewonden en ruim 100 gewonden ook 25 doden te betreuren. Zulk een grote uitbarsting van geweld kon niet alleen over een verboden spelletje gaan. Er was meer aan de hand.

Het simpele lied over het palingtrekken werd na het oproer van een tweede couplet voorzien:

“Zeven bokkebekken gingen palingtrekken: Haarlemmerolie! Haarlemmerolie!
Op de Zaterdagsche brug kreeg ik een kogel in m’n rug: Haarlemmerolie! Haarlemmerolie!”


Bokkebek was de bijnaam voor een familie Mens, die kennelijk aan de gracht woonden.
Dierenmishandeling
Beestachtige behandeling

Palingtrekken, katmeppen en hanengevechten

Aan het eind van de 19e eeuw ging het stadsbestuur zich steeds meer met het gewone volk bemoeien. Het palingtrekken werd toen, samen met andere onbeschaafd geachte spelletjes, verboden. In de dichtbevolkte, arme Jordaan, waar velen destijds in krotten leefden, met weinig uitzicht op betere omstandigheden, werd dit soort overheidsbemoeienis geminacht.

Zo kwam er in 1886 een wet tegen dierenmishandeling, maar alleen om de mensen die het dierenleed moesten aanzien te beschermen. Tot die tijd speelden zich vaak op volksfeesten en kermissen gruwelijke taferelen af. In 1871 schreef kroniekschrijver Jan ter Gouw over ‘dierekwellende spelen’ als ganstrekken, palingtrekken, zwijntje-tik, katmeppen of hanengevechten. Over ganstrekken (met een levende gans!) vertelde hij:

‘Tusschen twee palen of twee boomen is een touw gespannen, waaraan een gans bij de pooten is opgehangen. De neêrhangende kop is met zeep, vet of olie besmeerd. Wie dien afrukt, wint de gans en dikwijls nog een zilveren lepel bovendien.’

De overheid was tegen deze spelletjes en verbood het gruwelijke vermaak. Dat leidde tot veel oproer. In 1876 gingen boze Amsterdammers de straat op omdat hun kermis niet doorging. En in 1886 was er dus het Palingoproer. Het heeft nog tot 1961 geduurd voor er een wet kwam waarin het dier zelf centraal stond.

Bewoners
Meester- spekslager

Meester- spekslager, slager en varkensslager

De eerste eigenaar die we hebben kunnen vinden is Trijntje Thymons in 1647. De straat werd toen de Middelste Goudsbloemdwarsstraat genoemd. Bij een verkoopakte uit 1735 wordt het perceel omschreven als: een huis en erf, in de Middelste Goudsbloemdwarsstrat waar ‘Sinte Pieters Vlotschuyt in de gevel staat, bewoond door een spekslager. Met Sinte Pieter wordt Petrus, één van de twaalf apostelen van Jezus bedoeld, en een Vlotschuyt is een platte schuit die gebruikt werd voor het in- en uitladen van schepen. De spekslager (de varkensslager) kan Marten Mast zijn, die in 1742 samen met een dienstbode en een inkomen van f 1.000,- het huis bewoont.

Bij de verkoop in 1794 is het pand naamloos en hoort de boedel van Melchior Kerkberg, meester- spekslager, bij het verkochte. Aan de achterzijde bevindt zich dan een schuttingmuur tegen een gang op het Franse Pad. In de 19e eeuw vinden we ook weer slagers in het pand. In 1851 B. Pierik (slager), in 1864 de varkensslager J.F.T . Pierik en in 1879 de varkensslager P. de Gruyter.

In 1981 verkoopt Geurt Brinkgreve het pand namens de Stichting Diogenes aan ons.

Rol van Stadsherstel

Sinds 1937 onbewoonbaar verklaard

Een tekening van deze gracht van W. Hekking uit 1853 toont een rij huizen met twee etages, veelal bekroond door een zeer eenvoudige klokgevel, slechts versierd met vier natuurstenen plaatjes. Opvallend is, dat de tweede Goudsbloemdwarsstraat 6 in feite nog dezelfde gevel heeft als nu, maar dan wel een verdieping extra. Het huis is in de kern 17e eeuws en heeft een latere gevel met klokvormige top onder rollagen (19e eeuws) maar op de verdiepingen een goede 19e eeuwse roedenverdeling.

Bij aankoop in 1981 was er in het pand op de begane grond een poeliersbedrijf gevestigd, de slagers bleken sinds 1900 vervangen door poeliers. De insteek was bewoond, de eerste verdieping was opslagruimte, de tweede en kapverdieping waren al sinds 1937 onbewoonbaar verklaard.

We begonnen met de funderingswerkzaamheden van het in deplorabele toestand verkerende pand waarna we verder gingen met de stabilisatie en het herstel van het casco. Wel bestond er nog even angst voor instorten van de gevels, ten gevolge van de zware stormen aan het begin van het restauratiejaar. Zoals vaker bij oude constructies bleef het gevelwerk uit gewoonte aan elkaar hangen en er kon daarna snel met de verdere restauratie worden gestart.

Na de restauratie keerde de poelier terug, deze heeft nu op de insteekverdieping zijn kantoortje met een mooie glazen pui. Op dit moment is poelier en restaurant ‘Kip & Zo’ www.kipenzo.nl in het pand gevestigd. Er zit dus al meer dan 120 jaar een poelier in het pand.

Meer informatie

Bronnen:
Historiek
www.amsterdamhv.nl
Oneindig Noord Holland
Archief Stadsherstel
Stadsarchief Amsterdam
Delpher

Aan dit project hebben meegewerkt:
Restauratiearchitect: Joh.A. Riesener
Restauratieaannemer: Maas-Dijken Bouwbedrijf B.V

Huidig gebruik:
Een winkel en een woning

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruiken van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Tracking cookies: deze cookies worden gebruikt om bezoekers de best mogelijke ervaring te geven op onze website