Jurriaan Andriessen tekende zijn dagboek en gaf les aan zwarte Amsterdammers

Tekening gevel pand amstel-95
A

Amstel 95

De kunstenaar Christiaan Andriessen woonde vanaf 1805 in Amstel 95, sinds 1957 een Stadsherstelmonument. Zijn dagboek tekeningen (circa 700) werden in dit huis gemaakt. Christiaan hielp zijn beroemde vader met de behangselschilderingen maar gaf ook les. Zo ook aan uit Berbice afkomstige zwarte Amsterdammers.

Tekening gevel pand amstel-95

Zoon van een beroemde behangselschilder

Christiaan was de zoon van, de in zijn tijd zeer vermaarde behangselschilder en één van de directeuren van de stadstekenacademie, Jurriaan Andriessen (1742-1819). Hij was zelf ook kunstenaar en hielp zijn vader vaak met diens schilderingen. Zijn getekende dagboek hield hij in de jaren 1805-1808 bij; eerst vrijwel dagelijks, later minder frequent. De familie Andriessen – naast Christiaan en vader Jurriaan bestaande uit moeder Aletta, zus Naatje en een inwonende dienstmeid – kwam op 1 mei 1805 aan de Amstel wonen. Zij verhuisden uit Prinsengracht 173, de voormalige bakkerij van het Zonshofje. Hier is Christiaan met zijn dagboek begonnen. De eerste tekening dateert van de eerste dag van hetzelfde jaar. De familie heeft tot 1810 het huis aan de Amstel gehuurd – voor ƒ 700 per jaar – en is toen vertrokken naar het huidige Keizersgracht 751, dat een lagere huur had.

Stadsherstelmonument Amstel 95

Er zijn geen tekeningen van Andriessen bekend, waarop de gehele voorgevel van de Amstel 95 staat afgebeeld; alleen ééntje met enkel de stoep. De binnenzijde heeft hij wél veel getekend. Meer dan honderd bladen geven een indruk van het leven op Amstel 95. Als decor van dagelijkse activiteiten zijn vrijwel alle vertrekken afgebeeld. Daarnaast maakte de tekenaar een aantal gezichten vanuit het huis.

De tekeningen van Christiaan zijn bij een veiling in 1903 voor het eerst tevoorschijn gekomen en meteen verspreid geraakt. Het Stadsarchief en het K.O.G. bezitten samen zo’n 450 exemplaren. Eerst werden de tekeningen toegeschreven aan vader Jurriaan Andriessen, maar in 1964 ontdekte mej. dr. I.H. van Eeghen dat ze van diens zoon Christiaan waren.

Een zwarte tekenleerling uit Berbice kwam hier wonen

Louise Zamore van Wicky werd rond 1778 geboren in de plantagekolonie Berbice. Hij was tekenaar en samen met zijn oudere zus eigenaar van plantage St. Lust. Louis was de zoon van een zwarte vrouw en plantage-eigenaar Emanuel de Correvont. In de loop van de 18e eeuw werden kinderen van gemengde afkomst steeds vaker door hun witte vaders naar Amsterdam gestuurd voor hun opvoeding en opleiding.

Louise Zamore schreef zich in 1802 in bij de stadstekenacademie. Hij was een leerling van Jurriaan Andriessen en woonde bij de familie Andriessen, aan de Amstel 95, in huis. In 1805 kreeg Louis plotseling hevige koorts en twee dagen later overleed hij. Hij werd begraven op het Zuiderkerkhof.

Berbice was een Nederlandse kolonie, aan de noordkust van Zuid-Amerika. In de 17e en 18e eeuw gelegen aan de Rio (rivier) Berbice met als hoofdstad van 1627 tot 1785 Fort Nassau en van 1785 tot 1815 Nieuw-Amsterdam. De kolonie Berbice was een onderdeel van Nederlands-Guinea. In de eerste jaren van kolonisatie werd er op plantages in Berbice tabak en koffie verbouwd, maar veel belangrijker was de ruilhandel met de inheemse in het gebied.

De zwarte Wilhelmina Balk kreeg ook tekenles van Christiaan

Wilhelmina Balk was ook een kind van gemengde afkomst. Ze was net als Louis in Berbice geboren als dochter van de vrije zwarte vrouw Kaatje en plantage- eigenaar Johan Andreas Balk. Door het overlijden van haar vader in 1806 werd Wilhelmina Balk eigenaresse van plantage De Vriendschap.

Wilhelmina Balk kreeg tekenles van Christiaan Andriessen. Zij treedt regelmatig op in zijn getekende dagboek. Wilhelmina woonde op de oude Turfmarkt, bij Dirk Westrik, een handelaar op West- Indië en zakenpartner van haar vader.

In 1806 trouwde Wilhelmina met avonturier Justus Swaving, met wie ze kort daarna naar Berbice vertrok. Vrij snel na aankomst in Berbice is zij in het kraambed overleden. Zo erfde Swaving plantage De Vriendschap

De Spaanse Bok getekend door Andriessen De Spaanse bok was één van de gruwelijkste straffen die tot slaafgemaakten in Suriname en Berbice kregen toebedeeld. Dit was ook bekend in Amsterdam. Er werd over geschreven in boeken in Suriname en Christiaan Andriessen tekende het in zijn dagboek.

Nu te zien in het Stadsarchief

Tot en met 18 oktober 2020 zijn de verhalen en tekeningen van Louis en Wilhelmina te zien in het Stadsarchief Amsterdam tijdens de tentoonstelling Amsterdammers en slavernij.
– Bijna drie eeuwen lang was de stad Amsterdam nauw betrokken bij slavenhandel en slavernij in koloniën in Azië en het Atlantisch gebied (1602-1873). Honderdduizenden slaafgemaakte mensen werden er verhandeld en te werk gesteld. Meer dan duizend tot slaafgemaakten kwamen voor kortere of langere tijd naar Amsterdam-. In deze tentoonstelling staan dertien Amsterdammers centraal die betrokken waren bij de slavernij zoals Wilhelmina en Louis.

Bronnen

Tentoonstelling Amsterdammers en slavernij
Stadsarchief Amsterdam

Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.