Naast de
Schreierstoren met ingezwenkte halsgevel

G

Geldersekade 3

Geldersekade 3, Amsterdam

Eeuwenlang heeft er een bakker op dit adres gezeten. Maar de eerst bekende eigenaar was een lijnslager, die toen woonde naast een zeilenmaker. Dat is ook niet zo verwonderlijk, in een buurt die hoofdzakelijk op de scheepvaart gericht was, en pal naast de Schreierstoren vanwaar vele schepen vertrokken.

1610
Eerste pand bekend
Ca. 1750
Huidige gevel
1936
Verwijderen pothuizen
1959
Aankoop
1960
Restauratie
Nu
Bedrijfsruimte en woning
De stadsmuur
Stedegracht

Met steigers naar Gelderland, Keulen en Engeland

De Geldersekade was onderdeel van de eind 15e eeuw gegraven stadsgracht die, samen met de Kloveniersburgwal en het Singel, de “Stedegracht” oftewel de stadsgrens vormde. De Geldersekade liep vanaf de Sint Antoniespoort (tegenwoordig de Waag op de Nieuwmarkt) naar het noorden en mondde bij de Schreierstoren uit in het IJ. Aan de stadzijde werd een stadsmuur gebouwd. Het oostelijke deel, dat tot 1585 buiten de stad lag, heette Keulse kaai en verder Gelderse kaai, maar ook korte tijd Londense kaai of Engelse kaai.

De namen ontstonden doordat zich hier steigers bevonden waar schepen aanlegden naar de Gelderse steden Arnhem en Nijmegen, de stad Keulen en naar Engeland. Begin 17e eeuw werd de Geldersekade Oude Singel genoemd. Sinds 3 april 1912 heet de hele kade Geldersekade.

Nadat de Nieuwe Gracht (de huidige Oude Schans) was gegraven en nieuwe stadswallen waren aangelegd, verloor de Geldersekade zijn functie als verdedigingsgracht. De oude stadsmuur werd gesloopt en er werden huizen gebouwd. De Schreierstoren en de Waag zijn gebleven en herinneren nog aan deze geschiedenis.

Verdedigingstoren
Schreierstoren

Enige bewaard gebleven verdedigingstoren van Amsterdam

De Schreierstoren is rond 1487 gebouwd als verdedigingstoren voor de stadsmuur. De toren werd gebouwd op de hoek van het IJ en de oostkant van de stad, en is de enige bewaard gebleven verdedigingstoren van Amsterdam. Er wordt wel gezegd dat de toren zijn naam kreeg omdat, in de tijd van de Verenigde Oostindische Compagnie, op deze plaats vrouwen afscheid namen van hun mannen voordat die op zeereis gingen. Maar de toren kwam eigenlijk aan zijn naam doordat op deze plek de stadsmuur een scherpe hoek maakte (van schray = “scherp”).

Op de toren is in 1927 een plaquette aangebracht ter herinnering aan het feit dat Henry Hudson hier vandaan in1609 naar de Nieuwe Wereld vertrok, om in opdracht van de VOC een westelijke doorvaart naar Indië te vinden. De plaquette was een initiatief van The Greenwich Village Historical Society uit New York.

Boven de ingang van de toren aan de Prins Hendrikkade is een gedenksteen ingemetseld, die herinnert aan de Eerste Schipvaart van Cornelis Houtman en zijn bemanning naar Oost-Indië in 1595. Erop afgebeeld staan de vier zeilschepen waaruit de expeditie bestond en een vogel, met erboven de Latijnse spreuk navigare necesse est (‘varen is nodig’).

Bewoners
Lijnslager

De touwslager wil privacy

De eerste eigenaar van dit pand komen wij in 1610 tegen; de lijnslager Jan Olphertsz. Er woonden in deze buurt eeuwenlang mensen met een beroep dat te maken had met de scheepvaart en zo is dat ook met Olphertszn. Een lijnslager is een touwslager die zijn werk verrichtte in zogenaamde lijnbanen; langwerpige stukken grond waarboven dunne strengen garen werden gespannen en tot een dik touw in elkaar gedraaid, door middel van het maken van bepaalde slagen. De naam ’touw slaan’ komt van deze gehanteerde lijnbaanmethode.

Jan Olphertsz. verkoopt in 1610 zijn huis en erf aan Cornelis van Lockhorst. In de koopovereenkomst wordt het gekochte als volgt omschreven: ’een huis en erf aan de Oude Singel tegenover de Engelse Kaai’ en er worden een aantal bepalingen opgenomen. Jan Olphertsz. blijft in het huis erachter wonen en bepaald werd dat de koper de schermen voor zijn ramen moest behouden en onderhouden, zodat hij niet bij Olphertsz. naar binnen kon kijken. Een andere bepaling was dat de muur tussen de erven niet hoger mocht worden dan hij nu al was. Verkoper behield het recht om bij de muur een open staketsel te mogen bouwen, zodat er iemand over zou kunnen klimmen. Ook werd een blijvende vrije watergang tussen de erven bedongen.

Bakker
De Vier Heemskinderen

Een blokemaker was eigenaar

Al na 9 jaar, In 1619, verkoopt Van Lockhorst het huis en erf aan Frans Hendrixszn, blokemaker van beroep en dezelfde bepalingen worden weer opgenomen in de koopovereenkomst.

In 1651 koopt een bakker, Jan Hendrixszn Kerkhoff het pand. En in 1662 wordt het pand weer verkocht met nog steeds diezelfde bepalingen. Het gekochte wordt als volgt omschreven: ‘Een huis en erf op de Gelderse Kaai, bij de Schreiershoek, waar ‘De Vier Heemskinderen’ uithangt’. Dit is een executieverkoop en inbegrepen bij de koop zijn de winkel, de toonbank en het bakkerijgereedschap. Tot aan 1864 wordt het pand gebruikt door bakkers.

De Vier Heemskinderen is een sage uit de middeleeuwen, over de vier zonen van Aymon, een trouwe leenman van Karel de Grote en gehuwd met diens zus. Aymon ’s jongste zoon Reinout was heel sterk en had het wilde Ros Beiaard getemd, maar in een vlaag van woede doodde hij zijn neef Lodewijk, de zoon van Karel de Grote, tijdens een ruzie bij het schaken. De vier zonen vluchtten op de rug van het Ros. Vader Aymon werd gegijzeld door Karel de Grote, en om deze vrij te krijgen, eiste Karel dat het Ros Beiaard gedood zou worden. Maar, na 3 pogingen hiertoe, waarbij het Ros steeds beladen met molenstenen in de rivier werd gegooid, was het nog steeds in leven. Bij de volgende poging kon Reinout het lijden van zijn paard niet meer aanzien en wendde zijn hoofd af. Toen het Ros dit zag, brak zijn hart en verdronk het uiteindelijk.

Rol van Stadsherstel
Ingezwenkte halsgevel

Het eenvoudige woonhuis op Geldersekade 3 werd in de eerste helft van de 17e eeuw gebouwd. Het heeft een, omstreeks 1750 vernieuwde, ingezwenkte halsgevel met een zandstenen bekroning in Louis XIV stijl boven een houten pui. Inwendig bezit het pand nog delen van het houtskelet. Tot 1863 hebben er twee pothuizen (met ingangen, pomp, gootsteen, en twee secreten) voor het pand gestaan. Toen werd een bouwaanvraag ingediend om het kruierspothuis en het pothuis dat toegang gaf tot de bakkerij, te verwijderen en de onderpui te herstellen.

In 1959 kocht Stadsherstel het pand. Het was op dat moment het oudste pand in het bezit van de pas opgerichte organisatie. De laatste bewoners vóór de restauratie waren het echtpaar T. en L. Dijkhuizen, zij moesten het pand verlaten na een onbewoonbaarverklaring van Bouw- en Woningtoezicht. Zij hadden een waterschip voor de deur liggen; Dijkhuizen voorzag schepen die in de Amsterdamse haven lagen van drinkwater. Ook heeft hij nog wel eens water afgeleverd aan Lelystad Haven, toen dit alleen nog maar een werkeiland was.

Na de restauratie in 1960 werd het pand weer verhuurd, en dat is nog steeds zo.

Meer informatie

Bronnen:
Archief Stadsherstel
Stadsarchief Amsterdam
Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed
Beeldbank Rijksmuseum
Delpher

Cookie toestemming
Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te optimaliseren en het webverkeer te analyseren. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en worden niet gedeeld. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken. Als u akkoord gaat met ons gebruik van cookies, klikt u op "Ok, ik wil verder".
instellingen
Functionele cookies: deze cookies zijn nodig voor een goed werkende website
Analytische cookies: deze cookies worden gebruikt om statistieken van de website bij te houden. De analytische cookies zijn volledig geanonimiseerd en worden niet gedeeld. Tevens wordt het laatste octet van het IP-adres automatisch gemaskeerd.