Costerstraat 62
Costerstraat 62, ParamariboDit huis waarvan gezegd wordt dat het een koffiebranderij was is het tweede door Stadsherstel Suriname gerestaureerde huis in Paramaribo. In 2014 was het een bouwval maar het staat er nu weer netjes bij. Lees meer over de balkons die na 1821 in Suriname de huizen gingen verfraaien. Waar kwam dat architectuuronderdeel vandaan?
Na het 1e pand aan de Julianastraat werd Stadsherstel Suriname in 2014 eigenaar van het tweede. Het was het zwaar vervallen woonhuis Costerstraat 62. Over het uit 1908 stammende gebouw is helaas niet veel bekend. Volgens oude buurtbewoners was er vroeger een koffiebranderij. Heel toevallig heeft de huidige huurder ook weer een link met koffie. Coffee Mama brandt en schenkt hier haar Caraïbische koffie. Lees er HIER meer over.
Net als Amsterdam bezit Paramaribo weinig grote belangrijke monumenten. Je stuit er vooral op middenstands- en volkswoningen. De combinatie grotere gebouwen en kleinere houten woningen bepaalden eeuwenlang het karakter van de stad. De meeste van die kleinere panden zijn verdwenen, dat wat overbleef, staat er slecht bij. Stadsherstel hecht waarde aan het oorspronkelijke karakter van een stad, daarom heeft het vier van dit soort kleine woningen gered en gerestaureerd.
De Costerstraat en de straat die in het verlengde daarvan ligt, de Jessurunstraat, in Paramaribo zijn vernoemd naar Julius Hendrik Leonard Coster (1865–1937) en de familie Jessurun. In 1902 namen zij het initiatief voor de aanleg van deze straten. Coster kwam uit een familie die in de 19e eeuw bekendheid verwierf in de Surinaamse houthandel. Zijn vader, Askubald Mauritz Coster, werkte samen met Aukaners in het Cotticagebied voor de houtwinning en bouwde een succesvolle houtzaagmolen op. Na diens overlijden werd het bedrijf door de familie voortgezet.
J.H.L. Coster zette deze traditie voort en was actief in de houtsector, onder meer met een zagerij in Combé. Door zijn huwelijk met Rebecca ‘Betsy’ Jessurun ontstonden nauwe banden tussen de families Coster en Jessurun.
Na de aanleg van de straten zorgden Jessurun en Coster zelf voor de verdeling van de percelen. In 1907 werd het stratencomplex overgenomen door het gouvernement, met de afspraak dat de bewoners verantwoordelijk waren voor het onderhoud. Die verplichting werd echter slecht nageleefd. Zo werd in 1912 melding gemaakt van een rattenplaag en verkeerde de straat in 1922 in zeer slechte staat. Begin 20e eeuw vestigde het gezin zich uiteindelijk in Nederland.
Stadsherstel Amsterdam heeft Stadsherstel Suriname helpen oprichten. Maar we hebben meer gedaan. Want net als in Nederland, dreigt in Suriname het restauratieambacht uit te sterven en zijn er jongeren die vroegtijdig hun school vaarwel zeggen. Voor sommigen van die jongeren past het werken in de bouw beter dan het zitten in de schoolbanken. In Nederland zijn verschillende organisaties bezig met deze groep jongeren en het opleiden van jongeren in de bouw.
Stadsherstel Amsterdam eist al jaren dat al haar restauratieprojecten als leerlingbouwplaats uitgevoerd worden. Op deze wijze krijgt het vak een nieuwe kans: de oudere ambachtsman kan zijn restauratievakwerk doorgegeven aan een jongere.
Bij Stadsherstel Suriname is een vergelijkend leerwerktraject opgezet. Dit was ook één van de pijlers van de tweede Twinning (de subsidie die Stadsherstel Amsterdam en Stadsherstel Suriname van het rij gekregen hebben voor hun samenwerking) aanvraag. Het opleiden van jongeren vraagt ook om leermeesters die niet alleen goed kunnen timmeren maar ook op een goede manier hun ervaring kunnen overbrengen. Onder het motto ‘teach the teacher’ kwamen twee ervaren Surinaamse uitvoerders naar Amsterdam om kennis te maken met Amsterdamse leerlingbouwplaatsen en om te zien welke rol Stadsherstel Amsterdam daarin heeft.
Met Amerikaanse balkons
Paramaribo staat bekend om haar fraaie en sober afgewerkte, witte houten huizen. De kleine en grotere huizen zijn gebouwd volgens een eenvoudig vast grondpatroon. De unieke Surinaamse bouwstijl is gegroeid uit de vele invloeden van de kolonisten en buitenlandse bewoners. Je herkent de cottage sfeer van de Engelse kolonisten. Het dorpse, houten huis, de stadse, stenen stoepen en bordessen zijn afkomstig van de Hollanders. De symmetrie is ingebracht door de Fransen en het dakhuis met het halfronde raampje is een Duitse erfenis.
In de negentiende eeuw werden daar bovendien de grote balkons volgens de Noord Amerikaanse colonial style aan toegevoegd. Zo heeft het pand van Stadsherstel, aan de Costerstraat, ook zo’n balkon. Architectuurhistoricus Temminck Groll (1925- 2015) maakte een studie van het Surinaamse huis en concludeert dat het eigene niet is ontstaan door een gekopieerde optelsom, maar uit de wijze waarop lokale ambachtslieden de wensen van hun opdrachtgevers vertaalden.
Naar ontwerp van stadsarchitect Johan Voigt
Voor 1821 hadden Surinaamse woningen geen balkons, wel hadden grote huizen een binnengalerij met bogen aan de voor- of achterkant van het huis. De eerste huiseigenaar die na de brand van 1821 zijn huis liet herbouwen, deed dit volgens een ontwerp van de jonge Surinaamse stadsarchitect Johan Voigt, die in Amerika had gestudeerd, had gereisd en bijzonder gecharmeerd was van de bouwstijl in de staat Louisiana.
Het huis kreeg een balkon, gedragen door zuilen. Omstreeks 1835 waren alle huizen aan de Waterkant herbouwd met een balkon gedragen door zuilen of pilaren. Een woning met een balkon werd een statussymbool. Bij de gewonere huizen zijn de stijlen van de balkons steeds vierkant met geprofileerde hoeken. Het basement –verbrede voetstuk- van de kolom is van steen en de consoles –uitspringende constructiedelen- zijn vaak mooi versierd zoals die van het Stadsherstelpand in de Costerstraat.
Bronnen:
Archief Stadsherstel
Stadsarchief Amsterdam
Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed
Beeldbank Rijksmuseum
Delpher
surinamenieuwscentrale.com