Voormalig bordeel met wolven in de gevel

H

Het Vergulde hoofd

Korsjespoortsteeg 8, Amsterdam

In de voormalige ‘warme’ steeg gelegen tussen de Herengracht en het Singel stond een verwaarloosd 17e eeuws monument waarvan voorheen de begane grond als bordeel gebruikt werd. Het is een sierlijk klein rijksmonument van drie bouwlagen met een mooie klokgevel en wolven in de gevel.

Circa 1600
Bouw
2015
Aankoop door Stadsherstel
2017
Gerestaureerd
Nu
Woning en bedrijfsruimte
De straat
Poortwachter

Derde Stadsherstel pandje in de steeg

Op de plek van dit pand lag in de 15e eeuw een boomgaard die eigendom was van houtkoper Corsgin Jacobsz. Een stadspoort gaf toegang tot de westelijke zijde van de middeleeuwse stad en buiten de stadspoort lag een brug. Corsgin woonde geruime tijd in de toren van de poort en vermoedelijk was hij tevens poortwachter. Poort, brug en later de straat werden naar hem vernoemd. Op een kaart van Cornelis Anthonisz. uit 1538 komen we de Korsjesbrug en Korsjessteeg tegen.

Stadsherstel heeft meerdere panden in de Korsjespoortsteeg in haar bezit waaronder nummers 5 en 17. Deze panden zijn resp. in 2005 en 2007 door Stadsherstel gerestaureerd. Het pand nummer 5 ligt precies tegenover dit pand. De kern van het hoofdhuis op nummer 8 kwam omstreeks 1600 tot stand. Het werd rond 1700 zeer ingrijpend verbouwd en kreeg in de achttiende of negentiende eeuw een nieuwe kap. In de negentiende eeuw werd het middendeel van de voorgevel vernieuwd, kreeg de eerste verdieping een eigentijds interieur en werd het achteruitstek vermoedelijk verhoogd. Rond 1920-1930 werden enkele binnen- en buitendeuren vernieuwd.

Bewoners en eigenaren
Het Vergulde hoofd

Meestal kleine gezinnen van protestantse ambachtslieden

De bewonersgeschiedenis van Korsjespoortsteeg 8 laat het beeld van meestal kleine gezinnen van protestantse ambachtslieden zien.

Voor 1638 is Hendrik Hendriksz Busij, slotenmaker van beroep, eigenaar van het pand. Hij en zijn vrouw Hilletje Barents waren de schoonouders van de beroemde kunstschilder Johannes Lingelbach. In 1662 verkopen hun erfgenamen het huis aan winkelier Barend Bos. In een transportakte uit 1707, als het pand aan Willem van Gog wordt verkocht, heet het voor het eerst: ‘Het Vergulde Hoofd’. Zo wordt het tot in ieder geval 1782 genoemd. In 1742 woont er iemand die een loodgieterswinkel runt en verder wonen er na 1832 een bestelder Kamperveer (iemand die brieven of goederen bezorgde in opdracht van derden zoals een postdienst of veer), een scheepsgezagvoerder, koopman, timmerman, makelaar, kunstglazer, fabrikant, en eigenaar van een tabaks- en sigarenhandel. In 1805 is J. Jagtman eigenaar.

In 1829 komt boven een gezin uit Kampen wonen. Dat is een gezin met vier kinderen en in deze woning worden nog drie kinderen geboren. Zo’n groot gezin met zeven kinderen is een uitzondering, meestal wonen hier kleine gezinnen. Als benedenburen krijgen ze in 1850 een suikerbakker met zijn vrouw en twee kinderen. Na vier jaar verhuist dit gezin en komt er een schoenmaker wonen met zijn vrouw en twee kinderen.

Rol van Stadsherstel
Geen bordeel meer

De gemeente was bezig met de voorbereiding voor de aanschrijving aan de eigenaren om onder andere de fundering en het casco te herstellen. Dat was de reden dat de erfgenamen van de overleden eigenaar bij Stadsherstel terecht kwamen en het aan ons verkochten.

Het pand heeft een boven- en een benedenhuis met gescheiden entrees, twee voordeuren, een bovenwoning en oorspronkelijk een werkruimte op de bel-etage. Tot een aantal jaar geleden was hier een bordeel gevestigd. Een bordeel is hier vanuit de gemeente niet meer toegestaan en ook door ons niet in onze panden. Nu is restauratieconstructeur De Beaufort bouwadvies in het pand gevestigd. Hij verricht naar alle tevredenheid veel werk voor Stadsherstel.

De kern van het hoofdhuis kwam begin 17e eeuw tot stand. Rond 1700 werd het ingrijpend verbouwd. Het merendeel van de historische deuren, lambrisering en vensters is gerestaureerd en opnieuw gebruikt, net als oud hang- en sluitwerk dat nog op verschillende plekken aanwezig is. Mooi zichtbaar zijn bouwsporen, zoals het houtskelet. Het dak was vóór de restauratie bedekt met bitumen shingles. Van ons kreeg het weer een mooie afdekking met Oudhollandse pannen.

Als restauratieconstructeur is het fantastisch te kunnen werken in een huis dat ik zelf heb helpen herstellen. Met zijn mooie, scheve – maar stabiele! – voorgevel is het een ideaal visitekaartje van mijn bureau.
Ernst de Beaufort
Leuke vondsten
Wolvenkopppen

Zeskantig marmer, vergulde wolf en naam eigenaar

Op de begane grond zijn zeskantige marmeren vloertegels gevonden. Zij lagen op schelpen. Van deze zeskantige marmeren vloeren was tot dusver maar een drietal vloeren in Amsterdam en Haarlem bekend. Dit is het vierde exemplaar, een zeldzaamheid dus. En dat terwijl er alleen al in 1671 zes schepen vol met marmeren zeskanten van Italië naar hier voeren met in totaal 60.000 stenen aan boord. Heel toevallig heeft Stadsherstel aan de Oudezijds 61 ook zo’n vloer. Vanwege het funderingsherstel en omdat er niet genoeg tegels meer waren is de vloer in de éénlaagse aanbouw gelegd.

Verder heeft het pand in de gevel twee dichtgemetselde oeils-de-boeuf, ieder met de afbeelding van een wolvenkop. De wolf in de gevel heeft er misschien mee te maken dat er in het pand ook al eerder een loodgieter woonde. Loodgieters konden nog wel eens brand veroorzaken in hun panden. Hierdoor waren zij niet geliefd en werd er gesproken over het ‘ondier der loodgieter’. Met ondier kan worden verwezen naar gedrocht , beest of dier. Na globaal uitgevoerd kleurenonderzoek blijkt dat de koppen oorspronkelijk verguld waren.

Een andere leuke ontdekking werd gedaan op de originele pui. Hierop was de naam J Jagtman geschilderd. John Jagtman was eigenaar in 1802.

Vrienden

Met een donatie van de Vereniging Vrienden zijn de wolvenkoppen in de oeils-de-boeufs opnieuw verguld zoals zij eens waren.
Wordt ook vriend!
Topbeëindiging
Bouwvallige klokgevel

Klokgevels werden vaak voorzien van fraaie natuurstenen ornamenten

Klokgevels in Amsterdam dateren meestal uit 1660 tot 1790. Onze klokgevel is rond 1700 in Lodewijk XIV stijl uitgevoerd. Hij is opgebouwd uit metselwerk met beschilderde natuurstenen versieringen, ter verfraaiing maar ook tegen het inwateren. De klok begint met een aanzetstuk in de vorm van acanthusbladen, van waaruit een natuurstenen deklijst met bloemversiering begint. Met de klok mee omhoog komen vervolgens de schouderstukken van het gebogen fronton. Lodewijk XIV is hier te herkennen aan de symmetrie, de bloemmotieven en het gebruik van het acanthusblad (berenklauw) als ornament.

De terughoudend maar fraai versierde klok blijft op haar plaats door verschillende ijzeren verankeringen. Vanaf de steiger hebben we mooi zicht op de slechte toestand van het ijzer. Wist u dat roestend ijzer wel zeven maal haar oorspronkelijke volume kan innemen en dus veel schade kan aanrichten bij de omliggende materialen? Daarom zijn alle roestende onderdelen tijdens de restauratie ontroest en behandeld met een roestwerend middel. Oorspronkelijk hielden met lood aangegoten ijzeren strips de natuurstenen onderdelen bij elkaar. Lood mag tegenwoordig niet meer toegepast worden, daarom zijn de gerestaureerde ijzeren strips aangegoten met een mortel. Gelukkig was het technisch mogelijk om de top in het werk te herstellen, zodat we veel authentiek materiaal konden bewaren.

Het anker helemaal bovenop heet een topgevelanker. Dat anker houdt het bovenste stukje van de gevel op zijn plaats en zit vast aan het dak.

Meer informatie

Bronnen:
Bouwhistorisch onderzoek Stadsherstel
Stadsarchief Amsterdam

Restauratie

De restauratie is uitgevoerd door Aannemersbedrijf Louman
en mogelijk gemaakt dankzij de Vrienden van Stadsherstel

Cookie toestemming
Deze website maakt gebruik van cookies van derde partijen voor analyse van dataverkeer. Privacyverklaring.